Bij Tiense Suikerraffinaderij sneuvelen opnieuw 68 jobs. De reden ? De consument blijft verzot op zoetigheden, maar wil geen klontjes meer.
...

Bij Tiense Suikerraffinaderij sneuvelen opnieuw 68 jobs. De reden ? De consument blijft verzot op zoetigheden, maar wil geen klontjes meer.Napoleon. Aan hem hebben we het te danken. Toen de napoleontische blokkade van Europa de aanvoer van onder meer koffie en suikerriet verhinderde, werden ze hier te velde plots erg creatief. De cichorei verving de koffie en het suikerriet kreeg een broertje met de suikerbiet. In 1836 ging de Raffinerie Tirlemont in het Tiense van start. Decennialang zouden de suikerfabrieken worden beheerst door de adellijke families Kronacker, Wittouck en Ullens. Maar die twee laatste konden in 1989 niet aan het bod van het Duitse Südzucker weerstaan. Sindsdien controleren de Duitsers meer dan 75 % van het kapitaal van de Tiense Suikerraffinaderij, die in België een marktaandeel van 82 % haalt. In Tienen wordt jaarlijks tot 190.000 ton suiker geproduceerd. In 1995 was dat goed voor 1,8 miljard frank winst op 22,4 miljard frank omzet. Maar de verwerking van de suikerbieten gebeurde in de jaren zestig door 3500 personeelsleden, binnenkort door minder dan 300. Begin april immers moeten er nog eens 68 werknemers weg. Meteen de vierde herstructurering in de voorbije tien jaar.Oorzaken ? De consument verbruikt geen suiker meer, de prijzen stabiliseren zich al vijftien jaar lang, de Europese Unie bouwt de stockagevergoeding af, de interventieprijs een door de suikernijverheid gefinancierd systeem waarbij voor export een bepaald prijsniveau wordt gegarandeerd krimpt door de sterke Belgische frank en de Wereld Handelsorganisatie zet de suikerproducenten onder druk. Bovendien is de bietenteelt strak gebonden aan Europese quota's, Europese leveringsrechten en dito plannen. De Tiense suikerfabrikanten krijgen het dus niet alleen moeilijker op de thuismarkt, maar vooral ook op de exportmarkt. Van de 190.000 ton suiker die jaarlijks in Tienen wordt geproduceerd, gaat de helft richting consument. De andere helft is bestemd voor de industrie. Maar het verbruik van consumentensuiker is het voorbije decennium jaarlijks met 2 à 3 % afgekalfd ; terwijl de vraag naar industriële suiker niet in gelijke mate is toegenomen. Opmerkelijk toch, want wij Belgen blijven zoetebekken. In 1980 verbruikten we jaarlijks 39 kilo suiker, anno 1996 was dat 43 kilo. Alleen al in 1996 steeg het suikerverbruik ten opzichte van 1995 met 8,1 %. Maar in 1994 met zijn uitzonderlijk warme zomer werd een daling van 9 % genoteerd.We blijven dus wel suiker verbruiken, maar kopen er elk jaar zo'n 2 % minder. We bakken geen taarten meer, kopen confituur in het warenhuis en drinken onze koffie zwart. Hét probleem ligt dus bij het klontje. Belgen en Fransen zijn klontjeseters ; Nederlanders en Duitsers halen hun suiker uit een zakje. En de Belgen en Fransen lusten geen klontjes meer.TIENSE SUIKERRAFFINADERIJ De Belgen lusten geen klontjes meer.