De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Om fiscaal als persoon ten laste beschouwd te worden, is onder meer vereist dat de bestaansmiddelen van die persoon een bepaalde grens niet overschrijden. Voor het aanslagjaar 2006 (inkomsten 2005) ligt de grens in het algemeen - na indexaanpassing - op 2540 euro. Voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast, ligt de grens - ook weer na indexaanpassing - op 3670 euro. En voor gehandicapte kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast, geldt een nog hogere grens. Aangepast aan de evolutie van het indexcijfer, bedraagt die 4650 euro. Bij het beoordelen of de grens van de toegelaten bestaansmiddelen is overschreden, moet u met sommige inkomsten geen rekening houden. Dat is onder meer het geval voor de wettelijke kinderbijslagen en voor studiebeurzen. ONDERHOUDSGELDEN. Enkele jaren geleden werd beslist dat u ook geen rekening moet houden met een eerste schijf van (nog te indexeren) 1800 euro aan onderhoudsuitkeringen die aan kinderen worden toegekend. Na indexaanpassing is dit bedrag voor het aanslagjaar 2006 gelijk aan 2540 euro. De bedoeling was te vermijden dat kinderen van bijvoorbeeld gescheiden ouders al te vlug de grens van de toegelaten bestaansmiddelen zouden overschrijden, zodra zij naast hun onderhoudsgelden ook bijvoorbeeld nog inkomsten uit studentenarbeid zouden hebben. Door een eerste schijf aan onderhoudsgelden niet als bestaansmiddelen in aanmerking te nemen, werd dit risico ingeperkt. BEZOLDIGINGEN. Dezelfde bedoeling heeft de wetgever er nu toe aangezet om daarbovenop nog in een algemene vrijstelling te voorzien. Met ingang van het aanslagjaar 2006 moet u bovendien geen rekening houden met een eerste schijf van (ongeïndexeerd) 1500 euro die jobstudenten verdienen. Na indexaanpassing is dat bedrag voor het aanslagjaar 2006 gelijk aan 2120 euro. De nieuwe vrijstelling staat te lezen in de nieuwe Programmawet die onlangs door het parlement is goedgekeurd. De vrijstelling heeft een beperkte draagwijdte. Ze geldt alleen voor de bezoldigingen die een student verdient in het kader van een specifieke arbeidsovereenkomst voor studenten. Ze geldt dus niet voor de beroepsinkomsten die een student bijvoorbeeld uit een zelfstandige beroepsactiviteit behaalt. En ook niet voor de inkomsten die hij krijgt in het kader van een gewone arbeidsovereenkomst. Het moet om een specifieke arbeidsovereenkomst voor studenten gaan in de zin van de arbeidsovereenkomstenwet. Een student die in de zomervakantie bijvoorbeeld twee maanden wil werken, zal dus weinig boodschap hebben aan de nieuwe vrijstelling. De geldende reglementering op het gebied van de sociale zekerheid heeft immers in de praktijk tot gevolg dat men in de zomervakantie maximaal 23 dagen in het kader van een specifieke arbeidsovereenkomst voor studenten kan werken. Onlangs is echter aangekondigd dat studenten met ingang van 1 oktober van dit jaar ook buiten de zomervakantie nog eens 23 dagen kunnen werken in het kader van een specifieke arbeidsovereenkomst voor studenten. Voor studenten die van deze mogelijkheid gebruikmaken, zal de nieuwe vrijstelling wel van belang zijn. BRUTO. Gaat het om een netto- of een brutovrijstelling? Die vraag is niet onbelangrijk. Als de vrijstelling van 2120 euro overeenstemt met een nettobedrag, mag het brutobedrag aan bezoldigingen (die niet als bestaansmiddelen in aanmerking komen) nog een stuk hoger zijn. Netto is op het gebied van de bestaansmiddelen doorgaans immers gelijk aan bruto min 20 %. Op het gebied van de toegelaten bestaansmiddelen wordt in de regel gepraat in termen van nettobedragen. Je zou daaruit kunnen afleiden dat de vrijstelling van 2120 euro ook een nettobedrag betreft (80 % van bruto). Maar gevreesd mag worden dat de belastingadministratie het daar niet mee eens is. Zoals we eerder al vermeldden, moeten we bij kinderen geen rekening houden met een eerste schijf van 2540 euro aan onderhoudsgelden. De vraag was toen ook of deze schijf een netto- of een brutobedrag betreft. Twee jaar geleden liet de administratie weten dat het naar haar oordeel om een brutobedrag gaat. Volgens de fiscus mag je de vrijgestelde schijf van 2540 euro dus niet aanrekenen op het nettobedrag van de ontvangen onderhoudsgelden (80 % van bruto), maar moet je de vrijgestelde schijf aftrekken van het ontvangen brutobedrag. Alleen het saldo mag naar een nettobedrag worden herleid om te zien of de toegelaten grens aan nettobestaansmiddelen is overschreden. Naar alle waarschijnlijkheid zal de administratie eenzelfde standpunt innemen tegenover de nieuwe vrijstelling van de eerste schijf van 2120 euro aan bezoldigingen van een jobstudent. Het gevolg is ook hier dat de vrijgestelde schijf niet mag aangerekend worden op het nettobedrag van de ontvangen bezoldigingen (doorgaans ook 80 % van bruto), maar dat het afgetrokken moet worden van de brutobezoldiging. Wie rustig wil slapen, houdt best rekening met het feit dat de administratie er zo over denkt. Jan Van Dyckô De vrijstelling betreft volgens de belastingadministratie een brutobedrag.ô