Leysen Frères was een van de eerste firma's die van koning Albert II de titel van Hofleverancier kregen. Dat was een mooie beloning voor een zaak die bijna anderhalve eeuw geleden werd opgericht door de Brusselaar Louis Leysen, oorspronkelijk onder de bescheiden naam 'Fabrique de Bijoux'. Zijn zoon Jules en diens echtgenote zouden de eerste winkel openen in de Lakensestraat, vlakbij het Brouckèreplein.
...

Leysen Frères was een van de eerste firma's die van koning Albert II de titel van Hofleverancier kregen. Dat was een mooie beloning voor een zaak die bijna anderhalve eeuw geleden werd opgericht door de Brusselaar Louis Leysen, oorspronkelijk onder de bescheiden naam 'Fabrique de Bijoux'. Zijn zoon Jules en diens echtgenote zouden de eerste winkel openen in de Lakensestraat, vlakbij het Brouckèreplein.De echte erkenning kwam echter pas in 1920 met hun kinderen Louis, Henri en Charles. Zij lieten een prachtig huis bouwen (dat nog steeds bestaat) op de Kiekenmarkt nummer 28, in de buurt van de Grote Markt; daar waren zowel de ateliers als de winkel gevestigd.In 1950 lanceerden de twee zonen van Henri, Jacques en Pierre, het Belgische merk in de Verenigde Staten. Henri junior, de huidige bedrijfsleider en zoon van Jacques, trad toe tot het bedrijf in 1972. Hij breidde de buitenlandse cliënteel van Leysen Frères verder uit, meer bepaald in de landen rond de Golf en in Japan (in Tokio heeft Leysen trouwens een eigen verkooppunt). Sinds vier jaar is Henri Leysen de enige eigenaar van Leysen Frères.De klantenlijstenvan vroeger en nu vertonen heel wat namen van koninklijke families uit Europa en het Nabije Oosten, alsook van filmvedetten en andere sterren. Dat is niet veranderd toen Leysen vertrok uit wat ongetwijfeld zijn mooiste vestiging is geweest. In februari 1982 verhuisde de juwelierszaak naar de prestigieuze Grote Zavel; het gebouw op de Kiekenmarkt werd verkocht aan de emir van Katar.Leysen was altijd al gespecialiseerd in klassieke juwelen op basis van edelstenen. Na de art nouveau en de art deco, die inspireerden tot modellen waarbij metaal een grotere rol speelde dan edelstenen, greep de Belgische juwelier terug naar de klassieke stijl van de Parijse place Vendôme.De firma exposeert ook op de befaamde Biënnale van de Antiquairs in Parijs, uiteraard met de bedoeling een hoogstaande internationale cliënteel aan te trekken. De prijzen zijn zeer interessant, zeker in vergelijking met de grote internationaal bekende merken. Henri Leysen heeft trouwens veel bewondering voor de producten van deze grote namen.Vandaag de dagmonteert men bij Leysen stenen die elders worden geslepen, en men ontwerpt juwelen rond stenen die de klanten zelf meebrengen. Edelsmeedkunst en gekleurde stenen zijn de specialiteiten van het huis. De collectie van Leysen omvat zwarte parels (parels van Tahiti), robijnen, saffieren, smaragden en diamanten; vooral gekleurde diamanten, die men in België niet vaak ziet.Leysen Frères heeft nu nog een dozijn mensen in dienst; tijdens de bloeiperiode (de jaren '50, '60 en '70) waren er dat meer dan vijftig. Die afslanking is ten dele het gevolg van een reorganisatie, zodat er minder personeel nodig is. Maar ook de omzet is verminderd: de klanten zijn niet meer zo trouw als vroeger, en luxe wordt nu veel minder geëtaleerd.Bij Leysen Frères schommelen de prijzen van 5000 frank (kleine sieraden, kettinkjes) tot 20 en zelfs 30 miljoen voor een juweel van topklasse. Op het eind van de jaren '70 vervaardigde Leysen een zilveren tafelservies van 250 stuks, versierd met bladgoud en edelstenen, voor de koninklijke familie van Saudi-Arabië. Volgens Henri Leysen was dat een van de grootste bestellingen die de firma ooit kreeg. De prijs van dit aardigheidje konden we niet te weten komen, maar naar verluidt werden tijdens de productie een paar extra werknemers ingezet die er een flinke boterham aan verdienden.SERGE VANMAERCKE