Voorstanders van kernenergie hebben het de voorbije decennia moeilijk gehad. Wat ooit werd gezien als de energiedrager van de toekomst - denk maar aan het Atomium - werd later afgedaan als bron van vervuiling, gevaar en een kapitalistische samenzwering. De milieubeweging zette kernenergie in het verdomhoekje. Het woord werd beladen, politiek niet-correct. Politici durfden kernenergie niet meer te promoten en zij werd het weeskind van de energiepolitiek. Die positie is toe aan herijking.
...

Voorstanders van kernenergie hebben het de voorbije decennia moeilijk gehad. Wat ooit werd gezien als de energiedrager van de toekomst - denk maar aan het Atomium - werd later afgedaan als bron van vervuiling, gevaar en een kapitalistische samenzwering. De milieubeweging zette kernenergie in het verdomhoekje. Het woord werd beladen, politiek niet-correct. Politici durfden kernenergie niet meer te promoten en zij werd het weeskind van de energiepolitiek. Die positie is toe aan herijking. De eerste reden is de hoge olieprijs, met een voorlopige piek tot 140 dollar per vat. Olie prijst zichzelf uit de markt en de consument voelt de prijsverhogingen in de beurs. De tweede reden is het klimaat- en milieubeleid, vooral het tegengaan van broeikasgassen. Een derde is de grote veiligheid van de kerncentrales na de ongelukken in Harrisburg (1979) en Tsjernobyl (1986). Er zijn redenen voor een positief pleidooi voor kernenergie. Maar weinigen durven het aan. De Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn altijd een botsing van gedachten en belangen. De benzineprijs bereikte vorige week het recordniveau van 4 dollar per gallon (3,7 liter). Dat is voor Europese maatstaven nog niet zo hoog, maar in Amerika wordt het voorgesteld als een nationale ramp. Een presidentskandidaat die daar ongevoelig voor is, kan het vergeten. Amerika heeft eigenlijk geen samenhangend energiebeleid. Het is eerder een ad-hocbeleid, een grabbelton. 20 % van de Amerikaanse elektriciteit wordt geleverd door kernenergie. De grootste energieopwekking gaat via kolencentrales. Amerika heeft zelf ook veel olie en onaangesproken olievoorraden, zij het in fragiele natuurgebieden zoals in Alaska. Amerika is veel minder afhankelijk van olie-import dan Europa. De Republikeinse presidentskandidaat John McCain is de meest uitgesproken voorstander van kernenergie. Hij wil meer centrales en het nucleair afval opslaan in de bergen van Nevada. Dat laatste is niet zo eenvoudig, want voor die opslag is een milieuvergunning nodig. De VS hebben een even grote milieubureaucratie als Europa. Amerika heeft niet veel trauma's na het ongeval met de kerncentrale in Harrisburg in de staat Pennsylvania. Niemand kwam om en de gevolgen vielen mee. Het ongeluk werd enorm opgeblazen en werd het startschot voor het verzet tegen kernenergie. McCain vindt dat het verzet vooral politiek gemotiveerd is en dat de politieke obstakels moeten worden opgeruimd. De bouw van meer centrales is evenmin gemakkelijk. In veel staten is er verzet, vooral in Californië. Deze staat is een grootverbruiker van energie, maar zodra ergens een energiecentrale moet worden gebouwd, regent het protesten. Gouverneur Arnold Schwarzenegger heeft al gezegd: 'Iedereen wil hier alternatieve energie, maar zeg eens waar ik die centrales moet zetten.' Californië heeft het nimbycomplex, niemand wil een centrale in de achtertuin. Het verkrijgen van vergunningen voor de constructie van een kerncentrale duurt langer dan de fysieke bouw ervan. De Democratische presidentskandidaat Barack Obama is ambivalenter over kernenergie. Hij is voorstander, 'zodra de veiligheidsproblemen zijn opgelost'. Voorlopig is het dus afwachten, maar hij lanceerde wel ambitieuze energie- en milieudoelen. Zo wil hij dat in 2050 de CO2-uitstoot met 80 % is gedaald. Hij wil ook in 2025 een kwart van de energiebehoefte halen uit alternatieve energiebronnen, zoals wind en zon. De komende tien jaar wil hij 150 miljard investeren in de ontwikkeling van bio-ethanol als vervangmiddel voor olie en de olieconsumptie tegen 2030 terugdringen met 35 %. Dat klinkt prachtig, maar hoe kan hij dat doen zonder kernenergie? Op dit moment dekken hernieuwbare energiebronnen nog maar enkele procenten van de totale consumptie. De sprong naar een kwart in 2025 is niet geloofwaardig. Het EU-energiebeleid lijdt aan hetzelfde euvel: het oppompen van het ambitieniveau. De EU wil 20 % alternatieve energie in 2020, maar nu is dat slechts 8 %. De EU stelde in 2001 het doel 12 % alternatieve energie in 2010. Maar dat doel wordt niet bereikt. Bij het missen van het EU-doel voor 2010 formuleert men daarop een nog ambitieuzer doel voor 2020. Obama lijdt een beetje aan dat EU-euvel. Doelen formuleren die prachtig klinken, maar onhaalbaar zijn. Het is te veel PR en te weinig realiteit. Om dit gapende gat te dichten, moet kernenergie ingedeeld worden in de categorie hernieuwbare energiebronnen. Kernenergie stoot geen CO2 uit en is een positief luik in het klimaatbeleid. Moderne centrales zijn zeer veilig en kunnen hun eigen afval recycleren. Zelfs Finland bouwt een nieuwe centrale op dat principe. Kernenergie moet in ere worden hersteld en een gerechtvaardigde plaats krijgen in het energiebeleid. Maak een einde aan de tijd van taboes en verkettering door de milieubeweging. Het huidige energiebeleid is gebouwd op ficties, uitgedragen met politieke correctheid en gericht op onhaalbare doelen. België haalt 60 % van zijn elektriciteit uit kernenergie. Reken kernenergie tot alternatieve energiebronnen en alle criteria worden ruimschoots gehaald. Een kwestie van politieke moed. DE AUTEUR IS SCHRIJVER EN COLUMNIST. HIJ WOONT EN WERKT IN DE VERENIGDE STATEN.Derk Jan Eppink