De teerlingen zijn geworpen. Uit een brede lijst van meer dan 25 namen hebben de redacteurs van Trends, de bestuursleden van de Vlaamse Management Associatie (VMA), executive searchers en oud-Managers van het Jaar tien kandidaten voor de Manager van het Jaar 2003 geselecteerd.
...

De teerlingen zijn geworpen. Uit een brede lijst van meer dan 25 namen hebben de redacteurs van Trends, de bestuursleden van de Vlaamse Management Associatie (VMA), executive searchers en oud-Managers van het Jaar tien kandidaten voor de Manager van het Jaar 2003 geselecteerd. Op de volgende bladzijden vindt u een portret van de tien kandidaten, samen met een stemkaart (blz. 43). Steekt er geen stemkaart meer in uw Trends, dan kunt u nog altijd elektronisch uw stem uitbrengen, via de website www.trends.be. De drie kandidaten die de meeste stemmen halen, worden daarna door een jury van Trends-journalisten, VMA-bestuursleden, executive searchers en oud-Managers van het Jaar beoordeeld. Dit kiescollege wijst de uiteindelijke winnaar aan. In Trends van 18 december zullen we de kandidaten die uw voorkeur kregen nog eens bondig toelichten. De naam van de uiteindelijke laureaat wordt bekendgemaakt op woensdag 7 januari 2004. Een uitgebreid verslag over de nieuwe Manager van het Jaar vindt u in Trends van 8 januari 2004. Zoals u ongetwijfeld zult merken, hebben de kandidaten zich de voorbije twaalf maanden onderscheiden door een opvallende turnaround, een doorgedreven expansie of een opmerkelijke innovatie, door een uitmuntende balans, een strategische vernieuwing, een beurssucces of een combinatie van deze factoren. Hun nominatie is geen garantie voor blijvend succes, wel een ernstige aanwijzing dat deze kandidaten en hun bedrijf een waardevolle bijdrage aan de Vlaamse economie hebben geleverd en ook in de toekomst die voortrekkersrol zullen blijven spelen. De grootste chocoladefabriek ter wereld staat in Wieze. Ruim anderhalf jaar al wordt het chocolade-imperium Barry Callebaut geleid door de Vlaming Patrick De Maeseneire (45). Vijf continenten reisde de nieuwe CEO af om zijn strategisch plan uiteen te vouwen. Op dat lijstje prijken vijf prioriteiten: winst en beurskoers verhogen, chocoladeproducten maken voor concerns als Mars en Nestlé (die dat vandaag zelf doen), de kosten bewaken in Wieze en de overige 32 fabrieken, de Amerikaanse markt overheersen via een nieuwe fabriek aan de westkust en cacaoplanters zoeken buiten het roerige Ivoorkust. "De winst moet de volgende twee jaar met ten minste 50 % groeien en dan zal de beurskoers wel gelijklopend stijgen," hoopt de CEO. Barry Callebaut moet zichzelf beter verkopen bij de analisten. De Maeseneire jaagt op de premie die betaald wordt voor marktleiders. Momenteel is 70 % van Barry Callebaut in handen van het Zwitserse Jacobs AG. Die groep wilde de taken van voorzitter en CEO splitsen met het oog op deugdelijk bestuur. CEO Andreas Schmid werd voorzitter, De Maeseneire CEO. Jacobs AG is ook voor 16 % aandeelhouder van uitzendconcern Adecco, de vorige werkgever van de CEO. Industrieel Klaus Jacobs wist wat De Maeseneire deed in België, Nederland en New York voor Adecco en besefte dat een Belg de aangewezen specialist is voor chocolade. Bovendien heeft De Maeseneire het noodzakelijke internationale profiel. Een Oost-Vlaming uit Aalst die een beursgenoteerde KMO uit West-Vlaanderen leidt? En toch loopt het goed. In april 2003 nam Clement De Meersman (52) voor Deceuninck PlasticsThyssen Polymer over. Daarmee kocht Deceuninck zich vooral een positie in de grootste bouwmarkt van Europa. Prompt werd het bedrijf wereldwijd nummer één in de sector van pvc-bouwmaterialen. De Meersman is sinds 1994 topman bij Deceuninck. Onmiddellijk sneed hij er in de kosten, schoof hij in het productengamma en zette hij de internationale expansie voort. Eerste belangrijke tussenstop in de strategie die een omzet van 500 miljoen euro tegen 2004 vooropstelt, was de overname van Dayton Technologies in 1995. Daarmee werd Amerika's derde marktspeler in pvc-profielen ingelijfd. De overnames volgden elkaar op en sinds de recente expansie in Duitsland is Deceuninck absolute marktleider met naar eigen zeggen 12 tot 13 % van de wereldmarkt. Die ambitieuze koers betekent nog niet dat De Meersman geboekstaafd kan worden als een lefgozer. Kennissen noemen hem ook een man zonder franjes, no-nonsense, gedecideerd. Zijn grootste verdienste? De afgelopen jaren heeft hij onomstootbaar bewezen cultuurverschillen te kunnen omsmeden tot een virtuele eenheid onder een West-Vlaamse eenheidsvlag in Hooglede-Gits. Integratiemanagement is geen lege doos: sinds de komst van De Meersman deed Deceuninck zowat elke twee jaar een belangrijke acquisitie. Een ingenieur met een zakelijk instinct. Zo karakteriseerden we de chief technology manager van Alcatel, Martin De Prycker (48), bij zijn overstap naar Barco in februari 2002. Bij AlcatelBell had de ingenieur, doctor in de informatica en MBA'er winst-en-verliesverantwoordelijkheid voor de divisie internettoegang. De huidige gedelegeerd bestuurder van Barco is een allrounder. Tussen 1996 en 2000 loodste hij Alcatel op eigen kracht en een reeks acquisities naar het wereldmarktleiderschap in ADSL. Bij Barco legde hij de lat op een verdubbeling van de omzet in vijf jaar. Zijn sport is squash. Vinnig en beweeglijk, zo wil hij ook Barco. Hij begon met quickwins, zoals het terugdringen van de voorraad, snellere inning en een beperkte personeelsvermindering om de kaspositie te verbeteren. Kordaat stootte hij de zwakke grafische afdeling af. Charmant en slim is zijn blik gericht op de lange termijn. In beeldverwerking schrapt hij een managementniveau om met zestien wakkere eenheden te werken. De complexe productie-infrastructuur stroomlijnt hij tot vestigingen in Poperinge en Tsjechië. Met de overname van de lightemittingdiode-afdeling ( LED) van Translux-West in de VS en van LED-bouwer Leyard Technologies in China koopt hij middelen om Barco's succes in LED-oplossingen te verzilveren. Voorlopig houden de conjunctuur en de dollarkoers een omzetverdubbeling af. Maar de institutionelen zien dat het goed is, ze stuwen het aandeel omhoog. Zou Opel Belgium in Antwerpen nog bestaan hebben zonder Eddy Geysen? De 56-jarige Lierenaar verwijst naar zijn 5400 medewerkers, die het hem mogelijk maken met cijfers in de hand zijn zaak te bepleiten op het hoogste niveau bij 's werelds grootste wagenbouwer General Motors. Onder leiding van Geysen werd in 2001 niet alleen de sluiting afgewend, maar wordt vanaf 1 januari 2004 ook het nieuwe model Astra geproduceerd en is de fabriek op weg om nog een vierde model binnen te halen. De licentiaat vertaler-tolk werkt sinds 1970 bij GM. Hij belandde er op de aankoopdienst en trok in 1983 naar het Duitse moederbedrijf Adam Opel, als manager aankoop elektrische onderdelen. Na een tussenstop in Antwerpen (1987-1989), klom hij op in de aankoopdienst. In 1993 werd hij vice-president GM Europe Purchasing. Zijn nuchtere aanpak, creativiteit en drang om voortdurend te verbeteren, maakten ook daar indruk. Toen hij terug naar België wilde, creëerde GM Europe speciaal voor hem de functie vice-president European Union Affairs. Naast de relaties met de Europese Unie coördineert hij vanuit de Antwerpse fabriek ook alle activiteiten in België, een combinatie die in de autowereld niet gebruikelijk is. Sinds 1997 is Geysen ook een van de vier niet-Duitse leden van de Adam Opel AG Supervisory Board, die de leden van de raad van bestuur van Adam Opel benoemt en ontslaat. Hij zetelt ook al tien jaar in de Strategy Board van GM Europe. Voor het vijfde jaar staat Aloïs Michielsen (61) aan het roer van het Belgische chemie- en farmaconcern Solvay. Onverstoorbaar zet hij de inspanningen voort om de groep minder gevoelig te maken voor de grillen van de markt en de conjunctuur. Zijn recept is gebaseerd op het uitbouwen van de farmatak en het streven naar marktleiderschap in de kunststoffen- en chemiedivisies. In 2002 verwierf Solvay de Italiaanse fluorproducent Aussimont. Die strategische overname moest de groep in 2003 wel even doorslikken, maar de integratie verloopt volgens schema. Bovendien kijkt het concern uit naar de nakende lancering van twee belangrijke geneesmiddelen. Dat leidt, zoals de jongste kwartaalresultaten suggereren, nog niet tot de hoge winstcijfers van 2002, maar laat wel toe om stand te houden op het niveau van 2001. De huidige topman is de eerste die niet stamt uit de families die de aandelen van Solvay controleren. Om die reden staat Aloïs Michielsen ook niet graag in de schijnwerpers. Nog steeds opereert hij voor de strategiezetting van Solvay in tandem met baron Daniël Janssen, zijn voorganger als gedelegeerd bestuurder. Dat Michielsen een bijzonder baasje is, blijkt ook uit zijn curriculum. Eigenlijk was hij voorbestemd om het familiebedrijf Miko te leiden. Hij trad echter niet in vaders voetsporen, maar koos voor de moeilijke weg. Na ingenieursstudies, een economiediploma en een MBA in Chicago, belandde hij in Brussel bij Solvay. Terwijl de bouwsector kreunde in de recessiejaren 2001 en 2002, hield toeleverancier Reynaers Aluminium meer dan behoorlijk stand. Het bedrijf, gespecialiseerd in aluminium profielen, haalde een rendement op het eigen vermogen van respectievelijk 10 % en 8 %. Een puike prestatie voor CEO Martine Reynaers, die sinds 1983 actief is in het familiebedrijf. Al decennia timmert de KMO uit Duffel aan een hechte relatie met een netwerk van Europese aluminiumplaatsers. Twee derde van de omzet (93 miljoen euro in 2002) komt van de export. De bekroning van die solide relaties in twintig landen wordt de opening van het Reynaers Institute begin 2004. Daar krijgen personeel en klanten opleidingen over de nieuwste ontwikkelingen op de aluminiummarkt. Niet alleen zakelijk maakt Martine Reynaers haar huiswerk. Ze kent haar netwerken, met bestuursmandaten bij de Gimv en het Vlaams Economisch Verbond. In 2001 schoof zij even aan bij de toenmalige CVP, als lid van de raad voor de organisatorische vernieuwing van de partij. Een oefening die ze snel voor bekeken hield. De KMO, voor 100 % gecontroleerd door moeder Maria en de tweede generatie Reynaers, vormt een schoolvoorbeeld van professioneel management. In het vijfkoppige managementcomité is Martine de enige vertegenwoordiger van de familie. De helft van de leden van de raad van bestuur is onafhankelijk. Zelfs de opvolging wordt ruim voortijdig voorbereid met een heuse jongerenraad van bestuur. Ivan Sabbe (43) is een rasechte overlever. Een eerste maal werd hij zwaar op de proef gesteld toen vader Jan in 1977 bij een verkeersongeval om het leven kwam. Samen met zus Cathy en broer Michel loodste de piepjonge Ivan het familiale tapijtenbedrijf Prado door die crisis. Ruim tien jaar later verkocht de familie de tapijtengroep aan Associated Weavers. Daarna werd Ivan Sabbe, die afstudeerde als Diplomingenieur in Duitsland en een MBA behaalde aan de Northwestern University of Chicago, aangezocht om het concept van de Duitse harddiscounter Lidl in België te introduceren. Nog voor de West-Vlaming zijn eerste winkel had geopend, werd hij al gecounterd door de verzamelde middenstand, die ervoor zorgde dat de wet op de handelsvestigingen werd verstrengd. Een zware strop voor Sabbe, die meteen aan zijn winkelconcept begon te sleutelen. Zonder een prijzenoorlog uit te lokken, slaagde hij erin met Lidl bestaansrecht te verwerven naast grote concurrent Aldi. Al meer dan 200 keer mocht Sabbe het lintje doorknippen. Vorig boekjaar werd de omzet afgeklokt op ruim 550 miljoen euro, waarop een winst voor belasting werd behaald van ruim 6 %. Het aantal medewerkers liep op tot meer dan 2000. De prestaties van de bestuurder bij Fedis en Voka Oost-Vlaanderen bleven ook niet onopgemerkt bij het Duitse moederbedrijf, want de fervente fietsliefhebber werd van dichtbij betrokken bij de opstart van het concept in Nederland, Tsjechië, Finland en Zweden. Christian Van Thillo (41), de Antwerpse glamour boy met een vlotte, op Amerikaanse leest geschoeide managementstijl, heeft niet stilgezeten in 2003. Deze zomer nam hij met zijn Waalse sectorgenoot Rossel ( Le Soir) de Franstalige zakenkrant L'Echo over. Hij verwierf 33 % in de Nederlandse krant Het Parool, lanceerde drie stadsmagazines en pakt straks uit met een glamourblad. Sinds kort zetelt hij in de raad van bestuur van Europa's grootste mediareus, Bertelsmann, als tweede Belg naast Gilles Samyn, rechterhand van Albert Frère. Stapsgewijs puzzelt hij zijn strategische plaatje in elkaar. In september ondertekende hij met VRT, VT4, Interkabel en Telenet het samenwerkingsakkoord Vlaanderen Interactief. Dat moet het toegangskaartje opleveren voor de kijkkast van de toekomst, interactieve digitale tv, een rendez-vous waarop zijn audiovisuele afdeling (de Vlaamse Mediamaatschappij, waarin hij samen met Roularta Media Group 50 % bezit) niet mag ontbreken. De gedelegeerd bestuurder van De Persgroep (onder meer HetLaatste Nieuws, De Morgen, Dag Allemaal) zette met zijn groep in 2002 een nettoresultaat neer van 19,5 miljoen euro (+11 %) en een omzet van 293,1 miljoen euro (+6 %). Ook dit jaar krikt hij de winst nog op. Eind 2003 wil De Persgroep schuldenvrij zijn, wat een vrije kasstroom van zowat 20 miljoen euro per jaar oplevert. Geld om verder de weg te vinden in de (potentieel) lucratieve niche van financieel-economische berichtgeving? Toen Ludo Verhoeven in 2001 de leiding van Agfa overnam, kreeg hij niet bepaald een cadeau. De groep uit Mortsel maakte verlies en de ooit glorieuze consumententak met de bekende filmrolletjes stond in de etalage. Uiteindelijk werd die niet verkocht. Verhoeven koos voor een andere weg. Hij bracht meer realisme in de strategie van Agfa en ontpopte zich tot een betere communicator dan zijn voorganger Klaus Seeger. Begin 2003 werd hij ook voorzitter van het Vlaams Economisch Verbond. Bij Agfa is Verhoeven de man die de overgang tussen analoog en digitaal in goede banen leidt. Na het herstructureringsplan Horizon (2002) en een besparingsronde (2003) veerde de winst op. In de eerste zes maanden van dit jaar boekte Agfa een nettowinst van 99 miljoen euro - heel wat beter dan de 59 miljoen euro in de eerste helft van 2002 - en dat terwijl de omzet terugviel met 10,7 %. De betere rentabiliteit moet op de eerste plaats komen uit de afdeling medischebeeldvorming, waarin Agfa zijn marktpositie in 2003 versterkte met contracten in de Verenigde Staten en Europa. Bovendien wil General Electric 400 miljoen dollar betalen voor een kleinere afdeling van Non Destructive Testing. Agfa en GE wachten nog op de goedkeuring van de Europese Commissie. Waar Verhoeven dat geld wil investeren, is nog onduidelijk. In elk geval zal Agfa er binnenkort heel anders gaan uitzien. Verhoeven is de man die dat veranderingsproces met succes stuurt. In de fel geteisterde textielsector blijft Uco Textiles als een lichtbaken overeind. In 2001 werden alle aandelen overgenomen door industrieel Philippe Vlerick (48), die het bedrijf van de beurs haalde. Ondanks de delisting, publiceert Vlerick nog altijd de jaarresultaten, wat hij als voorzitter van de textielfederatie Febeltex ook zijn collega's aanraadt. De groep, die hoofdzakelijk actief is in het weven van kledingstoffen en een belangrijk deel van haar activiteiten in de Verenigde Staten heeft (waar de terreur van 11 september 2001 de economische activiteit lange tijd sterk afremde), zette prima prestaties neer: de bedrijfswinst steeg met 48 % tot 18,5 miljoen euro, de nettowinst met 82 % tot 14,6 miljoen euro. In 2002 boekte Uco een geconsolideerde omzet van 188,3 miljoen euro, 1 % meer dan in 2001. De denimfabriek Uco Fabrics in de VS kwam niet alleen zonder kleerscheuren door de crisis, er werd zelfs geïnvesteerd in capaciteitsuitbreiding. Philippe Vlerick heeft een langetermijnvisie op de consolidatie en ontwikkeling van het Vlaamse industriële weefsel. Daarom ook wordt hij aangezocht als bestuurder bij talloze ondernemingen. Hij is ook partner-bestuurder van de Vlerick Leuven Gent Management School, opgericht door zijn oom, professor André Vlerick. Hij is niet alleen voorzitter van Febeltex, hij zetelt ook in het directiecomité van het Verbond van Belgische Ondernemingen en is ondervoorzitter van het Vlaams Economisch Verbond. Piet Depuydt