Congo is schijnbaar op weg - met een jaarproductie van 20.000 ton - opnieuw de grootste kobaltproducent ter wereld te worden. Maar schijn bedriegt: het gaat hoofdzakelijk om verwerking van ambachtelijk opgegraven heterogeniet . Dat rijke kobalthoudende mineraal wordt grotendeels ruw geëxporteerd of in het beste geval rudimentair verwerkt in kleine ovens. De opbrengst ervan gaat echter niet naar het noodlijdende staatsmijnbedrijf Gécamines of naar de staatskas. De mijnproductie in Katanga kan alleen duurzaam zijn door grootschalige uitbating van koper, met kobalt als een goedkoop afgeleid product. D...

Congo is schijnbaar op weg - met een jaarproductie van 20.000 ton - opnieuw de grootste kobaltproducent ter wereld te worden. Maar schijn bedriegt: het gaat hoofdzakelijk om verwerking van ambachtelijk opgegraven heterogeniet . Dat rijke kobalthoudende mineraal wordt grotendeels ruw geëxporteerd of in het beste geval rudimentair verwerkt in kleine ovens. De opbrengst ervan gaat echter niet naar het noodlijdende staatsmijnbedrijf Gécamines of naar de staatskas. De mijnproductie in Katanga kan alleen duurzaam zijn door grootschalige uitbating van koper, met kobalt als een goedkoop afgeleid product. De koperproductie is nog maar circa 600 à 800 ton per maand, tegen 41.000 in 1986. De belangrijkste producenten van kobalt in Katanga zijn: 1. De kobaltslagsmelter STL (55 % OMGroup, 25 % George Forrest International, 20 % Gécamines). Opgestart in november 2000, produceert STL ongeveer 3000 ton kobalt per jaar of 250 ton per maand. STL (de tweede grootste elektrische oven ter wereld) heeft 130 miljoen dollar gekost en stelt 300 mensen tewerk. STL draait slechts sporadisch boven 40 % van zijn capaciteit. Gécamines noch de staat ontvangt inkomsten uit STL. 2. De Luiswishi-mijn (50 % Forrest en 50 % Gécamines) produceert per maand ongeveer 450 ton kobalt en 800 ton koper. Het winstgedeelte dat Gécamines toekomt, gaat naar het Nationaal Heropbouwplan voor de aanleg van wegen, de bouw van kleinhandelsmarkten in Kinshasa en Lubumbashi en van een mausoleum voor wijlen president Laurent-DésiréKabila door Forrest-bedrijven. Geen inkomsten voor Gécamines of de staat. 3. Felco, een investering van 3 miljoen dollar, goed voor 200 ton kobalt per maand (zie hoofdverhaal). Zestig procent van de winst gaat naar Gécamines, dat na drie jaar eigenaar van Felco wordt. 4. Een aantal kleine elektrische oventjes van individuele Congolese en buitenlandse investeerders zoals Bernard de Gerlache, bestuurder van Belficor en Polytra en voorzitter van de Belgisch-Afrikaanse kamer van koophandel investeert samen met Marc Blanpain, voorzitter van Belgolaise Bank, 1,5 miljoen euro in een elektrische oven die vanaf oktober per maand 50 ton kobalt zal produceren. 5. Gécamines verwerkt per maand zo'n 125 ton heterogeniet in drie eigen oventjes onder beheer van Alfa Metal (Zuid-Afrika) en Entrinco (Griekenland). 6. Carbonatatiefabrieken: de blanke Zimbabwaan Billy Rautenbach beheert Exaco dat via carbonatatie per maand 40 ton zal produceren met een dubbel gehalte aan kobaltmetaal (60 %) dan de genoemde ovens. Chemaf en Somika (India) zijn goed voor zo'n 100 ton kobalt per maand. 7. Per maand verkopen illegale opgravers zo'n 300 ton kobalthoudend heterogeniet uit de mijnconcessie. Dat gaat ten koste van het staatsmijnbedrijf. Zestien bedrijven kregen van de minister voor Mijnen onlangs een exportverbod (ook Chemaf). 8. Andere projecten, onder meer van Tenke Fungurume Mining, American Mineral Fields (beide genoteerd op de beurs van Toronto in Canada), Kumba Resources (Zuid-Afrika), sluimeren sinds 1997 zonder een begin van productie. De Wereldbank financiert de afvloeiing van 10.000 van de 24.000 werknemers van Gécamines en laat alle bestaande samenwerkingscontracten met Gécamines doorlichten.