Driekwart van de Gazellen-bedrijven neemt maatregelen om de energiekosten terug te dringen. Dat moet ook, want voor ruim een kwart van de groeibedrijven bedragen de facturen voor gas, elektriciteit, olie en andere energie meer dan 5 procent van de kosten. Bij een kleine 15 procent is energie zelfs goed voor meer dan een tiende van de kosten.
...

Driekwart van de Gazellen-bedrijven neemt maatregelen om de energiekosten terug te dringen. Dat moet ook, want voor ruim een kwart van de groeibedrijven bedragen de facturen voor gas, elektriciteit, olie en andere energie meer dan 5 procent van de kosten. Bij een kleine 15 procent is energie zelfs goed voor meer dan een tiende van de kosten. Dat blijkt uit een onderzoek dat Trends en KPMG voerden bij de bedrijven die de jongste vijf jaar de Gazellen-rangschikking haalden. 864 bedrijven (20 % van het totaal) antwoordden, waaronder 574 Vlaamse, 217 Waalse en 73 Brusselse bedrijven. Van de vijftien overheidsbedrijven die meededen, beweert de helft dat ze geen maatregelen nemen om de energiekosten terug te dringen. Van de ondernemingen die dat wel doen, gaat het in 45 procent van de gevallen om programma's voor energie-efficiëntie. Eén op de vijf schakelde over naar een nieuwe energieleverancier. Bijna één op de honderd koos voor een zeer drastische oplossing en verhuisde een deel van de activiteiten. Ook hernieuwbare energie is populair. Iets minder dan vier op de tien bedrijven is zelf energieproducent geworden. Zo installeerde 23,61 procent onder hen zonnepanelen. Dat daarbij het subsidiebeleid een rol speelt, is duidelijk. Iets minder populair zijn warmtekrachtkoppeling (4,63 %), grondwarmte (2,31 %), windmolens (2,2 %), biomassa (1,5 %) of andere bronnen (4,63 %). De verhoogde aandacht voor groene energie komt niet uit de lucht vallen. Nog geen kwart van de groeibedrijven vindt duurzaamheid en de milieuproblematiek minder of helemaal niet belangrijk. En hoewel er slechts een minderheid (16 %) al zijn ecologische voetafdruk heeft gemeten, zijn ruim vier op de tien bedrijven dat wel van plan. Bijna 35 procent heeft ook een budget opzijgehouden om nog dit jaar milieuvriendelijke aanpassingen te doen. Toch is het zeker niet al goud wat blinkt bij onze groeibedrijven. Acht op de tien hebben moeite vacatures ingevuld te krijgen, net geen 37 procent heeft die problemen zelfs met elke functie. Amper drie op de honderd bedrijven vinden zonder problemen de juiste mensen. Hoe hoger de functie, hoe problematischer overigens: ongeschoolde arbeiders en administratieve functies worden voor ruim driekwart binnen de zes maanden gevonden, bij geschoolde arbeiders daalt dat percentage naar 65 procent. Nochtans staan heel wat bedrijven te zwaaien met alternatieve verloningsvormen. Bedrijfswagen (89 %), gsm (82 %) en maaltijdcheques (72 %) zijn bijna standaard, maar ook pensioenplannen (59 %), loon (53 %), bijscholing (49 %), flexibele werktijden (46 %) en doorgroeimogelijkheden (45 %) zijn populair. Extra vakantiedagen (21 %), aandelenplannen (7,5 %), een strijkdienst (3 %) en kinderoppas (1 %) zijn minder gebruikelijk. De moeilijkheden om mensen te vinden doen de groeibedrijven hun angst overwinnen om ouderen aan te nemen. 37,5 % heeft dat de jongste vier jaar gedaan. Niet verwonderlijk zijn de meeste bedrijfsleiders (63 %) geen voorstander van brugpensioen. Hoewel: in Vlaanderen zijn bijna zeven op de tien tegen het systeem, in Wallonië is dat nog niet de helft (49 %). Toch heeft bijna 36 procent er de jongste twee jaar gebruik van gemaakt: dat is ongeveer evenveel als er voorstanders (27 %) en mensen zonder mening over het systeem (9 %) zijn. Overigens wordt het brugpensioen vooral toegepast in de industrie (46 %) en de bouw (52 %), terwijl amper een kwart van de dienstenbedrijven op het systeem een beroep deed. Over een van die andere hete hangijzers in de sociale onderhandelingen, de index, zijn de meningen evenmin eensluidend. Een kleine meerderheid (54 %) wil de loonindex afgeschaft zien, 23,5 procent wil hem behouden, en nog eens 15 procent kan ermee leven, na aanpassingen. Wellicht is het toeval, maar bij de overheidsgerelateerde bedrijven wil amper een kwart de index weg. Die houding hangt wellicht ook samen met de opinie die de CEO's zich vormen over de economische toestand. In november en december, toen de Gazellen werden ondervraagd, zag zowat de helft een stabiele conjunctuur. Iets meer dan 17 procent zag kleine of grotere tekenen van een heropleving en een kleine 6 procent meldde dat zijn sector niet onder de crisis leed, maar voor ruim een kwart werden de gevolgen van de crisis steeds erger. Ruim de helft van de ondernemingen heeft zich voorbereid op economisch onweer door te besparen in de kosten zonder personeelsafvloeiingen, terwijl 58 procent voor het offensief koos door nieuwe markten op te zoeken. Andere populaire maatregelen (er waren meerdere keuzes mogelijk) zijn het zoeken naar meer inkomsten (41 %) en automatisering (bijna 24 %). Slechts één op de tien nam geen maatregelen om de crisis de baas te kunnen. De belangrijkste financieringsbronnen blijven interne cashflow (68 %) en bankleningen (60 %), terwijl ongeveer één op de tien een beroep doet op private equity. De meeste respondenten zeggen ook geen moeite te hebben om aan bankkredieten te raken. Iets meer dan 10 procent vindt dat de banken minder krediet willen geven, en nog eens 8 procent merkt dat het traject nu toch wel langer duurt. Ten slotte legden we onze Gazellen ook een aantal stellingen voor. Slechts 1,5 procent van de ondernemers houdt rekening met een verdwijnen van de euro, en nog eens 4 procent neemt het wel in zijn mogelijke toekomstscenario's op. De overigen beschouwen het niet als een reële mogelijkheid. Slechts 6 procent van de respondenten zou het verdwijnen van de eenheidsmunt niet betreuren, de anderen zouden dat heel erg vinden. Ruim één op de vijf bedrijfsleiders is tegen de overheidssteun die aan de banken werd gegeven. Nog eens ruim een derde (35,5 %) vond de ingrepen verantwoord, maar oordeelt dat ze op kleinere schaal hadden gemoeten. Slechts 34,6 procent vond de ingrepen noodzakelijk. LUC HUYSMANSIn Vlaanderen zijn bijna zeven op de tien tegen het systeem van brugpensioen, in Wallonië is dat nog niet de helft.