In de debatten over duurzaam ondernemen circuleren meer dan honderd verschillende concepten, variërend van ethisch ondernemen tot ecologische footprint, van filantropie tot triple bottom line. De relevantie van die concepten voor grote bedrijven is uitvoerig bestudeerd en de meeste onderzoekers zijn helaas tot de conclusie gekomen dat vaagheid, dubbelzinnigheid en onduidelijkheid troef zijn.
...

In de debatten over duurzaam ondernemen circuleren meer dan honderd verschillende concepten, variërend van ethisch ondernemen tot ecologische footprint, van filantropie tot triple bottom line. De relevantie van die concepten voor grote bedrijven is uitvoerig bestudeerd en de meeste onderzoekers zijn helaas tot de conclusie gekomen dat vaagheid, dubbelzinnigheid en onduidelijkheid troef zijn. Opvallend is wel dat bijna niemand aandacht heeft voor de manier waarop een kmo naar die problematiek kijkt. Grote bedrijven zijn erg zichtbaar, maar kmo's zijn nog steeds de ruggengraat van onze economie. Iedereen heeft er wel zijn mening over, maar de mening van de bedrijfsleider komt in het debat maar weinig aan bod. Collega's Yves Fassin, Annick Van Rossem en ikzelf hebben dan maar onze stoute schoenen aangetrokken en zijn het veld ingetrokken om de vraag rechtstreeks aan de kmo-leiders te stellen. En blijkbaar was ons onderzoek boeiend en relevant genoeg om aanvaard te worden door het meest toonaangevende tijdschrift ter zake, het Journal of Business Ethics. Wat volgt, is mijn persoonlijke interpretatie van ons artikel. Als concepten vaag en dubbelzinnig zijn, heeft het niet veel zin de personen gewoon te interviewen, laat staan hen vragenlijsten te laten invullen. We vroegen daarom aan 23 kmo-eigenaars om via een gestructureerde techniek van gelijkenissen en verschillen hun opinie bekend te maken. Een wat vreemde, ongewone benadering om toegang te krijgen tot 'de cognitieve kaarten' of zieleroerselen van de respondenten, en een benadering die ook wel wat statistische hoogstandjes veronderstelt bij de analyse. Maar de resultaten zijn er niet minder duidelijk om. Eerste vaststelling: misschien verschillen kmo-leiders wel onderling in hun opvatting over duurzaam ondernemen, maar in hun eigen visie zijn ze toch wel consistent. Je kunt het wat vergelijken met de verschillen tussen godsdiensten: ze hanteren allemaal een verschillend godsbeeld, maar binnen elke godsdienst is dat beeld van god wel consistent. Anders uitgedrukt: kmo-leiders weten in zekere zin beter waarover ze praten dan academici die er geleerde artikels over schrijven en waar spraakverwarring troef is. Kmo-eigenaars kijken naar de discussie over duurzaam ondernemen vanuit verschillende hoeken. Pragmatisch als ze zijn, beschouwen ze vele concepten als (te) vaag. Andere concepten hebben dan weer directe relevantie, zijn essentieel voor de eigen business. In tegenstelling tot wat soms voor grotere bedrijven wordt opgemerkt, namelijk dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) een soort luxe is, bekijken de kmo'ers een aantal concepten toch wel als echt relevant. Wie met meer dan vijf bedrijfsleiders heeft gesproken, weet ook dat 'eerlijk zijn' of 'correct je afspraken nakomen' voor vele bedrijfsleiders in steen is gebeiteld. Wat abstract kan zijn voor academici en woordvoerders van grote bedrijven is dat helemaal niet voor het kleine bedrijf. Kmo-leiders maken ook zeer spontaan het onderscheid tussen 'moeten' en 'willen'. Ze hebben een soort minachting voor extern opgelegde normen, waarvan ze vaak de relevantie niet vatten. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen groot belang hechten aan waarden, aan de volgende generatie of aan ethiek. Alleen moeten die waarden 'zelf gekozen' zijn. Al even boeiend is dat bedrijfsleiders een scherp onderscheid maken tussen de drijfveren voor MVO. Doe je het voor het geld of omdat je echt achter die waarden staat? Bespaar je energie omdat het goed in het jaarverslag staat, omdat je bespaart of omdat je echt overtuigd bent dat ook bedrijven het voorbeeld moeten geven? Een concept dat bij vele kmo-leiders een zeer aparte plaats heeft in hun blik op de wereld, is aandeelhouderswaarde. Die notie heeft een strategisch gehalte, maar staat toch aan de zijlijn als het over duurzaam ondernemen gaat. Het is iets anders. Veel onderzoek bevestigt - gelukkig maar - wat we wel al wisten. Vlaamse bedrijfsleiders zijn geen Amerikaanse kapitalisten of ingehuurde CEO's, voor wie het enige echt belangrijke is: de aandeelhouders rijker maken. Het is op dergelijke momenten dat ik blij ben geboren te zijn in dit landje. MARC BUELENS, Partner-hoogleraar management aan de Vlerick Leuven Gent Management SchoolMARC BUELENSIs duurzaam ondernemen soms abstract voor academici en woordvoerders van grote bedrijven, voor kmo's is dat helemaal anders.