De wereld heeft dit jaar veel ervaring moeten opdoen met lockdowns. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) maakte de analyse. We vatten de bevindingen samen in deze zeven economische wetten van lockdowns.
...

De wereld heeft dit jaar veel ervaring moeten opdoen met lockdowns. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) maakte de analyse. We vatten de bevindingen samen in deze zeven economische wetten van lockdowns. Om de verspreiding van het covid-19-virus in te dijken namen de meeste landen in het voorjaar hun toevlucht tot vaak heel strikte lockdowns. De analyse van het IMF laat niets aan de verbeelding over: hoe strenger de lockdown, hoe groter de impact op de economie. Lockdowns ondermijnen de bestedingen, de investeringen, de industriële productie en de werkgelegenheid. Bijna niets of niemand blijft erdoor gespaard. Landen met milde lockdowns kwamen er vanaf met een daling van het bruto binnenlands product (bbp) van ongeveer 5 procent in de eerste jaarhelft. De landen met de strengste lockdowns zagen hun economie krimpen met 15 procent of meer. De zware recessie van het voorjaar is niet alleen te wijten aan de lockdowns. Onze spontane gedragswijzigingen zijn mogelijk nog schadelijker voor de economie. Uit schrik om besmet te raken beperken heel wat mensen vrijwillig hun sociale contacten. Ze werken zo veel mogelijk thuis en beperken het bezoek aan winkels, de horeca en evenementen. Mensen blijven dat doen, zolang ze het risico op besmetting als te hoog bestempelen. Vooral in de westerse economieën hebben die vrijwillige lockdowns een grote impact op de economie. Veel werknemers hebben er de mogelijkheid thuis te werken, de spaarreserves van de burgers zijn vaak groot en de overheid kan een breed vangnet spannen om inkomensverlies op te vangen.Het IMF schat dat de schrikreflex voor het virus, en het bijbehorende aangepaste gedrag, een grotere negatieve impact heeft op de economie dan een lockdown. Dat bevestigt de stelling dat de economie niet zozeer wordt lamgelegd door de maatregelen om het virus in te dijken, maar dat vooral de schrik voor het virus de grote boeman van onze welvaart is. Een strikte lockdown zorgt na dertig dagen voor een daling van de infecties met 40 procent. Dat effect wordt zichtbaar na twee weken, wat overeenkomt met de incubatietijd van covid-19. Door de vertraagde impact op de volksgezondheid benadrukt het IMF dat het cruciaal is snel in te grijpen. Landen die een lockdown invoerden toen het aantal besmettingen nog laag was, plukten daar maandenlang de vruchten van. Landen die later ingrepen, kampten met veel hogere besmettingscijfers. Lockdowns zijn dus een investering in de volksgezondheid door de kwetsbare groepen te beschermen tegen besmetting. De meeste landen volgden in het voorjaar in grote lijnen het volgende patroon. Eerst werd reizen aan banden gelegd, dan gingen de scholen dicht, dan werden evenementen verboden, dan werden werkplekken gesloten, daarna werd het openbaar vervoer stilgelegd en ten slotte moest iedereen thuis blijven. Maar welke maatregelen leverden de beste resultaten op tegen de laagste economische kostprijs? Dat is moeilijk in te schatten, maar kies voor strenge lockdowns, zegt het IMF. De extra schade van een volwaardige lockdown is beperkt, precies omdat veel mensen toch al vrijwillig de sociale afstand bewaren. De extra opbrengst van een strikte lockdown voor de volksgezondheid is wel groot. Het IMF kwam tot de conclusie dan een milde lockdown de verspreiding van het virus onvoldoende afremt, omdat er te veel contacten en mogelijke broeihaarden overblijven. Beleidsmakers kiezen daarom beter voor een relatief korte maar strenge lockdown, dan voor een langdurige milde lockdown. Die analyse kan veranderen als de overheid erin slaagt het aantal infecties te beperken met andere maatregelen, zoals een efficiënt contactonderzoek en bronopsporing. Maar de cijfers bewijzen dat we daar voorlopig niet in slagen.Het IMF hamert er daarom op de efficiëntie van doelgerichte maatregelen te onderzoeken in vergelijking met de botte bijl van een lockdown, zoals indooractiviteiten beperken en besmette personen isoleren. Dat is een verrassende conclusie van het IMF. Lockdowns betekenen niet noodzakelijk dat de economie wordt opgeofferd om de volksgezondheid te redden. Omdat een oplopend aantal besmettingen hoe dan ook een grote negatieve impact op de economie heeft, kan een lockdown de weg naar een sneller economisch herstel plaveien door de besmettingscurve neer te slaan. Mensen voelen zich comfortabeler om hun oude bestedings- en werkgewoonten te hervatten als het risico op besmetting voldoende geweken is. Het virus laten circuleren heeft ernstige economische gevolgen. De kosten van een lockdown op korte termijn kunnen worden gecompenseerd door een hogere economische activiteit op lange termijn, waarbij het nettoresultaat positief kan zijn voor de economie. Het IMF wijst er wel op dat verder onderzoek nodig is om die conclusie te staven. Bovendien wordt in deze analyse geen rekening gehouden met belangrijke neveneffecten van een lockdown, zoals de impact op de mentale volksgezondheid en de beperking van het onderwijsmogelijkheden. Het Westen kende een beter dan verwacht herstel na de lockdowns van het voorjaar, maar lijkt de voorbije maanden in de val van zelfgenoegzaamheid en een te zachte aanpak te zijn getrapt. We dreigen daarvoor een hoge prijs te betalen. Onze welvaart hangt aan het touwtje van de coronacrisis. Het contrast met Azië is groot. China bleef wel agressief het virus indijken, met als resultaat dat de Chinese economie de coronacrisis grotendeels achter zich heeft gelaten. De conclusie is duidelijk: zolang het virus circuleert, is een volledig economisch herstel uitgesloten. Het IMF waarschuwt er daarom voor ons niet te snel te verlossen van een lockdown of andere beperkte maatregelen, zeker als het aantal besmettingen nog relatief hoog is. Het IMF adviseert ook de steunmaatregelen voor de economie niet te snel af te bouwen. Een lockdown raakt niet iedereen even hard. Mobiliteitsgegevens uit verschillende Europese landen, aangeleverd door de operator Vodafone, tonen aan dat vooral vrouwen meer thuis bleven toen de maatschappij gedeeltelijk op slot ging. Vooral het sluiten van de scholen heeft een grote impact op de mobiliteit van vrouwen. Het IMF zegt dat dat wellicht te wijten is aan de nog altijd disproportioneel grote rol die vrouwen spelen bij de opvang van kinderen. Dat kan hun tewerkstellingskansen tijdens de crisis in gevaar brengen. Ook jonge werknemers leveren relatief meer mobiliteit in bij een lockdown, wat verontrustend is omdat zij meer afhankelijk zijn van een arbeidsinkomen en vaak werken met een tijdelijk contract, dat makkelijk opzegbaar is. Het IMF pleit daarom voor doelgerichte maatregelen, zoals hogere uitkeringen voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt en steun voor ouderschapsverlof.