In principe zijn er voor btw-fraude slechts enkele partijen nodig. Toch schakelen fraudeurs een resem andere vennootschappen in om niet te veel in de kijker te lopen. Meestal wordt bij een btw-carrousel een beroep gedaan op:
...

In principe zijn er voor btw-fraude slechts enkele partijen nodig. Toch schakelen fraudeurs een resem andere vennootschappen in om niet te veel in de kijker te lopen. Meestal wordt bij een btw-carrousel een beroep gedaan op:Strofirma's (of plof-bvba's): ondernemingen die hun btw niet of te laag aangeven. Soms geven ze de btw wel aan, maar betalen ze niet (om de reactie van de administratie trager op gang te laten komen). Deze ondernemingen worden tegenover de buitenwereld bestuurd door burgers op wie niemand de schade kan verhalen (illegalen, drugverslaafden...). Deze ondernemingen gaan na ontdekking van de fraude failliet. Buffervennootschappen (scherm-nv's): deze ondernemingen moeten de organisator van de fraude indekken tegen al te grote aandacht van het gerecht. Dikwijls beperken deze firma's hun activiteit tot het ontvangen en verzenden van facturen, zonder de goederen effectief onder controle te krijgen. Deze bedrijven voldoen aan hun fiscale verplichtingen, maar zullen veel aankopen doen van de strofirma's, en dus in het vizier van het gerecht komen. Voorbeeld uit de praktijk:1. Strofirma 1 factureert goederen in België aan handelaar A voor 100 euro, plus 21 % btw. De verschuldigde btw wordt niet betaald. Illegale bonus: 21 % op 100 euro = 21 euro. 2. Handelaar A (meestal een buffervennootschap) brengt de gefactureerde btw in aftrek en levert op zijn beurt aan de Nederlandse strofirma 2 (voor 110 euro). Deze 'intracommunautaire levering' is vrijgesteld van btw. 3. Strofirma 2 zou volgens de EU-principes op deze 'intracommunautaire verwerving' btw moeten betalen aan de Nederlandse schatkist. Dit gebeurt niet. Wel verkoopt ze de goederen met een kleine winst (10 euro) aan handelaar B, die hierop 19 % btw betaalt. Strofirma 2 stort de btw echter niet door aan de schatkist. Illegale bonus: 19 % van 120 euro = 22,8 euro. 4. Handelaar B (een buffervennootschap) brengt de door strofirma 2 gefactureerde btw (22,8 euro) in aftrek. Hij exporteert de goederen met 10 euro winst terug naar België, meer bepaald aan strofirma 3. Het betreft een intracommunautaire levering, dus factureert B geen btw. 5. Strofirma 3 zou de btw moeten verrekenen met de Belgische schatkist (wegens de intracommunautaire verwerving), maar dat gebeurt niet. Zij levert de goederen met 10 euro winst aan handelaar C, die wel btw betaalt (21 % op 140 euro: 29,4 euro). Strofirma 3 stort dit bedrag niet door aan de Belgische schatkist. Illegale bonus: 29,4 euro. 6. Handelaar C (een buffervennootschap) voert een correcte boekhouding. Hij factureert de goederen met 10 euro winst en btw aan de eindconsument, en stort de belasting door aan de schatkist. Dit wordt gecompenseerd door de aan strofirma 3 betaalde btw. De totale legale winst op deze operatie bedraagt 70 euro, minder dan de illegale bonussen van 73,2 euro. Deze operatie kan gebeuren in 24 uur.