De ramp van Fukushima maakt pijnlijk duidelijk dat de nucleaire industrie nooit kan beantwoorden aan de gebruikelijke rendabiliteitregels. De voorspelde commerciële oorlog komt er niet. Of toch niet zonder dat de sector van de kernenergie alles nog eens grondig onder de loep neemt. "We hebben de energiebron gebagatelliseerd en dat was een fout", zegt Bernard Laponche, kernfysicus en lid van de Franse wetenschappelijke vereniging Global Chance.
...

De ramp van Fukushima maakt pijnlijk duidelijk dat de nucleaire industrie nooit kan beantwoorden aan de gebruikelijke rendabiliteitregels. De voorspelde commerciële oorlog komt er niet. Of toch niet zonder dat de sector van de kernenergie alles nog eens grondig onder de loep neemt. "We hebben de energiebron gebagatelliseerd en dat was een fout", zegt Bernard Laponche, kernfysicus en lid van de Franse wetenschappelijke vereniging Global Chance. De Duitsers stellen een moratorium in, de Zwitsers willen van kernenergie niets meer weten, de Israëli's en de Venezolanen stellen hun nucleaire plannen weer ter discussie, de Chinezen kondigen een voorlopige bevriezing van hun projecten aan. Het drama van Fukushima heeft de hele planeet aan het twijfelen gebracht. Moeten we kernenergie opgeven? Zelfs in Frankrijk, de belangrijkste nu-cleocratie ter wereld, laait de discussie hoog op. Maar wat staat er nu echt te gebeuren? In elk geval vindt een grondige introspectie plaats. Overal voeren de toezichthouders de veiligheidsmaatregelen drastisch op. In Rusland heeft eerste minister Poetin een audit van de kerncentrales bevolen. Ongetwijfeld wil hij zich daarmee vergewissen van de toestand van de laatste reactoren van het Tsjernobyl-type. In Frankrijk wil Henri Proglio, de baas van EDF, de installaties 'veiliger' maken. Het aandeel van de kernenergie in de wereldwijde elektriciteitsproductie daalt de komende jaren zonder twijfel, want een aantal centrales moet aangepast worden aan de nieuwe normen. Op langere termijn zijn er projecten die nooit het licht zullen zien. Italië, Jordanië, Vietnam, Polen, Koeweit en Chili zijn landen die hun energieplannen grondig kunnen herzien. Maar ten voordele van welke energiedragers? "In elk geval gas", antwoordt Colette Lewiner, vicevoorzitster van de sector energie van Capgemini. "Maar ook hernieuwbare energie, al blijven daar de productiekosten hoog." Begin april moest Proglio zijn strategisch plan voorstellen aan zijn kaderleden. De vergadering werd uitgesteld, want de internationale ambities van de Franse groep krijgen een lelijke knauw. In Italië bijvoorbeeld, was EDF van plan om samen met zijn trans-Alpijnse evenknie Enel vier Evolutionary Power Reactor-reactoren (EPR) van de derde generatie te bouwen. Daarover was een referendum gepland in juli. Het hoeft nauwelijks gezegd dat de Italianen, die in 1987 al massaal nee stemden, nu zeker niet van mening veranderd zijn... En wat met de alliantie die de Franse elektriciteitsmaatschappij smeedde met een Chinese partner? Samen waren ze van plan om derde markten te veroveren en er reactoren van de generatie 2+ te bouwen. Dat zijn centrales waarvan het veiligheidsniveau iets hoger ligt dan dat van de huidige Franse reactoren die meer dan twintig jaar geleden gebouwd werden, maar iets onder dat van de EPR's. En die zijn uiteraard een pak goedkoper. Vier onafhankelijke veiligheidssystemen, een 'asbak' onder de reactor voor het geval dat de kern zou beginnen te smelten... Volgens de ontwerpers kan de Franse EPR-reactor een zwaar incident aan. Maar dat was vóór Fukushima. De criteria bij de veiligheidskeuring van de Frans-Duitse reactor kunnen weleens grondig herzien of helemaal herbekeken worden. Dat is onder meer het geval voor de koelsystemen. Die mogen dan wel overbodig zijn, ze zijn actief, ze hebben elektriciteit nodig om te functioneren. De vraag is of het drama van Fukushima vermeden had kunnen worden als de centrales uitgerust waren met een passief systeem dat de brandstof en de kern kan onderdompelen door gewoon gebruik te maken van de zwaartekracht in plaats van pompen en machines te vereisen. "Het waren de Franse en Duitse veiligheidsautoriteiten die bij het ontwerp van de EPR erop aandrongen om te werken met een actief systeem", legt Bertrand Baré, wetenschappelijk adviseur van Areva, uit. "De installatie van pompen was een bewuste keuze. De veiligheidsautoriteiten vonden het van cruciaal belang om de watercirculatie in de reactor onder controle te houden als er een probleem is." "De systemen zijn almaar complexer, er worden lagen staal en beton toegevoegd, maar die nemen het risico op een ongeval niet weg", betreurt Bernard Laponche. "Alle reactoren vertonen één fundamenteel gebrek: ze kunnen niet snel stilgelegd worden." De koelsystemen in de centrale van Fukushima, die ontwikkeld werden door General Electric, waren gebrekkig, zo schrijft de New York Times. Waarom lagen die reactoren dan al niet lang stil? Er is nochtans een veiligheidsautoriteit in Japan. Ook internationaal bestaan er bewakings- en controleorganisaties, zoals World Association of Nuclear Operators (WANO), een informele instantie die overal ter wereld bezoeken organiseert. De centrales worden geïnspecteerd, experts geven hun advies aan de uitbaters, maar ze hebben geen enkele macht. Bij de overstromingen in Frankrijk in 1999 werden stroomgeneratoren in de centrale van Blayais overspoeld. "We zijn toen ternauwernood aan een ramp ontsnapt", vertelt Laponche. Sinds die tijd werden de generatoren in de Franse centrales hoger geplaatst. Maar werden de waardevolle lessen ook doorgespeeld naar de andere exploitanten? En werd er rekening mee gehouden? "Wij zijn niet verantwoordelijk voor de zekerheid en de veiligheid van de installaties", zegt Yukiya Amano, de baas van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA). Met andere woorden, de staten blijven soeverein. Ze hebben het recht om centrales neer te planten in aardbevingsgebieden, of dat nu is in Bushehr in Iran of in Chasma in Pakistan. Ze hebben ook het recht om hun eigen veiligheidsnormen te bepalen. Moet er in die omstandigheden dan geen echte internationale nucleaire waakhond komen? Laten we hopen dat die vraag in de komende maanden minstens gesteld wordt. Want een atoomwolk kent geen grenzen. CHARLES HAQUET (L'EXPANSION)