Slechts vijf van de 21 leden van de regering-Verhofstadt krijgen een score van vijf op tien of hoger. Niet toevallig alle vijf liberalen. Guy Verhofstadt (Open VLD) scoort met 6,1 het hoogst (zie tabel 1). Al bij al een mager cijfer dat weinig waardering toont van het bedrijfsleven voor de regering. Didier Reynders (MR), Karel De Gucht (Open VLD), Patrick Dewael (Open VLD) en verrassend Vincent Van Quickenborne (Open VLD) zijn de andere vier die niet gezakt zijn. De goede score van Van Quickenborne - nochtans slechts staatssecretaris en geen minister - heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met zijn strijd voor de administratieve vereenvoudiging, een thema dat onze ondernemers na aan het hart ligt.
...

Slechts vijf van de 21 leden van de regering-Verhofstadt krijgen een score van vijf op tien of hoger. Niet toevallig alle vijf liberalen. Guy Verhofstadt (Open VLD) scoort met 6,1 het hoogst (zie tabel 1). Al bij al een mager cijfer dat weinig waardering toont van het bedrijfsleven voor de regering. Didier Reynders (MR), Karel De Gucht (Open VLD), Patrick Dewael (Open VLD) en verrassend Vincent Van Quickenborne (Open VLD) zijn de andere vier die niet gezakt zijn. De goede score van Van Quickenborne - nochtans slechts staatssecretaris en geen minister - heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met zijn strijd voor de administratieve vereenvoudiging, een thema dat onze ondernemers na aan het hart ligt. Bekend zijn helpt. En onbekend is onbemind. Minder zichtbare figuren als staatssecretarissen Els Van Weert (Spirit), Didier Donfut (PS) en Gisèle Mandaila Malamba (MR) halen miserabele scores. Maar de minst gewaardeerde ministers zijn toch twee zwaargewichten: Laurette Onkelinx (PS) haalt een schamele 2,7 en André Flahaut (PS) doet het met 2,3 nog slechter. Ook de Franstalige respondenten op onze enquête waarderen deze twee ministers erg slecht (zie tabel 3). Nemen we de resultaten van de Nederlandstalige respondenten apart, dan noteren we een verrassing: nummer één is niet Verhofstadt maar wel partijgenoot Karel De Gucht (zie tabel 2). De soms controversiële liberaal is echter beduidend minder gewaardeerd bij de Franstaligen: slechts 4,2 tegen 6,3 bij de Nederlandstaligen. Guy Verhofstadt dankt zijn eerste plaats in het totaalklassement aan de Franstaligen, die hem met 6,7 bijna 1 punt beter inschatten dan de Nederlandstaligen. Een zelfde lot ondergaat Freya Van den Bossche (SP.A), die bij de Franstaligen met 5,3 op de vijfde plaats belandt en bij de Nederlandstaligen slechts 3,5 haalt en daarmee pas vijftiende wordt. De meest gewaardeerde politicus voor de Franstaligen is Didier Reynders (zie tabel 3). Reynders haalt 6,8 en dat is de hoogste score in onze enquête. Opvallend is ook de hoge score van Sabine Laruelle (MR), die hiermee wordt beloond voor de verbeteringen die ze aanbracht aan het statuut van zelfstandigen. Laruelle is echter onzichtbaar in Vlaanderen. De Franstaligen zijn in het algemeen positiever in hun waardering dan de Nederlandstaligen: een gemiddelde van 4,6 tegen 4,0. Het is geen verrassing dat onze ondernemers de liberale ministers en staatssecretarissen het hoogst waarderen: 5,1 voor Open VLD en 4,5 voor MR (zie tabel 4). De socialisten (4,1 voor SP.A en 3,3 voor PS) doen het veel minder goed. De taalgrens heeft een belangrijke impact. De Nederlandstaligen waarderen de Open VLD hoger dan de MR, de Franstaligen omgekeerd. Opvallend is wel dat bij de socialisten ook voor de Franstaligen de SP.A een betere partij is dan de PS, ook al is het verschil tussen beide kleiner dan bij de Nederlandstaligen. Het is erg vast te stellen dat negen regeringsleden (van de 21) in hoge mate onbekend zijn (meer dan 30 %). Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, heeft de twijfelachtige eer voor 72,2 % van de respondenten onbekend te zijn (zie tabel 5). En dan te weten dat de meerderheid van onze wetgeving uitvoering is van Europese richtlijnen en dat de uitbreiding van de Europese Unie niet uit het nieuws was weg te slaan tijdens de jongste regeerperiode. Het was mooi dat deze regering een migrante telde: Gisèle Mandaila Malamba, die van Congolese afkomst is. Maar de staatssecretaris voor Gezin en Personen met een Handicap komt blijkbaar niet boven het niveau van excuus-truus: 70,7 % kent haar niet. Opvallend is dat ruim 30 % (en bijna 60 % van de Franstaligen) nog nooit gehoord heeft van Peter Vanvelthoven (SP.A). Als minister van Werk is hij toch een cruciale figuur in deze regering, die werkgelegenheid hoog in het vaandel draagt. Vanvelthoven haalde wel een achtste plaats in de waarderingslijst. Opnieuw blijkt dat België in de eerste plaats een land is dat bestaat uit twee regio's. De Nederlandstaligen kennen de Franstalige leden van de regering veel minder goed dan hun eigen taalgenoten en omgekeerd. Bij de Nederlandstaligen zijn de vijf meest onbekende leden van de regering Franstaligen (zie tabel 6). Bij de Franstaligen is het beeld minder rechtlijnig, maar op één en twee staan wel twee Vlamingen: Els Van Weert (Spirit) en Bruno Tuybens (SP.A) (zie tabel 7). Bij de Franstaligen zijn de regeringsleden gemiddeld voor 32,9 % onbekend. De Nederlandstaligen etaleren meer politieke kennis met een gemiddelde van 24,3 %. Als we de respondenten alleen laten oordelen over de regeringsleden van de eigen taalrol, dan daalt het gemiddelde percentage bij de Franstaligen slechts een beetje (tot 28,3 %), maar halveert het bij de Nederlandstaligen (12,2 %). Een zoveelste bewijs dat de taalgrens een ware kenniskloof is. Guido Muelenaer