Drie weken geleden werd in Brussel een deelakkoord bereikt over de Europese doelstellingen tegen 2030 voor de reductie van onze CO2-uitstoot, groene-energieproductie en energiebesparing. De gesprekken werden op voorhand al als moeilijk omschreven. Dat hield de verwachtingen minimaal, opdat het akkoord achteraf als een overwinning gebracht kon worden.
...

Drie weken geleden werd in Brussel een deelakkoord bereikt over de Europese doelstellingen tegen 2030 voor de reductie van onze CO2-uitstoot, groene-energieproductie en energiebesparing. De gesprekken werden op voorhand al als moeilijk omschreven. Dat hield de verwachtingen minimaal, opdat het akkoord achteraf als een overwinning gebracht kon worden. Op één vlak zijn er zoals verwacht bindende afspraken gemaakt: 40 procent minder CO2-uitstoot. Uitgerekend dat doel moet je niet in Europa afspreken, aangezien lucht of CO2 niet stopt aan onze Europese grenzen en vooral onze Chinese, Indiase en Amerikaanse vrienden mee in het bad moeten, anders is ons Europese doel een maat voor niks. Indien men volgend jaar in Parijs er niet in slaagt mondiaal af te spreken dat de CO2/NOX/methaan-uitstoot (dus niet alleen het vaak gebruikte CO2, want de andere gassen zijn nog vele malen schadelijker) met 40 procent naar beneden moet tegen 2030, zal Europa zelfs dit doel als een blok laten vallen. Het is frappant dat slechts enkelen onderschrijven dat het juist nu belangrijk was om een bindend akkoord te bereiken over de groene-energieproductie (per land) en energiebesparingsdoelstellingen, want die hebben we wel helemaal zelf in de hand en zijn volledig toepasbaar binnen onze Europese grenzen. Al is een deelakkoord nog altijd beter dan geen akkoord, want de top in Parijs volgend jaar heeft een kapstok nodig en misschien is dit net genoeg om toch iets te bereiken tussen Europa, de Verenigde Staten, India en China. Waarom heeft men minder ingezet op groene energie van eigen bodem? Een van de belangrijkste redenen zijn de huidige lage prijzen voor olie en gas. Amerika zorgt er zowat op zijn eentje voor dat de voorspellingen over piekolie opschuiven naar de toekomst, of toch in ieder geval de illusie ervan. De Europese landen halen opgelucht adem, want goedkope olie houdt de kosten van import in de hand, en redt zo de handelsbalansen. De goedkope olie betekent ook meer belastinginkomsten voor bijvoorbeeld de Belgische overheid, want de prijsdalingen worden slechts deels verrekend in de prijs aan de pomp. Uiteindelijk gaven ook politici in Brussel toe dat duurzaam belangrijk is, zolang het onze economie of de begroting maar niet te veel raakt. Klimaat is nu definitief een politieke optie geworden, en zo kan men rustig afwachten tot volgend jaar in Parijs. Men vergeet wel dat onze industrie behoefte heeft aan vernieuwing, innovatie en groei. De energiesector kan daar een behoorlijke steen aan bijdragen. De inkt over 2030 was nog niet opgedroogd of een groene storm barstte los over Vlaanderen. De krachttermen vlogen ons rond de oren, 30 procent stijging, 1,7 miljard euro te kort, oversubsidiëring, enzovoort. De berichtgeving zal bij vele investeerders heel wat wenkbrauwen doen fronsen, want hun financiële berekeningen en modellen kunnen in de prullenmand. Men wil overstappen van een ondersteuning per geproduceerde MWh naar een ondersteuning op het moment van investering. Geen enkel land dat we goed kennen doet dat, maar daarom is het nog niet onmogelijk. Zon en wind zijn hoofdzakelijk financiële producten geworden, en minder energieproducten. Hiermee bedoel ik dat de nadruk steeds wordt gelegd op het beperkte industriële risico. Het maakt dat men met weinig eigen vermogen en zogoed als geen werkkapitaal toch projecten kan ontwikkelen. Op zich is het niet verkeerd dat men partijen die willen investeren in 'simpele' operationele vormen van duurzame energie ook doet nadenken over wat ze met hun opgewekte energie gaan doen. Elektriciteit moet geproduceerd worden wanneer het nodig is. Wie actief wil zijn in onze sector, moet samen met de overheid nadenken over bijvoorbeeld opslag en daarin ook investeren. Of men kan in de toekomst met het teveel aan wind- of zonne-energie ook waterstof maken, en die verkopen als brandstof voor onze voertuigen. Dat is geen sciencefiction, op voorwaarde dat de overheid het kader schept in samenwerking met de sector. De overheid moet begrijpen dat ze naar de hele economie en energiewaardeketen moet kijken en niet alleen naar een klein deel ervan. Zijn de uitnodigingen om samen met de sector en de belangengroeperingen een langetermijnvisie uit te bouwen al de deur uit? De auteur is gedelegeerd bestuurder van NPG energy.ANDRÉ JURRES"Wie actief wil zijn in onze sector, moet samen met de overheid nadenken over bijvoorbeeld opslag en daarin ook investeren"