Het Brusselse hof van beroep behoudt de exploitatiebeperkingen van de bioscoopgroep Kinepolis. Daarmee geeft het blijk van een grote wereldvreemdheid. Het hof stelt dat de Raad voor de Mededinging zijn huiswerk over moet doen. Daarmee hakt het in wezen geen knopen door. Concreet betekent dit een verlenging van de beperkingsmaatregelen die de bioscoopgroepen Bert en Claeys in 1997 (!) kregen opgelegd bij hun samensmelting tot Kinepolis. Daardoor moet de groep bij elk expansie- of renovatiedossier van enige betekenis de toestemming vragen aan de Raad voor de Mededinging. Een verd...

Het Brusselse hof van beroep behoudt de exploitatiebeperkingen van de bioscoopgroep Kinepolis. Daarmee geeft het blijk van een grote wereldvreemdheid. Het hof stelt dat de Raad voor de Mededinging zijn huiswerk over moet doen. Daarmee hakt het in wezen geen knopen door. Concreet betekent dit een verlenging van de beperkingsmaatregelen die de bioscoopgroepen Bert en Claeys in 1997 (!) kregen opgelegd bij hun samensmelting tot Kinepolis. Daardoor moet de groep bij elk expansie- of renovatiedossier van enige betekenis de toestemming vragen aan de Raad voor de Mededinging. Een verdere uitbreiding van het aantal schermen of zitjes wordt meteen in de kiem gesmoord. Is deze uitspraak willekeur of amateurisme? Het hof buigt in ieder geval erg gemakkelijk voor de eisen van de concurrentie. De groeibeperking van Kinepolis moest een te grote machtsconcentratie op de Belgische markt vermijden. De Raad voor de Mededinging oordeelde echter bijna een jaar geleden dat de groeibeperking niet langer te verdedigen is. De bioscoopgroepen UGC en Utopolis en de Federatie van Cinema's van België (FCB) - waarvan Kinepolis geen deel uitmaakt - zagen die beslissing niet zitten en stapten naar het hof van beroep. Ze kregen gelijk. Kinepolis kan nu wel nog naar Cassatie stappen, maar het is wraakroepend dat een Belgische beursgenoteerde groep door juridische willekeur een halt wordt toegeroepen. Dit is geen vlaag van protectionisme. Het huiswerk van de Raad voor de Mededinging wás af. En wie de moeite doet om het rapport te lezen, kan niet anders dan vraagtekens plaatsen bij het arrest van het hof van beroep. UGC en Utopolis behoren tot grote internationale groepen met vestigingen in heel Europa. UGC is al sinds 1978 actief in ons land, Utopolis sinds 1999. Ze hadden alle tijd om hun positie hier verder uit te bouwen, maar dat was voor hen nooit een prioriteit. Dat is hun goed recht. Maar leg een concurrent die wel gelooft in een verdere uitbreiding op deze markt dan niet aan banden. Intussen zijn de marktomstandigheden fundamenteel veranderd. De concurrenten van toen gingen erop vooruit. Er zijn concurrenten bijgekomen en de grenzen tussen de verschillende media (bioscoop, dvd/video, betaaltelevisie, pay per view, video on demand, televisie) vervagen in een ijltempo. Ook de strategie van de grote bioscooptempels in enkele grote steden moet worden aangepast door een veranderd consumentenpatroon en het mobiliteitsvraagstuk. De opkomst van de kleinere lokale bioscopen is daar een antwoord op. Dat een bedrijf als Kinepolis zich wil wapenen, is niet meer dan logisch. Sterker, het is de essentie van ondernemen. Laat de concurrentenstrijd er dus een zijn met gelijke wapens. En voer die strijd via een uitgekiende bedrijfsstrategie in plaats van met een legertje advocaten. En dat de voorzitter van het hof eens wat vaker een filmpje meepikt. Het zal hem wat minder wereldvreemd maken. (T)Door Lieven Desmet