In december 2015 beloofden de in Parijs verzamelde wereldleiders de klimaatopwarming ruim onder 2 graden Celsius te houden ten opzichte van het pre-industriële niveau. De ondankbare taak de beloften in praktijk om te zetten, valt toe aan de afgevaardigden in Katowice, de stad in zuidwest-Polen die in 2018 de klimaattop organiseert. De kans op succes is klein, om twee redenen.
...

In december 2015 beloofden de in Parijs verzamelde wereldleiders de klimaatopwarming ruim onder 2 graden Celsius te houden ten opzichte van het pre-industriële niveau. De ondankbare taak de beloften in praktijk om te zetten, valt toe aan de afgevaardigden in Katowice, de stad in zuidwest-Polen die in 2018 de klimaattop organiseert. De kans op succes is klein, om twee redenen. De eerste heeft te maken met het klimaatverdrag van Parijs. Daarin zijn belangrijke elementen opzettelijk vaag gehouden. Zo is niet vastgelegd welke klimaatdoelstellingen van individuele landen toelaatbaar zijn, hoe die "nationaal bepaalde bijdragen" (in het Engels afgekort als NDC's) gemeten moeten worden en wie er toezicht op moet houden. Als onderhandelingstruc heeft die strategische vaagheid prima gefunctioneerd. 196 landen hebben het klimaatverdrag van Parijs ondertekend. Tot nu toe zijn 160 NDC's ingediend. Het resultaat is een warboel. De EU en de VS bijvoorbeeld hebben zich allebei verbonden tot een absolute vermindering in de uitstoot van broeikasgassen, maar ze kozen uiteenlopende referentiejaren en deadlines: de EU gaat voor een daling van 40 procent ten opzichte van 1990 tegen 2030, de VS voor 26 tot 28 procent reductie ten opzichte van 2005 tegen 2025. Gezien het wereldwijde karakter van het doel van 2 graden Celsius, wordt de vordering gemeten door de som te nemen van de afzonderlijke beloften. Het zal behendige diplomatie vergen daarvoor gemeenschappelijk normen vast te stellen. Nu Donald Trump besloten heeft de VS uit het Klimaatverdrag terug te trekken, zal zelfs nog gewiekster druk moeten worden uitgeoefend, al was het maar om landen aan boord te houden die overwegen eruit te stappen. Helaas - en dat is de tweede reden voor scepticisme - is Polen waarschijnlijk niet opgewassen tegen die diplomatieke taak. Er heerst controverse rond zijn populistische regering. Het voelt vreemd aan dat een regeringspartij als Recht en Rechtvaardigheid met haar 'Polen eerst'-standpunten multilateraal overleg moet verdedigen waarvan de klimaatconsensus afhankelijk is. Minister van Milieu Jan Szyszko, die de besprekingen voorzit, staat zelfs sceptisch tegenover het idee van door mensen veroorzaakte klimaatverandering. Optimisten klampen zich vast aan de hoop dat vooruitgang mogelijk is. Maar wie hoopt dat de opwarming tot staan wordt gebracht, wordt waarschijnlijk teleurgesteld. Alles wijst erop dat het tijdschema van Parijs vertraging oploopt. In 2018 moeten gemeenschappelijke normen vastgelegd zijn, in 2020 moeten er ambitieuzere NDC's liggen en tegen 2023 een systematische scoreberekening om te meten in hoeverre het doel al bereikt is.