In Leuven werd het 23ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres gehouden. Thema: informatie en kennis in de economie. Weinigen twijfelen er nog aan of dit thema wel relevant is. Congresvoorzitter Raymond De Bondt merkte op dat het misschien zelfs nog wat te vroeg komt. De volle doorbraak van de digitale maatschappij zullen we pas merken in de 21ste eeuw.
...

In Leuven werd het 23ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres gehouden. Thema: informatie en kennis in de economie. Weinigen twijfelen er nog aan of dit thema wel relevant is. Congresvoorzitter Raymond De Bondt merkte op dat het misschien zelfs nog wat te vroeg komt. De volle doorbraak van de digitale maatschappij zullen we pas merken in de 21ste eeuw. De verbluffende consensus rond de kennismaatschappij zou ons op zijn minst wat argwanend moeten maken. Vult iedereen dit begrip nu op dezelfde manier in? Of bestaat de grote eensgezindheid misschien, precies omdat informatie en kennis termen zijn die dienen als een soort van projectieve techniek om zijn vooroordelen in te stoppen? Tijdens de bedrijfsgerichte referaten werd het onderscheid tussen stilzwijgende, impliciete kennis en expliete kennis wel het meeste geciteerd. Het is blijkbaar een begrippenpaar dat de harten van academici sneller doet kloppen. En dat is nog begrijpelijk ook: eindelijk komt de wetenschappelijke wereld wat dichter bij wat de praktijk toch zo na aan het hart ligt: ervaring, intuïtie en gezond verstand. Maar een goede definitie van wat nu eigenlijk impliciete kennis ( tacid knowledge) is, blijkt verre van eenvoudig. Cynici zullen opmerken dat een goed inzicht in het wezen van impliciete kennis blijkbaar ook behoort tot die impliciete kennis. GEZOND VERSTAND.Dan maar in mensentaal. Er is kennis die we zeer moeilijk kunnen expliciteren. Hoe voert een goede verkoper bijvoorbeeld zijn verkoopgesprekken? Hoe schrijf je een overtuigende column? Hoe neem je een bocht met een fiets? Het laatste voorbeeld is erg bekend. Als je zou denken door mijn stuur naar links of rechts te draaien, zal je snel - van je fiets gevallen! - merken dat bochten nemen per fiets wel iets anders is dan aan een stuur draaien. Iedereen weet, maar weinigen beseffen dat ze eerst het lichaamsgewicht in de richting van de bocht verleggen. Bochten nemen per fiets behoort tot de impliciete kennis. Goede vertegenwoordigers doen onbewust wat expliciet vermeld staat in de boekjes over verkoopvaardigheden: de klant waarderen, veel vragen stellen, prijsobjecties ombuigen, vertrouwensrelaties opbouwen enzovoort. Wanneer je hen echter vraagt hoe ze het doen, antwoorden ze in alle eerlijkheid: ik weet het niet goed, dat is allemaal een kwestie van gezond verstand, aanvoelen wat je op dat moment moet doen, en vooral: daar heb je heel veel ervaring voor nodig. Bij een eerste benadering noemt men dat dan: kennis is macht, die dames en heren vertegenwoordigers willen gewoonweg hun geheimen niet prijsgeven. Bij een tweede benadering is het niet zozeer onwil, dan wel onvermogen. Hetzelfde geldt voor managementvaardigheden. Weinig managers kunnen je vertellen hoe ze het nu eigenlijk doen. Hoogstens slaken ze wat kreten van het moment: empowerment, delegatie, besluitvaardigheid. MYSTERIE.Waarom mag impliciete kennis zich in zo'n levendige belangstelling verheugen? Vooreerst is er natuurlijk het fenomeen dat reeds door Skinner is beschreven: hoe minder de controlerende processen bekend zijn, hoe meer bewondering een fenomeen uitlokt. Hoe mysterieuzer de krachten die aan het werk zijn, hoe meer adoratie. Wie een tekst uit het hoofd citeert, wordt meer bewonderd dan wie het van een blad afleest; wie een patiënt geneest door handoplegging ligt op eenieders lippen, wie antibiotica toedient, heeft zijn job gedaan en ligt op de lippen als de patiënt niet geneest. Stilzwijgende kennis is en blijft mysterieus en dwingt dus bewondering af. Er is nog een tweede reden: het bedrijfsleven beseft dat succes veel te maken heeft met vormen van kennis die omschreven worden als cultuur, de ongeschreven regels van het spel. Moderne auteurs spreken dan over architectuur. Deze architectuur berust grotendeels op stilzwijgende kennis. De meesten onderschrijven John Kays schitterende zinnetje: Wat je kan neerschrijven, kan gekopieerd worden. Wat tracht men dan - vooral in het Westen volgens één der referaten - te doen? De impliciete kennis te expliciteren. Men bouwt modellen, expertsystemen op basis van gedragsobservatie, interviews, protocollenanalyse.PARADOX.Maar voor je het weet (sic!), krijg je een knal van een paradox. Zodra je probeert die impliciete kennis duidelijk te maken, begint deze factor aan belang te verliezen. Het is alsof succes erom vraagt veroorzaakt te worden door wat men niet begrijpt. In sommige situaties kan tot 80% van het succes verklaard worden door de zogenaamde niet-specifieke factoren. Dergelijke percentages maken ongetwijfeld een verschil tussen winst en verlies. Wanneer je nu door grondige studie die impliciete kennis expliciteert, welke sleutel voor welk slot heb je dan gevonden? Denken we maar aan reclame. Iedereen weet dat succesvolle reclame meebepaald wordt door die moeilijk te omschrijven factoren die we dan intuïtief aanvoelen of creativiteit van het moment zullen noemen. Veronderstel even dat uit studie blijkt dat deze factor eigenlijk vooral te maken heeft met de diepere betekenis van sommige kleuren. Weldra beginnen dan alle reclamemakers dezelfde kleuren te gebruiken en te mijden, en is de factor X met de noorderzon verdwenen. Denk maar aan het gebruik van psychologische tests. Wie gelooft daar nu nog in, ondanks het overduidelijke wetenschappelijke bewijs van hun validiteit. Beoordelaars blijven meer geïnteresseerd in dat bijna per definitie mysterieuze begrip persoonlijkheid. Het scherpste voorbeeld vinden we in de geneeskunde: hoe meer deze vordert, hoe meer ze haar kennis expliciteert en hoe meer ze de niet-specifieke factoren omzet in specifieke, hoe heviger ze wordt aangevallen en hoe groter de geloofwaardigheid van de niet-bewezen geneeskunde.Management is een heel klein beetje wetenschap, veel praktijk en nog steeds heel veel kunst. Het ziet er niet naar uit dat hier snel verandering in zal komen. Ook niet na het 23ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch congres.Prof. dr. Marc Buelens is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick School voor Management.MARC BUELENS