De ministerraad heeft het uitrustingsplan goedgekeurd dat ervoor moet zorgen dat België ook in de toekomst voldoende nieuwe elektriciteitsproductie heeft om de bevoorrading te garanderen. Of het haalbaar is, is af te wachten. The proof of the pudding is in the eating. Blijkbaar is in het plan opgenomen -- al kennen we de details nog niet -- dat België in de toekomst geen kernenergie meer produceert, maar gaat voor een combinatie van duurzame energie en gasproductie. Op zich zijn dat twee energiebronnen die elkaar goed kunnen aanvullen. De bouw van flexibele gascentrales is relatief goedkoop, maar de brandstof is dat niet. De werkingskosten van een nieuwe gascentrale schommelen rond 60 euro per megawattuur, terwijl die van een afgeschreven kerncentrale minder dan de helft bedragen.
...

De ministerraad heeft het uitrustingsplan goedgekeurd dat ervoor moet zorgen dat België ook in de toekomst voldoende nieuwe elektriciteitsproductie heeft om de bevoorrading te garanderen. Of het haalbaar is, is af te wachten. The proof of the pudding is in the eating. Blijkbaar is in het plan opgenomen -- al kennen we de details nog niet -- dat België in de toekomst geen kernenergie meer produceert, maar gaat voor een combinatie van duurzame energie en gasproductie. Op zich zijn dat twee energiebronnen die elkaar goed kunnen aanvullen. De bouw van flexibele gascentrales is relatief goedkoop, maar de brandstof is dat niet. De werkingskosten van een nieuwe gascentrale schommelen rond 60 euro per megawattuur, terwijl die van een afgeschreven kerncentrale minder dan de helft bedragen. Tegelijk stelt de regering dat de kosten niet te veel mogen stijgen, want anders komt onze zware industrie in het gedrang. Dat die uitgaven fors in de hoogte gaan als je je oude, vervuilende productiepark, dat voor een belangrijk deel bestaat uit steenkool- en kerncentrales, volledig vervangt, begrijpt iedereen. Hoe de regering er dan voor gaat zorgen dat de groothandelsprijs niet stijgt, is een raadsel. Er zijn slechts twee manieren om daarin te slagen: de sector financieel ondersteunen -- lees: structureel subsidiëren, maar dat is op lange termijn geen houdbare zaak -- of het energieverbruik fors terugdringen, onder meer door afscheid te nemen van de zware industrie. Het argument om nieuwe gascentrales tijdelijk te subsidiëren is dat de groothandelsprijs voor elektriciteit in jaren niet zo laag is geweest. Des te verrassender is de verklaring van staatssecretaris voor Energie, Melchior Wathelet (cdH), dat hij niet dezelfde fout wil maken als met de groene energie. Zijn stelling is dat er geen rekening wordt gehouden met de stijgingen van de elektriciteitsprijs, alleen vergeet hij erbij te zeggen dat er de voorbije vijf jaar alleen maar dalingen zijn geweest. In principe is het een goed idee de subsidie afhankelijk te maken van de groothandelsprijs, maar dan dient hij wel te beseffen dat de groenestroomsector op dit ogenblik een stuk meer subsidie moet krijgen. Dat is trouwens ook hard nodig als je luistert naar de onheilsberichten over groenestroombedrijven als Electrawinds, die overleven bij de gratie van hun politieke vrienden en hun investeringsvehikels. Men gaat er ook aan voorbij dat de zware industrie nu al moet concurreren met de goedkope Amerikaanse stroom die wordt opgewekt met schaliegas. Dat voor gas wordt gekozen als snelle, flexibele reservecapaciteit is gewoon logisch, maar gascentrales kiezen als basislastcentrales is dat veel minder. Gascentrales zijn niet duurzaam en de spread -- het verschil tussen de productie van elektriciteit met gas en de prijs die je krijgt voor de opgewekte energie -- is vandaag negatief, zodat er geen rendabiliteit valt te behalen. Alleen in combinatie met warmtekrachtkoppeling kom je aan waarden die wel te rechtvaardigen zijn. Waarom kijkt de regering dan niet wat verder met haar wens om zes jaar lang subsidie te geven aan nieuwe gascentrales door ook voorwaarden aan zo'n subsidie te verbinden? Het is ook geen geruststellende gedachte dat de bevoegde staatssecretaris in een reactie zei dat dit het beste plan was dat hij heeft gezien. Het biedt geen oplossing voor een duurzame energiehuishouding en men kan zich afvragen hoe men de 60 procent basislast van kernenergie -- inclusief de import uit Frankrijk -- gaat vervangen. Wil men voortgaan zonder kernenergie, dan bestaat een van de fundamentele keuzes erin minder energie te produceren. Daarvoor moeten we dus ons economische model opgeven, dat streeft naar een stabiele jaarlijkse groei van minstens 2 procent. Dat die keuze haaks staat op de jaarlijkse begroting, zal die ingreep er niet gemakkelijker op maken. Net zoals met de eerste beslissing om 1000 megawatt kernenergie tien jaar langer aan te houden, komt men wellicht na 2020 tot de slotsom om de resterende kerncentrales, als dat technisch mogelijk is, ook tien jaar open te houden. Tenminste, als men nog een industrie wil overhebben. De auteur is gedelegeerd bestuurder van NPG energy. ANDRÉ JURRESHoe de regering ervoor gaat zorgen dat de groothandelsprijs van elektriciteit niet stijgt, is een raadsel.