Dit is de zwaarste crisis sinds de Grote Depressie. Maar de kans is klein dat ze even erg wordt. Tussen 1929 en 1932 waren er twaalf opeenvolgende kwartalen van negatieve economische groei. Indien dit verhaal zich herhaalt, zitten we in een krimpscenario tot midden 2011. Maar de economische krimp zal nooit zo lang duren en zo diepgaand zijn als bijna 80 jaar geleden. Reden: er is sprake van een betere internationale samen- werking. En er is de erfenis van Keynes."
...

Dit is de zwaarste crisis sinds de Grote Depressie. Maar de kans is klein dat ze even erg wordt. Tussen 1929 en 1932 waren er twaalf opeenvolgende kwartalen van negatieve economische groei. Indien dit verhaal zich herhaalt, zitten we in een krimpscenario tot midden 2011. Maar de economische krimp zal nooit zo lang duren en zo diepgaand zijn als bijna 80 jaar geleden. Reden: er is sprake van een betere internationale samen- werking. En er is de erfenis van Keynes." Dit is een citaat uit het jongste boek van de Amerikaanse econoom Robert Skidelsky, Keynes, The Return of the Master. Skidelsky staat bekend als een van dé Keynes-biografen. Hij schreef tussen 1983 en 2000 een biografie in drie delen van de bekende econoom. In The Return of The Master toont Skidelsky aan dat John Maynard Keynes (1883-1946) nog altijd relevant is. "In de huidige crisis is Keynes uit de lade gehaald, afgestoft, geconsulteerd en geciteerd als nooit tevoren om een antwoord te geven op de crisis. Waarom moeten we nu teruggrijpen naar de standpunten van een econoom die al een halve eeuw overleden is?" Skidelsky geeft drie redenen aan en gaat daarin verder dan de recepten of analyses die het meest als keyne-siaans bekend staan. Als over keynesianisme wordt gesproken, gaat het meteen over het beleid van de jaren zeventig waarbij toenemende begrotingstekorten en overheidsinvesteringen gezien werden als ideale hefbomen om de economie in crisistijden draaiende te houden. Recepten waar ook nu naar wordt verwezen. Skidelsky stelt in zijn boek inderdaad dat gewonde economieën niet aan hun lot mogen worden overgelaten en dat de regeringen de nodige 'fiscale munitie' moeten afschieten om een recessie niet te laten uitdraaien op een regelrechte depressie. Maar er zijn nog twee andere elementen uit het werk van Keynes die weer volop in de actualiteit staan. Ten eerste is de toekomst, ook de economische toekomst onvoorspelbaar. Skidelsky trekt daarbij hard van leer tegen de zogenaamde neoklassieke school die ervan uitgaat dat de markten perfect efficiënte systemen zijn met rationeel-economisch handelende actoren die altijd een efficiënte analyse maken van de informatie die ze krijgen. Daaruit kan men bijvoorbeeld concluderen dat aandelen altijd juist gewaardeerd worden. Verwijzend naar Keynes stelt hij dat dit onzin is. Dat neoklassiek denken brengt ook met zich dat via allerlei wiskundige modellen economische onzekerheid tot het verleden behoort en vervangen wordt door wat men berekenbare risico's noemt. Voor die obsessie voor wiskundige modellen heeft Keynes altijd gewaarschuwd, schrijft Skidelsky. Economie is geen natuurwetenschap, wel een sociale wetenschap of gedragswetenschap. Skidelsky pleit dan ook voor een aanpassing van de economieopleidingen. Minder aandacht voor econometrie, maar meer aandacht voor economische geschiedenis en de geschiedenis van het economisch denken. Toch nog een waarschuwing voor de lezer: voor het over de actualiteit van het denken van Keynes gaat, moet u 50 pagina's over het ontstaan van de financiële crisis doorworstelen. ROBERT SKIDELSKY, KEYNES: THE RETURN OF THE MASTER, ALLEN LANE, 2009, 240 BLZ, 25 EUROAlain Mouton