Er hangt wat jaren-zeventigsfeer in de lucht. De olieprijs is fors gestegen, de economische groei sukkelt van de ene groeivertraging in de andere en autoluwe zondagen in de steden zijn weer populair. Straks is ook Abba weer voor de zoveelste keer hip.
...

Er hangt wat jaren-zeventigsfeer in de lucht. De olieprijs is fors gestegen, de economische groei sukkelt van de ene groeivertraging in de andere en autoluwe zondagen in de steden zijn weer populair. Straks is ook Abba weer voor de zoveelste keer hip. Is het ook een minder blij weerzien met stagflatie, de welvaartdodende cocktail van stagnerende economische activiteit en een losgeslagen inflatie? De grafiek toont dat anno 2005 de inflatie opnieuw hoger is dan de reële groei. Neemt die kloof verder toe, dan mogen de woorden inflatie en stagnatie weer tot dat ene vermaledijde woord geperst worden. Zo'n vaart loopt het nog niet, al was het maar omdat we ons lesje geleerd hebben. In de jaren zeventig reageerde het Westen, de Belgische regering incluis, totaal verkeerd op de olieschokken. De overheden probeerden de economie uit de crisis te spenderen, maar ontketenden een loonprijsspiraal die de inflatie hoger joeg, en de groei onderuithaalde omdat dit beleid de concurrentiekracht van de Belgische bedrijven aantastte. Pas dankzij de devaluatie van de frank in 1981 én het beleid van loonmatiging raakte de Belgische economie uit het slop. Maar hebben we ons lesje wel geleerd? Het drama herhaalt zich op dit eigenste moment, zij het op kleinere schaal. België is en blijft het enige land ter wereld met een automatische loonindexering. De meeste olieproducten zijn wel uit de gezondheidsindex gehaald, maar stookolie bijvoorbeeld zit er nog wel in. De hoger dan verwachte inflatie is bezig de afgesproken loonstijging helemaal op te souperen. De loonnorm zal dus overschreden worden op een moment dat er bij onze buurlanden (dat zijn onze belangrijkste concurrenten) wél werk wordt gemaakt van een volgehouden loonmatiging. De concurrentiepositie van de Belgische bedrijven verzwakt zienderogen, terwijl er al een loonhandicap van 10 % op het passief stond. En devalueren kan niet meer. Alleen een pijnlijke en langdurige loonbevriezing kan de concurrentiekracht herstellen - al is dat paardenmiddel voor de vakbonden volkomen onverteerbaar. De stijging van de olieprijs duwt de kosten van de andere producten niet mee omhoog. Dat is goed nieuws voor de consument, maar slecht nieuws voor de bedrijven. Slechts enkele bedrijven kunnen de hogere kosten van energie en lonen doorrekenen aan de (internationale) klant en dat vreet aan de winstmarges. De globalisering is hier de drijvende kracht die de inflatie in toom houdt en dat is een van de grote verschillen met de jaren zeventig. China en India stonden toen op de lijst voor ontwikkelingshulp, en niemand die eraan dacht dat die economische supermachten in spe dertig jaar later miljoenen werknemers zouden inschakelen in het globale productieproces. Daarnaast is er ook de Europese Centrale Bank (ECB): die waakt over de inflatie als een kip over haar eieren. Volgens de criticasters aarzelt de ECB zelfs niet om de groei dood te pikken als die de prijsstabiliteit te veel zou bedreigen. Een expansief budgettair beleid is ook geen optie meer: daar moet het Stabiliteitspact - of wat daarvan overblijft - voor zorgen. België heeft die beleidskeuze niet, gezien de nog hoge overheidsschuld en de aanstormende kost van de vergrijzing. De discostagflatie van de jaren zeventig maakt dus weinig kans op een comeback, maar op termijn dreigt een nieuwe vorm van stagflatie, die niet aangestoken zal worden door hogere olieprijzen, maar nu al sluimert onder de oppervlakte van de eigen economie. De snelle vergrijzing en ontgroening van de (beroeps)bevolking zal, bij ongewijzigd beleid, vanaf 2010 de beroepsbevolking decimeren. Enkele jaren uitstel is mogelijk als de regering erin slaagt de 55-plussers, die nu nauwelijks nog aan de slag zijn, langer aan het werk te houden. Het gaat om de uitgebreide babyboomgeneratie die nu droomt van haar pensioen. Zet ze die droom morgen om in realiteit, dan wordt dat een nachtmerrie voor de economie. Een krimpende beroepsbevolking haalt de economische groei onderuit en voedt de inflatie. Ouderen hebben een lagere spaarquote, terwijl er minder mensen voor de gevraagde goederen en diensten kunnen zorgen. De schaarser wordende actieven zien hun onderhandelingspositie versterkt om hogere lonen te eisen. Een nieuwe loonprijsspiraal staat ons te wachten, en een nieuwe vorm van stagflatie: rolstoelstagflatie. De regering kan deze tikkende tijdbom neutraliseren als ze de moed heeft om ook zure maatregelen te nemen die meer mensen aan het werk zetten en houden. Daan Killemaes