200 MILJARD DOLLAR.
...

200 MILJARD DOLLAR.Tot aan zijn pensioen in mei 1996 beschikte ons land met Lierenaar Leo Van Houtven over één van de drie machtigste mannen binnen het IMF (zie ook Trends, 7 april 1994). Van Houtven fungeerde als secretaris van de instelling en ook als senior advisor van de twee jongste algemeen directeuren: Michel Camdessus en diens voorganger Jacques de la Rosière. Camdessus begon vorig jaar aan zijn derde ambtstermijn van vijf jaar. De algemeen directeur van het IMF staat, geflankeerd door een plaatsvervangend algemeen directeur, twee assistenten en een twintigtal directeuren, in voor de dagelijkse leiding van de instelling gevestigd op de hoek van 19th en H Street in Washington. Aan de overkant van de straat bevindt zich de Wereldbank. Zowel het Witte Huis als de Federal Reserve Bank - de Amerikaanse centrale bank - liggen op nauwelijks een steenworp. De traditie wil dat de directeur altijd een Europeaan is en zijn plaatsvervanger een Amerikaan. Die laatste is nu StanleyFischer , voorheen hoogleraar macro-economie aan het Massachusetts Institute of Technology(MIT). Het IMF beschikt in totaal over 2300 medewerkers. Het managementteam van het IMF staat onder controle van een toezichtscomité, de executive board, dat op zijn beurt instructies ontvangt van het interimcomité. Dit laatste rapporteert dan weer aan de raad van bestuur waarin alle lidstaten (momenteel 182 - de hele wereld behalve Cuba, Noord-Korea en enkele kleine eilandstaten) zijn vertegenwoordigd. Het interimcomité, dat sinds 1993 wordt voorgezeten door onze minister van Financiën Philippe Maystadt (PSC), bestaat uit 24 leden van de raad van bestuur en vergadert twee keer per jaar. Het toezichtscomité omvat 24 leden die permanent aanwezig zijn in Washington. De stem van elke lidstaat klinkt in dit toezichtcomite door naar rato van de inbreng van die lidstaat in de IMF-middelen. Acht landen hebben een eigen vertegenwoordiger: de VS (die voor 18% van de IMF-fondsen zorgt), Japan en Duitsland (elk 5,5%), Frankrijk en Engeland (elk 5%), Saudi-Arabië (3,5%), Rusland (2,9%) en China (2,3%). De overige lidstaten zijn samengebracht in groepen die dan via één vertegenwoordiger hun stem kunnen laten gelden. De Belg Willy Kiekens, voorheen bij de Nationale Bank, vertolkt bijvoorbeeld de stem van België, Oostenrijk, Luxemburg, Turkije, Tsjechië, Wit-Rusland, Hongarije, Kazachstan, Slovakije en Slovenië. Dit groepje beschikt over 5,1% van de stemmen. Voor de oorsprong van het IMFmoeten we teruggaan naar de depressie van de jaren dertig. Die werd in belangrijke mate veroorzaakt door een spiraal van competitieve devaluaties. De Bretton Woods-akkoorden, afgesloten in juli 1944, voorzagen voor de 44 toenmalige lidstaten een systeem van vaste wisselkoersen - met als spilpariteit 35 dollar voor 1 ons goud - waarop het IMF diende toe te zien. Indien een land toch in betalingsbalansproblemen kwam, kon het een beroep doen op het IMF en een overbruggingsfinanciering bekomen. Zo kon het land rustig een herstructeringsprogramma doorvoeren, meestal inclusief een gecontroleerde devaluatie, om het evenwicht op de betalingsbalans te herstellen. Sinds het systeem van vaste wisselkoersen in het begin van de jaren zeventig overboord werd gegooid, houdt het IMF zich vooral bezig met het nachecken van het beleid in de lidstaten (zie kader: Politieagent). De financiering van het IMF en zijn activiteiten gebeurt via het zogenaamde quotasysteem. Concreet levert elke lidstaat een bijdrage in functie van zijn economische draagkracht. Deze inbreng is niet alleen determinerend voor het gewicht in de IMF-besluitvorming, maar ook voor het IMF-financieringsbedrag wanneer dat land bijvoorbeeld in betalingsbalansproblemen komt. In 1945 kwamen de oprichtende leden in totaal met 7,5 miljard dollar aan quota over de brug. Eind vorig jaar hadden de lidstaten voor ruim 200 miljard dollar volstort. Alleen al de VS betaalde 38 miljard dollar. Zoals bijgaande grafiek aangeeft, vormde over de periode 1947-1997 Mexico de grootste slokop van IMF-middelen. Voor de zilveren medaille liggen Argentinië, Rusland, Engeland en India dicht bij elkaar. JOHAN VAN OVERTVELDT