Twee of meer marathons in één jaar, drie keer de Mont Ventoux op met de fiets, iedere zondag 100 kilometer met de mountainbike... en daarnaast een drukbezette en stresserende baan. Steeds meer gedreven managers stappen in hun vrije tijd met dezelfde gedrevenheid op de fiets of lopen de longen uit hun lijf. Ze lijken hun jachtige levensritme door te trekken in hun sportactiviteit. Dat doen ze om stoom af te laten, energie op te doen en, zo beweren ze, vooral voor hun gezondheid. Maar zijn ze nog wel gezond bezig?
...

Twee of meer marathons in één jaar, drie keer de Mont Ventoux op met de fiets, iedere zondag 100 kilometer met de mountainbike... en daarnaast een drukbezette en stresserende baan. Steeds meer gedreven managers stappen in hun vrije tijd met dezelfde gedrevenheid op de fiets of lopen de longen uit hun lijf. Ze lijken hun jachtige levensritme door te trekken in hun sportactiviteit. Dat doen ze om stoom af te laten, energie op te doen en, zo beweren ze, vooral voor hun gezondheid. Maar zijn ze nog wel gezond bezig? De afgelopen jaren stellen cardiologen vast dat steeds meer recreatieve duursporters te kampen krijgen met hartritmestoornissen. Vooral langeafstandslopers en fietsers, maar soms ook roeiers, zwemmers... mensen die gedurende meerdere uren per week sporten tegen ongeveer 85 procent van hun maximale hartfrequentie. Ogenschijnlijk gezonde, sportieve mannen tussen veertig en vijftig jaar die niet roken, niet overdreven drinken, hun gewicht onder controle houden en een normale bloeddruk hebben. Ze kloppen aan bij de cardioloog omdat ze zich ongerust maken, ondanks voorafgaande normale inspanningstests. Ze hebben het gevoel dat hun hart soms 'overslaat', of vertellen dat ze duizelig waren en hun polsslag niet meer konden tellen. Soms tijdens de sport, maar soms ook in de zetel of zelfs 's nachts in bed. Artsen zijn er altijd van uitgegaan dat hartritmestoornissen bij sporters veroorzaakt worden door een onderliggende hartaandoening, vaak een aangeboren hartprobleem, dat pas aan de oppervlakte komt bij doorgedreven sporten, wanneer het hart het beste van zichzelf moet geven. De jongste jaren valt sterk op dat een welbepaalde hartritmestoornis, namelijk voorkamerfibrillatie (zie kader), opvallend meer voorkomt bij duursporters. Verschillende studies in binnen- en buitenland hebben een verband aangetoond tussen duursport en deze hartritmestoornis. Voorkamerfibrillatie komt veel voor bij mensen met een onderliggende hartziekte, maar bij duursporters lijkt ze zich te manifesteren zonder onderliggend probleem. Artsen hebben op dit ogenblik nog geen sluitende verklaring voor dit fenomeen, maar vermoeden sterk dat duursporten op zich de hartritmestoornissen uitlokt. De inspanningen zijn mogelijk te zwaar. Tijdens langdurige intensieve inspanningen pompt het hart grote volumes bloed rond en staat het bloot aan zware druk. Dat stimuleert het hart om zich te ontwikkelen. Gebeten duursporters hebben een sporthart dat groter en gespierder is dan gemiddeld. Misschien beschadigt de hoge belasting het elektrische prikkelsysteem dat de hartspier doet samentrekken. Wie overdrijft, loopt de kans om vroeg of laat een letsel op te lopen: een spierscheuring, een tenniselleboog of een ontwrichting. Met het hart is het net zo. Naast de ontelbare voordelen van recreatief sporten, wijzen diverse onderzoeken nu op een verband tussen duursport en hartproblemen. Voorkamerfibrillatie zonder onderliggende hartziekte komt vier- tot tienmaal meer voor bij (vroegere) duursporters dan bij de rest van de bevolking. Van de mannen jonger dan zestig jaar met voorkamerfibrillatie is ongeveer 60 procent een actieve duursporter. Dat hoeft niet voor paniek te zorgen. Voorkamerfibrillatie is vooral vervelend. Je valt er niet van dood, maar je moet het wel laten opvolgen. Geneesmiddelen kunnen de ritmestoornissen in de meeste gevallen controleren, maar diezelfde medicijnen kunnen ook interfereren met de sport zelf. Sommigen krijgen last van lage bloeddruk bijvoorbeeld. Daarenboven nemen sportadepten niet graag medicijnen in. Er duiken ook steeds meer sportieve vrouwen op in de duursport. Toch neemt voorkamerfibrillatie niet evenredig toe. Kan een vrouwenhart beter tegen een stootje? Waarschijnlijk niet. Cardiologen wijten het man-vrouwverschil aan de competitieve ingesteldheid van veel mannen. Ze willen niet onderdoen voor elkaar. Liever sneuvelen dan eindigen als tweede. Ze gaan sneller in het rood, want ze hebben een bepaald doel voor ogen. Minder vrouwen laten zich vangen aan het spelletje 'wie is de sterkste'. Ze gaan een namiddagje fietsen met vriendinnen om zich te amuseren en hun conditie te onderhouden. Niet om tegen 30 kilometer per uur een bepaalde afstand af te leggen. We moeten weg van het misverstand dat veel en zwaar sporten beter is voor de gezondheid dan regelmatig maar minder intensief trainen. Dat waanbeeld is wellicht het gevolg van de campagnes die jarenlang vertelden dat we vooral genoeg moeten sporten om in optimale conditie te blijven. Het leidde tot een overdreven bewondering voor wie de Mont Ventoux drie keer kan beklimmen of een marathon loopt in minder dan drie uur. In de sport ben je niet per se gezonder als je betere prestaties neerzet. Sport is alleen gezond als het de conditie van lichaam en geest verbetert zonder schade te berokkenen. Dat maakt het niet gemakkelijk om te bepalen wat nog gezond is en wat niet. Want iedereen reageert verschillend. Een fanatieke competitieve instelling, met je omgeving of met jezelf, is in de sport echt te mijden. De ervaring leert echter dat wie na jarenlang intensief duursporten te kampen krijgt met hartritmestoornissen, het bijzonder moeilijk heeft met afbouwen. Het zijn de koppigste doorbijters die het eerst getroffen worden. De auteur is arts en hoofdredacteur van Bodytalk.marleen.finoulst@bodytalk.be Door Marleen Finoulst