Waarom is het ene land welvarend en het andere land veel minder ontwikkeld? In het boek Why Nations Fail proberen de Amerikaanse professoren Daren Acemoglu en James Robinson een antwoord te geven op die laatste vraag. Zij gaan daarbij niet over één nacht ijs, maar vertrekken vanuit evoluties van honderden jaren geleden, om vast te stellen dat er eigenlijk geen noemenswaardig geografisch of cultureel of historisch determinisme bestaat. Naties zijn met andere woorden niet per definitie voorbestemd om arm of rijk te worden of te blijven. De voorbeelden die de auteurs daarbij aanhalen, bestrijken de hele wereld: Noord- versus Zuid-Amerika, Engeland en Duitsland versus grote delen van Afrika.
...

Waarom is het ene land welvarend en het andere land veel minder ontwikkeld? In het boek Why Nations Fail proberen de Amerikaanse professoren Daren Acemoglu en James Robinson een antwoord te geven op die laatste vraag. Zij gaan daarbij niet over één nacht ijs, maar vertrekken vanuit evoluties van honderden jaren geleden, om vast te stellen dat er eigenlijk geen noemenswaardig geografisch of cultureel of historisch determinisme bestaat. Naties zijn met andere woorden niet per definitie voorbestemd om arm of rijk te worden of te blijven. De voorbeelden die de auteurs daarbij aanhalen, bestrijken de hele wereld: Noord- versus Zuid-Amerika, Engeland en Duitsland versus grote delen van Afrika. Bepalend voor welvaart en vooruitgang is vanuit hun analyse vooral de kwaliteit van de instellingen en van de politiek, die gericht dient te zijn op inclusie, op betrokkenheid van een zo groot mogelijke basis, op participatie en pluralisme in de samenleving. Het tegenovergestelde, exclusie of uitsluiting, legt de exclusieve politieke macht bij één bepaalde zogenaamde elite, die er alles aan zal doen om haar macht te behouden en elke verandering, elke vorm van creatieve destructie ziet als een bedreiging, vooral voor zichzelf. Ook Congo wordt als voorbeeld aangehaald. De macht en de onafhankelijkheid werd er in 1960 weliswaar overgedragen, maar in feite werd de ene elite gewoon vervangen door een andere elite, die evengoed of nog meer misbruik maakte van haar gezag om zichzelf te verrijken ten nadele van de meerderheid van de inwoners. De wereldgeschiedenis van de feodale tijden tot vandaag is één aaneenschakeling van al dan niet gemiste kansen die het leven van miljoenen mensen over de eeuwen heen fundamenteel hebben bepaald. De Engelse industriële revolutie en de Franse Revolutie maakten in de zeventiende en de negentiende eeuw een einde aan de elitaire macht van monarchen en openden zo de weg naar verlichting, democratie en een inclusieve, breed gedragen economie. Zo werd het voor zeer velen mogelijk zelf te ondernemen en zelf eigendom te verwerven zonder het risico dat deze bezittingen weer zouden worden aangeslagen. Een groot gedeelte van onze welvaart hebben wij dus te danken aan vooruitstrevende ideeën uit die tijd. Daarbij speelt het centrale, democratisch verkozen gezag een cruciale rol door ervoor te zorgen dat de naleving van de rechten en plichten van alle burgers en bedrijven correct wordt ingevuld. Een goed functionerende overheid blijkt dus van groot belang te zijn voor een gezonde, brede en duurzame economische ontwikkeling. Zoals er geen determinisme was in het verleden, zo zal onze welvaart ook in de toekomst niet automatisch verworven blijven. Verandering en bijsturing is vereist. Wij zijn ons wellicht te weinig bewust van de mogelijke analogie met het verleden. De zeer hoge staatsschuld -- nu meer dan 100 procent van het bbp -- en het bijzonder hoge, almaar stijgende jaarlijkse overheidsbeslag -- nu meer dan 53 procent van het bbp -- zijn daarbij in dit land zeker een groot probleem. Eerst en vooral omdat ondernemen meer en meer wordt ontmoedigd als het almaar minder zeker is dat het resultaat van de inzet morgen niet nog meer wordt 'wegbelast'. Ten tweede omdat dit overheidsbeslag niet gepaard gaat met een hoge efficiëntie, getuige de werking van justitie of van het migratiebeleid. Wij scoren op vele domeinen een grote onvoldoende. En ook de volgende staatshervorming betekent geen echte doorbraak. Grote hervormingen worden niet meteen getoetst aan welke kassa nu bijvoorbeeld het kindergeld mag uitkeren, maar wel aan het feit of er meer directe verantwoording wordt afgelegd bij de kiezers, én over de inkomsten én over de uitgaven. Onze politieke cultuur laat dat alsnog veel te weinig toe en koestert dotaties, versnipperingen, vergrendelingen en bijzondere meerderheden. Dat werkt exclusief en verlammend voor noodzakelijke hervormingen. Gezien inclusieve instituties de sleutel vormen tot economisch succes en duurzame welvaart kan men zich afvragen of het bewust afblokken en uitstellen van creatieve veranderingen geen even grote bedreiging vormt voor onze welvaart als de eurocrisis. De auteur is expert in bestuur van vennootschappen en gasthoogleraar aan de KU Leuven.JOHN DEJAEGEROnze welvaart zal niet automatisch verworven blijven. Continue verandering en bijsturing is vereist.