Wie de elektriciteitscentrales van de toekomst wil zien, moet naar Sjanghai, Cheng-du of Tianjin. Dat zijn de plaatsen waar Europese, Amerikaanse en Japanse elektriciteitsproducenten hun licht opsteken. Want sinds 2000 pioniert China in schone steenkooltechnologie als dé oplossing voor minder broeikasgassen, zonder dat het zijn economische groei en industriële ontwikkeling moet afremmen.
...

Wie de elektriciteitscentrales van de toekomst wil zien, moet naar Sjanghai, Cheng-du of Tianjin. Dat zijn de plaatsen waar Europese, Amerikaanse en Japanse elektriciteitsproducenten hun licht opsteken. Want sinds 2000 pioniert China in schone steenkooltechnologie als dé oplossing voor minder broeikasgassen, zonder dat het zijn economische groei en industriële ontwikkeling moet afremmen. Voor milieuactivisten is clean coal, zoals dat in technisch jargon wordt genoemd, een schandelijke tegenspraak: propere steenkool lijkt immers haaks te staan op duurzame energie. Met de gebruikelijke technologie verwekt steenkool meer dan dubbel zoveel koolstofdioxide per eenheid elektriciteit als natuurgas; in ontwikkelingslanden met minder efficiënte centrales is dat nog een pak meer. En toch is steenkool als energiebron aan een heropleving toe. In de Verenigde Staten en zeker in China. Maar ook in Europa worden nieuwe steenkoolcentrales gebouwd. Een vijftigtal staat in de steigers, vooral in Duitsland, maar ook in Groot-Brittannië, Polen, Italië en Nederland. In België weigerde het provinciebestuur in november 2010 een milieuvergunning af te leveren voor een project van E.ON om in Antwerpen een kolencentrale te bouwen, al ging de Duitse energiereus in beroep tegen die beslissing. Elke week komt er in China en India een steenkoolcentrale bij. Niet met schone technologie, want die staat nog niet helemaal op punt. Maar dat staat te veranderen. James Follows citeert in The Atlantic (december 2010) Ming Sung van The Clean Air Task Force uit Boston, die onderzoek naar nieuwe steenkooltechnologieën financiert in de VS en in China. Volgens Ming Sung is vooral de techniek van ondergrondse steenkoolvergassing veelbelovend. "Door ondergrondse vergassing komen de meeste verwekkers van broeikasgassen, zoals kool- en stikstof, zwavel en andere vervuilende elementen die bij verbranding vrijkomen, niet langer vrij." Ming bestempelt de nieuwe technologie als vrij goedkoop. Kolen worden niet meer uit mijnen bovengehaald en er komen geen ondergrondse mijnwerkers aan te pas. "Alles bij elkaar kan dat procedé goedkoper zijn dan stroomopwekking uit de huidige steenkoolcentrales", stelt hij. China is wereldleider in steenkoolvergassing. Terwijl het land al een handvol experimentele centrales van dit type heeft, zal de eerste in de Verenigde Staten eind dit jaar operationeel worden. Het gaat om The Texas Clean Energy Project dat tot 90 procent van de koolstof zal vasthouden in de ondergrond. Voordeel is dat niet alleen milieuschade door mijnbouw wegvalt, ook heel wat bijproducten van dit vergassingsproces zijn commercialiseerbaar: ureum voor gebruik in meststoffen; het opgevangen koolstofdioxide kan worden gebruikt bij oliewinning. In tegenstelling tot bovenstaande ' voorverbranding' waarin voorlopig alleen China pioniert, is ' naverbranding' beter bekend. In Europa en in de VS draait een klein dozijn van zulke nieuwe steenkoolcentrales proef. Noorwegen investeert sterk in de technologie om koolstofgassen uit diepe steenlagen te pompen. De kostprijs zou 10 tot 20 procent hoger liggen dan bij klassieke kolencentrales. De Italiaanse energieproducent Enel gaat tegen 2015 experimenteren met dit type centrales en hoopt in 2020 operationeel te zijn. Een consortium van drie Amerikaanse universiteiten en onderzoekslabo's, samen met grote energiebedrijven (onder meer General Electric, Duke Energy en AEP) opteert voor samenwerking met Chinese proefcentrales in Xi'an en Binnen-Mongolië. De Chinees-Amerikaanse samenwerking ligt vast in het bilaterale onderzoeksprogramma Fossil Energy Protocol. "Dankzij de Chinese centrales kunnen onze onderzoekers snel bijleren", zegt David Mohler van Duke Energy. "In de VS kan een bouwvergunning een decennium aanslepen, de Chinezen bouwen zo'n centrale in 21 maanden. Zij kunnen dus voluit experimenteren, wij niet." De Amerikanen brengen nieuwe concepten aan, de Chinezen kunnen ze volgens Mohler in sneltreinvaart uitwerken en testen. "China is in ontwikkeling van nieuwe technologie voor propere steenkoolcentrales de plaats waar het gebeurt en waar het leerproces om de technologie te verfijnen het snelst vordert", stelt hij. En om het nog duidelijker te maken: "Google, Intel, General Motors en Ford beten in hun domein de spits af, hierin zijn de Chinezen koplopers." De verklaring is simpel: tegen 2025 zullen opnieuw 350 miljoen Chinezen van het platteland naar steden verhuizen. Terwijl de VS er 120 jaar over deden om hun elektriciteitsnetwerk uit te bouwen, moet China het equivalent in de volgende vijftien jaar klaarstomen. De gemiddelde Chinees verbruikte in 2008 zowat 2,4 megawatt elektriciteit tegen 13,6 megawatt per Amerikaan en 8,5 megawatt per Belg. Een Indiër zit aan 0,5 MW en in de meeste Afrikaanse landen blijft het verbruik per inwoner steken op ongeveer 0,1 MW. Na de VS is China de grootste producent van broeikasgassen. Volgens het Chinese ministerie van Energie zet het land ook sterk in op groene-energiedragers, zoals windmolens en zonnepanelen. "We hopen binnenkort 15 procent van onze behoeften te dekken door groene energie, maar steenkool blijft groeien als onze belangrijkste energiebron en dat zal nog enkele decennia zo blijven." "We zouden niets liever doen dan het probleem van broeikasgassen op te lossen met windmolens, zonnepanelen en het duurzamer omgaan met energie, maar dat is niet realistisch." Bijgevolg vindt Mohler het verbeteren van technologie voor steenkoolcentrales de snelste weg om de klimaatverandering onder controle te krijgen. ERIK BRUYLAND"Google, Intel, General Motors en Ford beten de spits af in hun domein, China is wereldleider in propere steenkoolcentrales" David Mohler (Duke Energy)