Heel wat organisaties - denk bijvoorbeeld aan sportclubs - zijn verenigingen zonder winstoogmerk of vzw. Een vzw is een op zichzelf staande rechtspersoon, die beschikt over een eigen vermogen dat losstaat van het privévermogen van de bestuurders en de leden. Dat heeft het voordeel dat de bestuurders en de leden in principe geen persoonlijke verplichtingen hoeven aan te gaan tegenover de vzw.
...

Heel wat organisaties - denk bijvoorbeeld aan sportclubs - zijn verenigingen zonder winstoogmerk of vzw. Een vzw is een op zichzelf staande rechtspersoon, die beschikt over een eigen vermogen dat losstaat van het privévermogen van de bestuurders en de leden. Dat heeft het voordeel dat de bestuurders en de leden in principe geen persoonlijke verplichtingen hoeven aan te gaan tegenover de vzw. Elke vzw moet een boekhouding voeren. De manier waarop ze dat moet doen, verschilt naargelang het gaat om een kleine, een grote of een zeer grote vzw. Tot welke categorie een vereniging behoort, hangt af van de drempels die zijn ingeschreven in de wet op de vzw's. Sinds 27 september 2012 gelden er nieuwe criteria. Die werden ingevoerd door het Koninklijk Besluit van 25 augustus 2012, dat is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 17 september 2012. Grote vzw Een vereniging wordt beschouwd als een grote vzw als ze bij de afsluiting van het boekjaar ten minste twee van de deze drie drempels overschrijdt: ze heeft door het jaar gemiddeld vijf voltijdse werknemers in dienst, of het equivalent daarvan; ze heeft op jaarbasis voor 312.500 euro aan inkomsten, exclusief btw en uitzonderlijke ontvangsten; of ze heeft een balanstotaal van 1.249.500 euro. Zeer grote vzw Een vzw is zeer groot als ze bij de afsluiting van het boekjaar ten minste twee van de volgende drempels overschrijdt: ze heeft door het jaar gemiddeld honderd voltijdse werknemers in dienst, of het equivalent daarvan; ze heeft op jaarbasis 7,3 miljoen euro aan inkomsten, exclusief btw en uitzonderlijke ontvangsten; of ze heeft een balanstotaal van 3,65 miljoen euro. Kleine vzw Een vzw wordt beschouwd als klein als ze onder de drempels van een grote vzw valt. De meeste organisaties die actief zijn in het verenigings- en het sportleven kunnen worden beschouwd als kleine vzw's - met uitzondering bijvoorbeeld van voetbalclubs in eerste en tweede klasse die werken met profspelers. Kleine, grote en zeer grote vzw's hebben specifieke boekhoudkundige verplichtingen. Kleine vzw Voor kleine vzw's volstaat een vereenvoudigde jaarrekening, die bestaat uit een 'staat van ontvangsten en uitgaven' en een 'toelichting'. De documenten moeten worden neergelegd bij de griffie van de rechtbank van koophandel waar de vzw haar maatschappelijke zetel heeft. Grote vzw Grote vzw's moeten een volledige dubbele boekhouding voeren. Ze moeten ook een volledige jaarrekening opstellen, die bestaat uit een balans, een resultatenrekening en een toelichting. Ze mogen de jaarrekening wel opmaken volgens het zogenoemde verkorte model voor verenigingen en stichtingen. Grote vzw's moeten hun jaarrekening neerleggen bij de Nationale Bank van België. Zeer grote vzw's Zeer grote vzw's hebben - net als de grote vzw's - de verplichting een dubbele boekhouding en een volledige jaarrekening te voeren, maar ze moeten de jaarrekening wel opmaken volgens het volledige model. Bovendien moeten ze een commissaris aanstellen die de jaarrekening controleert - de revisorale controle.JOHAN STEENACKERS