Op uitnodiging van de Amerikaanse overheid doorkruis ik Amerika met als programma het bestuderen van hun industrieel beleid, hun economische politiek en hun beleid inzake innovatie. Wees gerust, belastingbetaler, het is op uitnodiging en op kosten van de Amerikanen. Jaarlijks selecteren ze mensen van wie ze vinden dat het goed zou zijn hen de Amerikaanse economie beter te leren kennen. Ik ben in goed gezelschap want mensen zoals Guy Verhofstadt of Kris Peeters werden destijds uitgenodigd en gingen op die invitatie in. Mijn columnlezer zal het mij dan ook hopelijk niet kwalijk nemen dat ik regelmatig een paar indrukken met hem of haar deel. Eén van de frappantste cijfers daarbij is dat maandelijks bijna vijf miljoen - evenveel als het aantal actieve Belgen - Amerikanen hun job verlaten, de meeste op eigen initiatief.
...

Op uitnodiging van de Amerikaanse overheid doorkruis ik Amerika met als programma het bestuderen van hun industrieel beleid, hun economische politiek en hun beleid inzake innovatie. Wees gerust, belastingbetaler, het is op uitnodiging en op kosten van de Amerikanen. Jaarlijks selecteren ze mensen van wie ze vinden dat het goed zou zijn hen de Amerikaanse economie beter te leren kennen. Ik ben in goed gezelschap want mensen zoals Guy Verhofstadt of Kris Peeters werden destijds uitgenodigd en gingen op die invitatie in. Mijn columnlezer zal het mij dan ook hopelijk niet kwalijk nemen dat ik regelmatig een paar indrukken met hem of haar deel. Eén van de frappantste cijfers daarbij is dat maandelijks bijna vijf miljoen - evenveel als het aantal actieve Belgen - Amerikanen hun job verlaten, de meeste op eigen initiatief. Deze job churn staat in schril contrast met de honkvastheid van de Europeanen, en vooral de Belgen. De gemiddelde duur dat men bij een bedrijf blijft is in de Verenigde Staten 6 jaar. Ter vergelijking, een Brit blijft gemiddeld 8 jaar bij dezelfde werkgever, een Duitser 10 jaar, een Fransman 11 jaar en Belgen, Grieken, Italianen en Japanners meer dan 12 jaar. Iemand die bij ons te vaak verandert van beroep, noemen wij een jobhopper, een man van twaalf stielen en dertien ongelukken, zoals de volkswijsheid zegt. En die volkswijsheid wordt vertaald in wetten waar "hiring and firing" wordt beladen met een negatieve connotatie zodat een werkgever twee keer nadenkt vooraleer iemand te ontslaan en tien keer nadenkt vooraleer iemand aan te werven. Een werknemer, zelfs als hij zich ongelukkig voelt in zijn werk, zal toch zijn baan houden wegens de sociale bescherming. Is die job churn een slechte of een goede zaak? Volgens de Amerikaanse statistieken verlieten in 2005, vier op de tien Amerikanen hun job. Meer dan 55 miljoen Amerikanen zeiden hun baas vaarwel, of omgekeerd. "Dat is zeer goed nieuws," stelt Robbi "Terri, deputy secretary of the Treasury, want dat bewijst het dynamisme van onze arbeidsmarkt, vooral voor jongeren. Trouwens, in datzelfde jaar werden 57 miljoen nieuwe werknemers aangeworven. De uitdaging voor beleidsmakers is dat zij noch fiscale, noch regulatieve maatregelen hebben (of houden?) die dat dynamisme van de economie fnuikt," besluit ze. Staat Amerika model?Kunnen wij in Europa iets leren uit deze aanpak of moeten die worden verworpen wegens te Amerikaans, te kapitalistisch en te grote cultuurverschillen? Wel, als we even kijken binnen Europa, stellen wij ook daar vast dat landen met een lage arbeidsmobiliteit, een lage tewerkstelling kennen. Dus is ook in Europa de mobiliteit eerder een teken van dynamisme van de economie. Dynamisme aanwakkeren is dus geen asociale politiek, maar in tegendeel een beleid dat tewerkstelling creëert en dus gunstig is voor werknemers. We moeten er dus voor zorgen dat job-roteerders hun gezondheidsverzekering en pensioenplannen kunnen behouden, onafhankelijk van hun werkgever of statuut. De exorbitante kosten die gepaard gaan met het veranderen van werk, zowel voor werknemer, maar vooral voor de werkgever, fnuiken zelfontplooiing en remmen jobcreatie. Net zoals in Denemarken, moeten wij werkzekerheid vervangen door jobzekerheid. Sociale bescherming en inkomenszekerheid bij ontslag mogen niet van die aard zijn dat zij de dynamiek van de economie fnuiken. Sociale politiek is nodig, maar mag de economische turbulentie niet in de kiem smoren, willen wij competitief blijven. Het fenomeen dat bedrijven herstructureren, maakt deel uit van de economie. Maar bedrijven die groeien en constant nieuwe krachten nodig hebben eveneens. Die laatste komen wel minder in het nieuws. Wist u bijvoorbeeld dat GSK, een farmaceutisch bedrijf gelegen in Wallonië, al vijftien jaar gemiddeld één werknemer per dag aanvaardt. Heeft u dat al gelezen op de eerste pagina van uw krant? Vele bedrijven die groeien, kampen met problemen om werknemers te vinden. En ondertussen houdt ons systeem mensen die zich niet goed voelen in hun vel, gekluisterd aan hun job. Sociale bescherming is goed, maar dat kan zonder die perverse effecten, door de bescherming los te koppelen van de werkplaats of het statuut maar te binden aan de persoon. In dat licht moeten wij ons afvragen of vaste benoemingen voor ambtenaren geen anachronisme zijn in onze kennismaatschappij. Ze zitten namelijk zelf vast aan hun statuut en dito pensioenrechten. En hoe kunnen we verklaren dat in onze economie, die dringend op zoek is naar arbeidskrachten, zoveel jongeren zich bevinden in een "wachtperiode". Ze wachten tot ze uitkeringsgerechtigd worden. Zou het nu echt kwaad kunnen dat gezonde jongeren even een job uitoefenen beneden hun opleidingsniveau en geleidelijk opklimmen? Tussen de leeftijd van 18 en 38 jaar, waar de rotatie het grootst is, hebben werknemers in Amerika gemiddeld tien verschillende werkgevers. Niet dat het bij ons zo'n vaart moeten lopen, maar als wij bij ons de sociale zekerheid persoonsgebonden in plaats van statuutgebonden zouden maken, zou dat wel de dynamiek van de arbeidsmarkt ten goede komen. En als er dan tussen die jongeren sociale probleemgevallen zijn, dan bestaan daarvoor speciale instanties. Maar waarom zouden wij de jeugd het kwalijk kunnen nemen dat zij een risicoloos bestaan verkiezen, zij het als wachtende of werkloze, boven een job beneden hun niveau? Dat zou een persiflage kunnen zijn van de stelling van Nobelprijswinnaar economie Friedrich Hayek in zijn boek "De weg naar slavernij". De auteur is secretaris-generaal van het Vlaamse Departement Economie, Wetenschappen en Innovatie. Hij schrijft deze column in persoonlijke naam.Rudy Aernoudt