Heel wat vermogende Belgen hebben de laatste jaren trusts en stichtingen opgezet in landen waar ze weinig of geen belastingen betalen. Die fiscale ontsnappingsroutes waren al lang een doorn in het oog van de fiscus. De regering-Di Rupo voerde een aangifteplicht in: iedere Belg die een deel van zijn vermogen heeft ondergebracht in een buitenlandse juridische constructie, moest het bestaan ervan melden op zijn belastingaangifte. De regering-Michel gaat nog een stap verder: met de kaaimantaks viseert ze de 57 miljard euro aan activa die Belgen hebben ondergebracht in constructies in belastingparadijzen.
...

Heel wat vermogende Belgen hebben de laatste jaren trusts en stichtingen opgezet in landen waar ze weinig of geen belastingen betalen. Die fiscale ontsnappingsroutes waren al lang een doorn in het oog van de fiscus. De regering-Di Rupo voerde een aangifteplicht in: iedere Belg die een deel van zijn vermogen heeft ondergebracht in een buitenlandse juridische constructie, moest het bestaan ervan melden op zijn belastingaangifte. De regering-Michel gaat nog een stap verder: met de kaaimantaks viseert ze de 57 miljard euro aan activa die Belgen hebben ondergebracht in constructies in belastingparadijzen. Uitgaand van een rendement van 3,2 procent en tegen een belastingvoet van 25 procent kan de kaaimantaks 460 miljoen euro opbrengen. Of dat haalbaar is, is maar de vraag, want de geviseerde groep zal haar gedrag wellicht aanpassen om belastingen te blijven ontwijken. Bij de begrotingscontrole is 50 miljoen euro ingeschreven als opbrengst voor het kalenderjaar 2015 via een systeem van voorheffingen. Activa in de Verenigde Staten, Luxemburg en Zwitserland zijn voorlopig nog niet opgenomen in dat cijfer, omdat het lang niet zeker is of de wet vat krijgt op constructies in die landen. In de toekomst wordt het wel moeilijker kapitaal uit buitenlandse constructies na een overlijden over te dragen, zonder het op te geven in de aangifte van de nalatenschap. Op die manier is het niet uitgesloten dat de kaaimantaks de Vlaamse schatkist op termijn beter spekt dan de federale. De kaaimantaks is van toepassing op de inkomsten uit buitenlandse juridische constructies van na 1 januari 2015. De regelgeving geldt voor twee soorten constructies: die zonder rechtspersoonlijkheid (type 1) en die met rechtspersoonlijkheid (type 2). Met constructies van type 1 worden trusts en fiduciaire verhoudingen bedoeld. Constructies van type 2 zijn juridische entiteiten die in het buitenland niet aan inkomstenbelasting zijn onderworpen of een aanzienlijk voordeliger belastingregime genieten. De regels zijn niet van toepassing voor een constructie van type 2, als wordt aangetoond dat ze in het buitenland onderworpen is aan een inkomstenbelasting van minstens 15 procent, berekend volgensde Belgische regels. Om een dubbele belasting te vermijden, zijn inkomsten vrijgesteld die al in België zijn belast. Zowel de oprichters, de houders als de derde begunstigden kunnen worden belast op de inkomsten van de constructie. De oprichters betalen belasting op de inkomsten van constructies van type 1 en type 2 "alsof ze die inkomsten rechtstreeks hebben verkregen". De fiscus kijkt dus door de constructie heen en belast de oprichters alsof zij de inkomsten persoonlijk hebben ontvangen in plaats van de constructie. Ook de natuurlijke personen die direct of indirect erfgenaam zijn van de oorspronkelijke oprichter worden beschouwd als oprichter. De erfgenamen kunnen aan de heffing ontsnappen als ze aantonen dat zij of hun erfgerechtigden op geen enkele manier enig voordeel krijgen door een constructie van type 1. Dat bewijs kunnen ze niet leveren bij een constructie van type 2. Erfgenamen moeten daarbij onherroepelijk verzaken aan elk voordeel uit de constructie en een brief van de vertegenwoordiger of de beheerder van de constructie kunnen voorleggen. Daarin moet staan dat die persoon en zijn erfopvolgers op geen enkel moment en op geen enkele manier enig voordeel van de constructie kunnen krijgen. De memorie van toelichting bij de wet voegt daaraan toe dat, als zou blijken dat de brief niet met de werkelijkheid overeenstemt, er sprake is van fiscale fraude met gebruik van valse stukken, zowel ten aanzien van de oprichter die de briefwisseling als bewijs gebruikt als ten aanzien van de juridische constructie of de beheerder van wie de brief uitgaat. Bij een constructie van type 2 moet de belasting worden betaald door de houders van de juridische rechten op de aandelen, of door de houders van de economische rechten op de goederen en kapitalen die in het bezit zijn van de constructie. De wet verwijst niet naar erfgenamen, want voor een juridische constructie van type 2 is iemand houder van de aandelen als hij de stukken aan toonder kan voorleggen, of als hij -- in het geval van stukken op naam -- ingeschreven is in een register. De derde begunstigde wordt belast op elk voordeel dat hij verkrijgt uit een constructie van type 1 of 2. Ook rechtspersonen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting, zoals vzw's en private stichtingen, kunnen als oprichter of als derde begunstigde worden belast. Daarmee worden dus ook Belgische private stichtingen onderworpen aan de kaaimantaks en de aangifteplicht. Inkomsten waarvan de oprichters kunnen aantonen dat ze door een derde begunstigde zijn verkregen, worden niet bij de oprichters belast. De bewijslast daarvoor ligt bij de oprichters. Als die derde begunstigde een rijksinwoner is, moet hij de belasting afdragen. Derde begunstigden worden belast op het ogenblik dat ze een uitkering krijgen, en niet op het tijdstip dat de constructie het inkomen ontvangt, zoals bij de oprichters. De kaaimantaks legt ook specifieke regels op voor de verdeling van de belastbare inkomsten als er meerdere oprichters of erfgenamen zijn. De wetgever gaat ervan uit dat die verdeling in verhouding staat met hun aandeel in de constructie. Kunnen ze daarvan geen bewijs voorleggen, dan worden ze ieder gelijk belast. Twee bijzondere antimisbruikbepalingen moeten elke vorm van fiscaal misbruik vermijden. Sommige handelingen met een constructie van type 2 worden als niet-tegenstelbaar aan de fiscus beschouwd als de doorkijkbelasting op die constructie van toepassing is. Zulke inkomsten worden belast alsof ze rechtstreeks worden aangehouden door een Belgische belastingplichtige. Elke wijziging aan de oprichtingsakte van een constructie van type 2 om die om te zetten naar een constructie van type 1 is ook nietig als die alleen tot doel heeft te ontsnappen aan belastingen. Ook elke wijziging vanaf 9 oktober 2014 aan de oprichtingsakte van een constructie van type 1 die de omzetting in een constructie van type 2 tot doel heeft, en omgekeerd, is niet tegenstelbaar aan de fiscus. Bovendien stelt de memorie van toelichting dat, als de nieuwe specifieke antimisbruikbepalingen geen resultaat opleveren om een buitenlandse constructie te belasten, het perfect mogelijk is de vroegere algemene antimisbruikbepaling toe te passen. De fiscus heeft dus verschillende middelen om de belasting te heffen. Werner Niemegeers en Johan SteenackersMet de kaaimantaks viseert de federale regering 57 miljard euro aan activa in belastingparadijzen.