De manier waarop Joseph Stiglitz, de vroegere hoofdeconoom van de Wereldbank, en Kenneth Rogoff, de huidige hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds ( IMF), elkaar in juli van vorig jaar in de haren vlogen, was een zelden gezien spektakel. Aanleiding van de vlijmscherpe pennentwist was de publicatie van het boek 'Globalization and Its Discontents' van...

De manier waarop Joseph Stiglitz, de vroegere hoofdeconoom van de Wereldbank, en Kenneth Rogoff, de huidige hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds ( IMF), elkaar in juli van vorig jaar in de haren vlogen, was een zelden gezien spektakel. Aanleiding van de vlijmscherpe pennentwist was de publicatie van het boek 'Globalization and Its Discontents' van de hand van Stiglitz (uitgeverij W.W. Norton, 2002). Stiglitz' boek is uitgegroeid tot een van de geschriften waarop de antiglobalisten zich menen te kunnen baseren ter staving van hun grote gelijk, niet het minst omdat Stiglitz intussen ook nog eens de Nobelprijs economie toegewezen kreeg (zij het over een ander onderwerp). Vooral de rol van het IMF stond centraal in de bitsige woordenwisseling tussen Rogoff en Stiglitz. Die laatste schrijft zowat alle crises van de voorbije vijftien jaar toe aan de onkunde en het dogmatisme van het IMF. Als de nummer twee van het IMF wijst Rogoff die aantijgingen categorisch van de hand. De tegenargumenten van Rogoff komen niet zo overtuigend over, ook al omdat diverse onafhankelijke onderzoeken de Stiglitz-versie van het verhaal ondersteunen, zij het in minder extreme mate.Toch is er aan gammele redeneringen en manifeste onjuistheden in 'Globalization and Its Discontents' geen gebrek. Ten eerste stelt Stiglitz: "Globalisering werkt niet voor veel van de armen in de wereld. Het werkt ook niet voor het milieu en evenmin voor de stabiliteit van de wereldeconomie." Wie gaat grasduinen op de website van de Wereldbank vindt een hele reeks stevig onderbouwde publicaties uit de periode van Stiglitz als hoofdeconoom van die Wereldbank waarin deze stelling minstens genuanceerd wordt en soms zelfs flagrant tegengesproken. Ten tweede probeert Stiglitz op een ronduit onwaardige manier steeds aan te tonen dat een onversneden keynesiaans vraagbeleid dé oplossing voor zowat alle economische problemen is. Ten derde hemelt Stiglitz op diverse plaatsen heel ongenuanceerd het Chinese en het Poolse economische model op, wat ook geen geslaagde keuze kan worden genoemd.Joe Stiglitz slaagt er niet in te overtuigen met zijn waarschuwingen over globalisering. Persoonlijke afrekeningen en kromme argumentaties wegen daarvoor te zwaar door in zijn kaskraker.