Begin 2007 kochten Marc en Cindy een woning. Daarvoor sloten ze een hypothecair krediet van 200.000 euro af. Ze leenden tegen een vaste rentevoet van 4,5 procent en betalen het geleende bedrag terug op een termijn van twintig jaar, met maandelijkse aflossingen van 1255,58 euro. Zes jaar later hebben ze 30.000 euro bij elkaar gespaard. Ze vragen zich nu af wat ze met dat bedrag het beste kunnen aanvangen: ofwel het op hun spaarboekje laten staan, ofwel er hun lening gedeeltelijk mee afbetalen.
...

Begin 2007 kochten Marc en Cindy een woning. Daarvoor sloten ze een hypothecair krediet van 200.000 euro af. Ze leenden tegen een vaste rentevoet van 4,5 procent en betalen het geleende bedrag terug op een termijn van twintig jaar, met maandelijkse aflossingen van 1255,58 euro. Zes jaar later hebben ze 30.000 euro bij elkaar gespaard. Ze vragen zich nu af wat ze met dat bedrag het beste kunnen aanvangen: ofwel het op hun spaarboekje laten staan, ofwel er hun lening gedeeltelijk mee afbetalen. Kiezen ze ervoor om de 30.000 euro op hun spaarrekening te laten staan, dan moeten ze al erg goed zoeken om er een te vinden die meer dan 2 procent intrest per jaar opbrengt. Als we er gemakshalve van uitgaan dat de rente ongewijzigd blijft gedurende de volgende veertien jaar -- de termijn waarbinnen ze hun lening aflossen -- dan groeit hun 30.000 euro in die periode aan tot 39.584,36 euro. Een spaarrekening heeft een belangrijk voordeel: het geld is permanent beschikbaar, bijvoorbeeld voor het geval dat Marc en Cindy een nieuwe wagen nodig hebben. En als ze het geld wat langer kunnen missen, is het een optie het bedrag tijdelijk vast te zetten op een kasbon of een termijnrekening. Daarop kunnen ze wellicht een hoger rendement dan 2 procent per jaar krijgen. Na zes jaar moeten Marc en Cindy nog 157.178,28 euro aan kapitaal aflossen. Als ze hun 30.000 euro gebruiken om hun hypothecaire krediet gedeeltelijk terug te betalen, zou het bedrag van hun nieuwe lening gelijk zijn aan 157.178,28 euro - 30.000 euro spaargeld = 127.178,28 euro. Lenen ze die som over de resterende termijn van veertien jaar tegen dezelfde voorwaarden als die van het oude krediet (een vaste rentevoet van 4,5 % en een gelijke maandlasten), dan bedragen de maandelijkse aflossingen 1015,93 euro. Elke maand besparen ze dus 239,65 euro tegenover het vroegere maandbedrag van 1255,58 euro. In veertien jaar tijd maken ze zo 40.260,75 euro winst. Als Marc en Cindy het bespaarde bedrag van 239,65 euro elke maand op een spaarboekje zetten, hebben ze bij een rentevoet van 2 procent na veertien jaar 46.433,49 euro vergaard. Dat is 6849,13 euro meer dan in het eerste scenario. Omdat ze hun oude lening laten omzetten in een nieuwe, moeten Marc en Cindy wel een zogenoemde wederbeleggingsvergoeding afdragen aan hun bank. Die komt overeen met drie maanden intrest op het vervroegd terugbetaalde gedeelte (dus 30.000 euro), of 330,73 euro. De uiteindelijke besparing bedraagt daardoor 6518,40 euro. "Je kunt dat tweede scenario ook zien als een interessant alternatief voor een klassieke belegging", zegt Pedro Stevens van de financiële blog Teljecenten.be. "In het geval van Marc en Cindy groeit het oorspronkelijke spaarbedrag van 30.000 euro in veertien jaar uit tot 46.102,76 euro (46.433,49 - 330,73 euro wederbeleggingsvergoeding). Dat komt overeen met een jaarlijks rendement van 3,12 procent. Dat is meer dan de 2 procent die de betere spaarboekjes momenteel opbrengen. Bovendien kunnen ze elke maand beschikken over 239,65 euro extra." Maar een hypothecair krediet vervroegd afbetalen met spaargeld is niet altijd voordeliger. Net zoals bij elke beleggingsbeslissing moeten Marc en Cindy eerst uitmaken of ze het spaargeld kunnen missen. Daarnaast zijn er een heleboel factoren die bepalen welk scenario het beste is. Hoe groter de kloof tussen de rentevoeten van de lening en die van het spaarboekje is, hoe meer voordeel Marc en Cindy uit een vervroegde aflossing kunnen halen. Maar de intresten van spaarrekeningen kunnen op elk moment wijzigen, en als ook de rentevoet van hun lening variabel is, wordt het wel erg moeilijk om de knoop door te hakken. Ook het uitstaande bedrag van het krediet, de resterende looptijd ervan en het spaarbedrag spelen een rol. Bovendien moet de inflatie nog eens worden meegeteld, maar de evolutie daarvan valt -- net zoals die van de rentestanden -- op lange termijn onmogelijk te voorspellen. En dan is er het fiscale aspect. Door hun hypothecaire krediet hebben Marc en Cindy ieder recht op een belastingaftrek van 2260 euro per jaar (bedrag geldig voor het inkomstenjaar 2013). Dat basisbedrag wordt verhoogd met 750 euro per medelener gedurende de eerste tien jaar van de lening, en nog eens met 80 euro extra als ze op 1 januari 2014 minstens drie kinderen ten laste hebben. Marc en Cindy hebben twee kinderen, waardoor hun totale fiscale voordeel jaarlijks 6020 euro -- of (2260 + 750 euro) x 2 -- bedraagt. Hun exacte belastingvoordeel wordt berekend tegen de zogenoemde marginale belastingvoet, vermeerderd met de gemeentelijke opcentiemen. Bij een marginaal tarief van 50 procent en een gemeentebelasting van 8 procent bedraagt het aftrekpercentage 54 procent. Als Marc en Cindy dus ieder 3010 euro aangeven en als ze tegen het hoogste tarief worden belast, levert de woonbonus hen een maximaal voordeel op van 3010 euro x 54 procent = 1625,40 euro per persoon. Samen besparen ze zo 3250,80 euro belasting per jaar. Als ze hun lening vervroegd aflossen, bestaat de kans dat ze een deel van dat fiscale voordeel verliezen. Omdat in het elfde jaar van de lening -- dus in 2018 -- de verhoging van 750 euro per jaar wegvalt, kan het wel de moeite lonen dat jaar een vervroegde aflossing te overwegen. In 2014 wordt de bevoegdheid over de woonbonus echter overgeheveld van de federale naar de gewestelijke overheid, zodat het afwachten is hoe dat voordeel in 2018 wordt geregeld. Wordt het hypothecaire krediet van Marc en Cindy gedeeltelijk gewaarborgd door een mandaat, dan is het doorgaans beter dat deel vervroegd terug te betalen. Dat krediet levert voor de kapitaalaflossingen geen fiscaal voordeel op. ROEL VAN ESPENHoe groter de kloof tussen de rentevoet van het krediet en die van het spaarboekje is, hoe voordeliger een vervroegde aflossing is.