Het is maandagochtend, bijna 8.30 uur. De parking van de Royal Dublin Golf Club ligt er nagenoeg verlaten bij. Nagenoeg - want in een hoekje, beschut tegen de koude windvlagen die vanuit de Ierse zee over de parking razen, staat een man. Met zijn handen in de zakken van zijn anorak, zijn pet, jeans en joggingschoenen is hij allesbehalve geschikt als fotomodel voor een catalogus van golfkleding, maar dat kan hem niks schelen. Hij staat daar te wachten omdat het secretariaat van de club hem had verteld dat er o...

Het is maandagochtend, bijna 8.30 uur. De parking van de Royal Dublin Golf Club ligt er nagenoeg verlaten bij. Nagenoeg - want in een hoekje, beschut tegen de koude windvlagen die vanuit de Ierse zee over de parking razen, staat een man. Met zijn handen in de zakken van zijn anorak, zijn pet, jeans en joggingschoenen is hij allesbehalve geschikt als fotomodel voor een catalogus van golfkleding, maar dat kan hem niks schelen. Hij staat daar te wachten omdat het secretariaat van de club hem had verteld dat er om 9.00 uur een groepje toeristen zou vertrekken voor een partijtje golf. Misschien was er werk voor hem... Kevin is caddie en kent het terrein van de Royal Dublin als zijn broekzak. Voor 20 pond per partij is hij onze steun en toeverlaat. En door zijn kennis van de weersomstandigheden en de greens is zijn opmerkelijk gezelschap zeker geen overbodige luxe. Als we op deze fantastische links spelen, krijgen we al snel het gevoel dat we door het Bretoense woud van Brocéliande ronddolen in plaats van op een golfterrein. Hier golf spelen betekent binnentreden in "de groene nevelen van ons bedwelmende tijdverdrijf" om het met de woorden van de Amerikaanse schrijver John Updike te zeggen. En Kevin is de beschermengel van dit schitterende parcours. De man die ervoor zorgt dat we onze bal niet kwijtraken. Hij heeft enorme handen. Met zijn ene hand neemt hij de riem van de zak vast die hij vervolgens handig over zijn schouder zwiert. Tussen de al behoorlijk geel geworden vingers van zijn andere hand zit een schijnbaar eeuwige, zelfgerolde sigaret. Toch zien we hem geen trekje nemen. Dat doet hij waarschijnlijk als we gehurkt voor de bal zitten en verwoede, maar vergeefse pogingen ondernemen om de puttinglijn te lezen die hij ons heeft gegeven.Kevin lacht en maakt grapjes. Hij is blij dat hij erbij kan zijn, op "zijn" meer dan honderd jaar oude terrein. Want veel werk heeft hij dit seizoen nog niet gehad. Het is nu eind april, maar een week geleden sneeuwde het nog in Dublin... Eind oktober 1998 werkte Kevin voor de Zuid-Afrikaanse speler Ernie Els, die hier voor zijn plezier kwam golfen. "Hij slaat elke drive vijftig meter verder dan u," zegt Kevin grinnikend. Maar geen haar op ons hoofd dat eraan denkt om hem zijn vrijmoedige opmerkingen kwalijk te nemen. We zijn maar wat blij dat hij met zoveel plezier onze gids wil zijn. Als we afscheid nemen op de parking, na minder dan het dubbele van onze handicap te hebben gespeeld "onder zware omstandigheden", voelen we ons als alpinisten die zonet de beklimming van de Himalaya tot een goed einde hebben gebracht en, veilig beneden aangekomen, hun sherpa vaarwel zeggen.JOHN BAETE