In de twaalfde eeuw trokken de volgelingen van Norbertus door Europa. Ze streken onder meer neer in Postel, in de Antwerpse Kempen. "Wij zitten hier al sinds 1134," vertelt pater Ivo Billiaert, provisor van de abdij. Het domein van de 37 kloosterlingen in Postel is 390 hectare groot en omvat de abdij, landbouwgrond en bossen. "We zijn de grootste van de kleine norbertijnenabdijen."
...

In de twaalfde eeuw trokken de volgelingen van Norbertus door Europa. Ze streken onder meer neer in Postel, in de Antwerpse Kempen. "Wij zitten hier al sinds 1134," vertelt pater Ivo Billiaert, provisor van de abdij. Het domein van de 37 kloosterlingen in Postel is 390 hectare groot en omvat de abdij, landbouwgrond en bossen. "We zijn de grootste van de kleine norbertijnenabdijen."Het apostolaat, het levensonderhoud, het onderhoud van de gebouwen en de steun aan de broedergemeenschap in Kinshasa kosten handenvol geld. Pater Ivo: "Elke abdij is een economische cel door de onbezoldigde arbeid van de kloosterlingen We zijn aangewezen op onze economische bedrijvigheid. Postel was en is nog steeds een landbouwgemeenschap. Jarenlang beheerden we een veestapel van 300 stuks, waaronder meer dan 180 melkkoeien. De melk dient als basis voor ons belangrijkste product: Postelkaas. De kazen maken ongeveer de helft uit van de omzet." Die bedraagt 620.000 euro. In 2001 werd de boerderij, decennialang een toonaangevend landbouwbedrijf, uit handen gegeven wegens gebrek aan jonge opvolgers in de kloostergemeenschap. Alleen de kruidenteelt en de kaasmakerij bleven in eigen beheer. "De boerderij, 150 hectare landbouwgrond en de veestapel zijn nu in erfpacht bij een jong landbouwersgezin. Het gezin levert ons nu de melk voor onze kazen." Ook het Postelbier wordt niet meer in Postel zelf gebrouwen. "Een brouwerij uit Opwijk heeft de licentie, wij krijgen alleen nog royalty's."Sinds de norbertijnen in 2003 begonnen met de verkoop van hun kruidenteelt, verdubbelt de omzet jaar na jaar. Het personeelsbestand groeit navenant. Broeder-herborist Guy Van Leemput heeft drie deeltijdse medewerkers. "We zijn toe aan een uitbreiding van het laboratorium bij de kruidentuin, nu ongeveer een halve hectare groot." De populariteit is opmerkelijk. "Mensen staan opnieuw open voor kruiden. Ze zijn de bijwerkingen van de chemische medicijnen beu," zo verklaart Billiaert het succes. "Onze kruiden zijn geen homeopathische of alternatieve geneesmiddelen. We begeven ons niet op het pad van de geneeskunde, we gaan alleen terug naar de basis van de medicijnen: naar de natuurlijke bestanddelen."Topper in het kruidengamma is de zelfgekweekte ginseng, een arbeidsintensieve levenswortel die normaal voorkomt in de bossen van Noord-Canada. "Ginseng was 4000 jaar geleden al bekend in het Oosten. Onze ginseng panax quinquefolium doet de bloeddruk licht dalen, is goed voor de cholesterol en het concentratievermogen en bestrijdt stress." De kruiden in de vorm van capsules, drankjes of crèmes verkopen vlot. "Een deel verkopen we hier, de rest wordt dagelijks verzonden over heel België, Nederland en Duitsland." Ook de Postelkazen blijven het erg goed doen. "In 1947 produceerden we ongeveer tien kilo per dag, voor eigen gebruik en later ook voor toeristen. Nu bedraagt de productie drie ton per week. Dat is nog steeds weinig in vergelijking met industriële kaasmakerijen." De Postelkazen bekleden met het keurmerk Monastic een unieke plaats op de markt: "Monastic waarborgt dat het product gemaakt is in een abdij, door kloosterlingen. Bij ons is dat in hoofdzaak nog artisanaal. In België zijn er maar drie echte abdijkazen meer: Orval, Westmalle en Postel. De Westmalle wordt alleen lokaal verspreid. Twee derde van onze productie komt terecht in de 200 Colruytwinkels in België. De rest wordt in de omgeving en in de eigen abdijwinkel verkocht."Een echte marketingstrategie hebben de norbertijnen niet. "Mond-tot-mondreclame is onze enige marketing. We hebben ook niet de budgetten om zwaar te adverteren. In 1997 zijn we begonnen met diversifiëren," zegt pater Ivo. "Sindsdien houden we rekening met de markt en kwamen er naast de traditionele harde Postelkaas ook andere kazen." Het succes werd zo groot, dat de abdij de hulp inriep van Milcobel, de coöperatie van melkveehouders. "Milcobel bracht de onderhandelingen met Colruyt voor ons tot een goed einde," zegt pater Ivo. "We leveren er nu de halfharde belegen kaas, maar kunnen amper de vraag volgen. We onderzoeken of we onze productiecapaciteit kunnen uitbreiden."Ondanks het succes, zit manager-provisor Ivo Billiaert met de handen in het haar: "De strenge bepalingen in het plan Grensgebied Postel, met onder andere de Europese Vogelhabitatrichtlijn, zijn een regelrechte aanval op de landbouw in de regio." Het plan dreigt de verdere exploitatie van de gronden onmogelijk te maken door ze een andere bestemming te geven. "Voor negen Vlaamse landbouwers en heel wat Nederlanders die hier eigendom bezitten of pachten, dreigt het faillissement." Onder hen ook de abdijboerderij die de melk levert voor de Postelse kaasproductie. De norbertijnen trekken dan ook het voortouw voor het behoud van de landbouwgronden in hun huidige staat. "In april 2006 hebben we de bevoegde ministers Dirk Van Mechelen (VLD), Kris Peeters (CD&V) en Vlaams minister-president Yves Leterme (CD&V) aangeschreven. Voorlopig zonder succes," zucht Billiaert. De gevolgen voor de abdij zijn zowel economisch als sociaal van aard: "De kaasproductie maakt de helft uit van onze omzet. Zonder die inkomsten dreigt ook voor ons een financieel tekort. Bovendien tellen de kaasmakerij en kaaswinkel zeven werknemers. Dat aantal kan nog toenemen." Ook voor de boeren in de streek dreigt een financieel en sociaal drama. "Daarom vragen we een herbevestiging van het gebied als landbouwgebied, zonder de extra voorwaarden die in het plan zijn opgenomen, zoals aanleg van heide- en veengebieden."Eind 2006 verwacht de pater een definitief oordeel over de bestemming van de landbouwgronden. Het dossier wordt ook ingediend bij het Europees Hof. "Onze klacht is alvast ontvankelijk verklaard."Tom Bosman