Kleine Japanners met grote fototoestellen in de smalle straten die naar brede monumenten leiden. Brugge, Bruges. Liefst 3,5 miljoen toeristen lopen de stad jaarlijks plat. Ze vinden de weg naar de Wollestraat, die met haar ligging tussen de Grote Markt en de reien de toeristische ader van Brugge wordt genoemd. De kasseien van de Steenstraat worden daarentegen gevlakt door de lokale bevolking die haar gading zoekt in de grote winkelketens die er zich groeperen.
...

Kleine Japanners met grote fototoestellen in de smalle straten die naar brede monumenten leiden. Brugge, Bruges. Liefst 3,5 miljoen toeristen lopen de stad jaarlijks plat. Ze vinden de weg naar de Wollestraat, die met haar ligging tussen de Grote Markt en de reien de toeristische ader van Brugge wordt genoemd. De kasseien van de Steenstraat worden daarentegen gevlakt door de lokale bevolking die haar gading zoekt in de grote winkelketens die er zich groeperen. Een dagtoerist geeft gemiddeld 32 euro en een verblijfstoerist 130 euro per dag, dan begrijp je dat de zelfstandigen in de Wollestraat aan de noden van de passanten willen voldoen. En zo, vaak in clichés vervallen. Chocolaterieën en kantwinkels verdringen elkaar, maar er zijn ook andere handelszaken te spotten. Neem Delvaux, Callebert, B en 2be. Vier winkels waar je niet over het klosgaren struikelt en je neus kan openen zonder de rest van de dag de doordringende geur van chocolade te ruiken. Brugge is te weinig bekend bij shoppers, weet kmo-ambtenaar Alain Lambert na een studie. Daar wil het bestuur verandering in brengen met Bijzonder Brugge, een project dat het Venetië van het noorden moet profileren als winkelstad. "Maar", merkt eigenares Katrien Van Hulle van B op, "de middeleeuwse sfeer die in Brugge heerst, maakt het moeilijk om conceptueel uit de hoek te komen. Bruggelingen gaan liever naar andere steden, want ze zijn niet gek op toeristen." Van Hulle hoopte dat in 2002, toen Brugge culturele hoofdstad van Europa was, zich meer zaken voor het hogere marktsegment in de stad gevestigd zouden hebben. Dat gebeurde niet, tot spijt ook van Lieve Smets, store manager van Delvaux, die beseft dat het cliënteel dat zij moet aantrekken moeilijker de weg vindt door een gebrek aan andere standingzaken. Lien Callebert van de gelijknamige winkel: "Als het maar geen kantwinkel wordt. Dat hopen we steeds wanneer er een pand in de Wollestraat verhuurd wordt. (lacht) Tja, dat is Brugge nu eenmaal." Lieve Smets zucht. "De kant- en chocoladewinkels zijn inderdaad perfect voor het niveau van de toeristen dat onze stad aantrekt." Toch zijn er ook voorstanders. Zaakvoerder van 2be Geert Vandenbergh ziet graag nog veel meer van de typische winkels "omdat ze een divers aanbod hebben en door de concurrentie gedwongen worden creatiever te zijn." Chauvinist tot in de kist is geen overdreven omschrijving van Geert Vandenbergh, zaakvoerder van 2be. In zijn 15de- eeuwse pand centraliseert hij sinds een half jaar Belgische voedingsproducten. Veel streekbieren, maar ook het productengamma van Lu is terug te vinden in de rood-zwarte ruimtes. Voor de Japanners die geen Belgische supermarkt bezoeken en een pak Prince verkeerdelijk voor een Brugse specialiteit aanzien? Vandenberghs achterliggende filosofie is eerst en vooral Belgische consumenten doen inzien hoeveel gastronomische producten hun land telt. Een droom die hij al sinds kindsbeen koesterde en kan waarmaken met de financiële steun van Luc en Filip Maes. "Dat 2be in een toeristisch circuit terechtkwam, is eerder toevallig. De uitstraling van dit pand sprak ons aan. We pikken graag een graantje mee van het toerisme, maar houden onze prijzen opzettelijk democratisch om ook Bruggelingen aan te trekken. Ja, we zijn duurder dan een grootwarenhuis, maar we kunnen moeilijk anders. Prospectie in heel België is nodig," aldus Vandenbergh. Of 2be een succes wordt, is nog niet duidelijk omdat de startblokken nauwelijks zijn verlaten. Onder het motto 'Belgian products with an A label' toont Katrien Van Hulle toeristen dat Belgen meer kunnen dan chocolade en kant produceren. De interieurachitecte brengt materiaal van Belgische ontwerpers samen in B en verkoopt het, voor dertig procent op consignatiebasis. Maar Van Hulle kan niet anders dan ook commerciële merken aanbieden. Amper een twintigtal goede klanten is afkomstig uit Brugge en de toeristen, die voor tachtig procent van de omzet zorgen, zijn niet geïnteresseerd in interieurontwerp. "Het betert stilaan, vooral bij Japanners, maar ze kiezen steevast voor bekende merken." Daarom moet B vele kleine, goedkopere spullen in zijn aanbod voorzien, wat de werking zwaarder maakt. Ook kindergerei maakt een groot deel van de collecties uit omdat vooral kinderen beslissen welk souvenir er mee naar huis mag. Ondertussen produceert B ook onder de merknaam Colect. De omzet daalde toch het afgelopen jaar. "We moesten verhuizen naar een kleiner pand," geeft Van Hulle als reden. "De winkel in de Wollestraat wordt daarom nu weer een expositieruimte, waarmee we terugkeren naar de basis. Met de internationale verdeling van Colect worden we groothandelaar en ziet de balans voor 2007 er positiever uit." Samen met een Engels paar betreden we de lederwarenwinkel van het Belgische merk Delvaux op de hoek van de Wollestraat en de Grote Markt. De Britten verlaten het pand zonder nieuwe handtas. Zoals veel van de buitenlandse toeristen, weet store manager Lieve Smets. Het gebeurt dat gegoede toeristen niet met lege handen buitengaan, maar ze vormen een minderheid van de kopers. Toch koos Delvaux, dat al vijftig jaar in Brugge gevestigd is, er opzettelijk voor om de winkel naar de huidige locatie te verplaatsen en de zichtbaarheid voor de toeristen te verhogen. Want hoewel Brugge geen echt toeristisch seizoen kent, vertegenwoordigt het geld dat toeristen tijdens piekmomenten achterlaten vijftig procent van Delvauxs omzet in Brugge. Een enorm hoog percentage, volgens CEO François Schwennicke. In vroegere jaren namen vooral Amerikanen een kijkje in de Brugse vestiging, maar door het groeiende aanbod aan toeristische steden nam hun aandeel in de verkoop af. Delvaux noteerde in 2006 een omzet van 15.130.000 euro, waarvan tien procent werd gedraaid in Brugge. Zestig jaar is binnenhuiswinkel Callebert al in de Brugse binnenstad aanwezig. Zaakvoerder Lien Callebert was er niet al die tijd bij, want ze vertegenwoordigt de vierde generatie van de familie. Haar overgrootouders startten als groothandelaars in klassieke meubelen in Roeselare, haar vader, Fernand Callebert, moderniseerde het aanbod en bracht het naar de kleinhandel. Dat Callebert Brugge acht jaar geleden naar de Wollestraat verhuisde "omdat een pand tussen de ketens in de Steenstraat nog niet betaalbaar was en hier veel passage is", is wel Liens verdienste. "Het heeft vier jaar geduurd voor Bruggelingen ons opnieuw vonden en de omzet op hetzelfde niveau als voorheen kwam," herinnert ze zich. De klantenverdeling is vijftig - vijftig Bruggelingen - toeristen. "De toeristen zijn opgelucht dat ze geen typische souvenir hoeven te kopen, al zijn niet al onze producten in België geproduceerd. We verkopen alleen wat bij ons in de smaak valt, we sluiten geen compromissen voor wat veel zou kunnen opbrengen." Achter de designproducten die de winkel eerder een Scandinavisch uitzicht bezorgen, bevindt zich een rustpunt. Een galerij waarin, sinds Brugge in 2002 culturele hoofdstad van Europa was, kunstenaars de kans krijgen te exposeren. Volgens Callebert niet met de bedoeling om galerijbezoekers ook tot kopen aan te zetten, maar om de drempel voor wie anders nooit in galerijen komt te verlagen. Sjoukje Smedts - sjoukje.smedts@trends.be