Nucleair. In november 1994 hebben Russische wetenschappers bekendgemaakt dat de vroegere Sovjet-Unie sinds het begin van de jaren vijftig nucleair afval rechtstreeks (dus zonder bijkomende veiligheidsmaatregelen) in een reeks ondergrondse kleilagen heeft gedumpt. De nefaste gevolgen voor mens en milieu zijn niet uitgebleven.
...

Nucleair. In november 1994 hebben Russische wetenschappers bekendgemaakt dat de vroegere Sovjet-Unie sinds het begin van de jaren vijftig nucleair afval rechtstreeks (dus zonder bijkomende veiligheidsmaatregelen) in een reeks ondergrondse kleilagen heeft gedumpt. De nefaste gevolgen voor mens en milieu zijn niet uitgebleven. Het zal in onze westerse landen, waar het principe safety first nog iets betekent, wel nooit zo'n vaart lopen. Maar toch is de berging van nucleair afval een item dat meer en meer de gemoederen beroert. Een voorbeeld. Toen het Niras, de nationale instelling voor radioaktief afval en splijtstoffen, begin mei 1994 een voorselektie bekendmaakte van potentiële sites voor de berging van laag radioaktief afval, werd door de (47) betrokken gemeenten furieus gereageerd.De problematiek zal zonder veel twijfel meer en meer voorpaginanieuws worden, en niet alleen in België. Vermoedelijk eind 1995 haalt ons land hoog radioaktief afval vanuit Frankrijk terug naar onze contreien. De lokatie is nog onbekend. En bij voorkeur tegen 1996, uiterlijk 1997, wil het Niras beslissen waar het laag radioaktief afval gestockeerd kan worden. Volgens het Niras kan dat het best, definitief én veilig gebeuren in een soort van bovengrondse bunkers.De elektriciens stellen het einde van het nucleaire tijdperk nu reeds in het vooruitzicht : uiterlijk in 2050 zou België zijn kernenergie letterlijk begraven. Niet alleen Belgische experts buigen zich over de problematiek van veilige geologische berging. In een recente Britse studie wordt de optie belicht van een diepe berging (minstens 700 meter onder de grond) in de onmiddellijke nabijheid van een produktiesite (in het Britse voorbeeld : de nucleaire centrale van Sellafield). Antinucleaire lobby's vinden het diep wegstoppen van de "rommel" niet verantwoord (wegens de onbereikbaarheid) en niet aangewezen (de nucleaire sektor moet permanent aan haar verleden worden herinnerd). In België beperkt het debat zich helaas nog tot het simpelweg afwimpelen van het voorstel van de ander, zonder alternatieve scenario's naar voor te schuiven. In een 220 meter onder de grond van Mol gelegen laboratorium, wordt de problematiek van stockage van hoog radioaktief afval inmiddels al enkele jaren onderzocht. Amerikaanse experts vinden slechts de oceaanbodem voldoende veilig. Voor het laag radioaktief afval opteert België voor bovengrondse stockage (bunkers). Wat de financiële konsekwenties zijn, blijft grotendeels onbesproken. En dit is op zijn minst een teer punt, vermits de konsument bij de "afwikkeling" van dergelijke operaties meestal toch langs de kassa moet. In de huidige kontekst zijn alvast te weinig "toekomstige" provisies aangelegd door de elektriciens.Typisch voor elk Belgisch energievraagstuk is ook de te grote interdependentie tussen veel partijen. Om maar één voorbeeld te geven : de overheidsinstelling Niras, die onafhankelijk zou moeten zijn, eet voor financiële zaken mee uit de hand van de privé-sektor. Energiespecialisten kijken verlangend uit naar een echt onafhankelijk instituut, dat in de loop van 1995 het leven moet zien. Een tip : misschien kan dit instituut helpen instaan voor een breed maatschappelijk debat en dito sensibilizering.K.C.