Tijdens het interview wordt er geregeld gelachen. Soms rustig, soms uitbundig. "Ja, voor u zit een gezond persoon. Ik heb twee zware depressies meegemaakt, maar alles is goed afgelopen," zegt een opvallend ontspannen Erik Dejonghe (55).
...

Tijdens het interview wordt er geregeld gelachen. Soms rustig, soms uitbundig. "Ja, voor u zit een gezond persoon. Ik heb twee zware depressies meegemaakt, maar alles is goed afgelopen," zegt een opvallend ontspannen Erik Dejonghe (55). Hij is met de trein vanuit De Pinte naar Brussel gekomen. Toen hij in juni 2001 ontslag nam als bestuurder-directeur-generaal bij het West-Vlaamse technologiebedrijf Barco beschikte hij nog over een auto met chauffeur. Elke minuut was immers van belang. "Vandaag doe ik wat ik graag doe, met wie ik het graag doe en wanneer ik het graag doe." Dejonghe ziet er ontspannen uit, maar is tegelijk uitermate bezorgd over de boodschap van dit artikel. "Ik ben geen zielenpoot, ik kom niet klagen. Wat gebeurd is, is iets dat tussen mijn twee oren zit. Ik heb negentien jaar aan het hoofd van een bedrijf gestaan, en dat is te veel geweest. Maar ik hoop dat mijn verhaal andere managers kan helpen." ERIK DEJONGHE. "In 1999 ging ik door een periode van negatieve stress. Uiteraard tracht je die te verbergen: voor jezelf, voor je gezin en voor je werkomgeving. Zoiets past gewoon niet in de cultuur van het bedrijfsleven. Een depressie mag je niet hebben, mag je niet voelen." DEJONGHE. "Dat kan ik echt niet zeggen. Het gaat zo geleidelijk dat je het begin niet ziet. Mijn persoonlijk assistente zei achteraf wel dat ik vlugger uit mijn krammen schoot voor een futiliteit, wat niet van mijn gewoonte was. Het thuisfront merkt de verandering het eerst. Ik ben naar de huisarts gegaan en daar viel het woord stress. Mijn eerste reactie was: dat kan toch niet. Dat beantwoordt absoluut niet aan het beeld dat je van jezelf hebt. Als topmanager moet je stressbestendig zijn. Tot ik plots in mei 1999, tijdens een vergadering op kantoor, zwaar aan het hyperventileren ging. Ik dacht dat ik een hartinfarct kreeg, en ook de collega's waarmee ik aan het vergaderen was vermoedden dat. Er heerste paniek. In het ziekenhuis evenwel kreeg ik een 'geruststellende' diagnose: 'slechts hyperventilatie'. De artsen hebben me toen een kalmerend middel, Xanax, voorgeschreven. Mijn eerste gevoel was er een van gêne: 'wat ben ik hier afgegaan; hoe is het mogelijk'." DEJONGHE. "Medicijnen helpen, maar genezen niet. Ze begeleiden de beïnvloedingsprocessen van het gezin, de dokter, de therapeut. Uiteindelijk is het die beïnvloeding die voor de genezing zorgt." DEJONGHE. "Herstellen kan maar via een overtuigingsproces, en daarbij vervult het thuisfront een erg belangrijke functie. Mijn echtgenote had het probleem direct door. En ook op kantoor moet je de kwestie op tafel gooien. Op beide fronten heb ik alle steun gekregen. Bij Barco kreeg ik enorm mooie faciliteiten. In november 1999, een half jaar na de hyperventilatie, leken alle problemen verdwenen. Ik voelde me goed. Ik wou er weer voor gaan. Maar ik had weinig of niets aan de oorzaak gedaan. Met als gevolg dat ik er twee jaar later, bijna op de dag af, opnieuw inliep. Dan besef je dat oplapremedies niet helpen." DEJONGHE. "Inderdaad. Mijn huisarts heeft me toen duidelijk gemaakt dat het niet voldoende was om het wat kalmer aan te doen. 'Het zal nooit gaan,' was zijn boodschap. Ik ben niet gebouwd voor die remediërende aanpak. Ik heb een hoog niveau van emotioneel engagement. En dat is veeleisend, maar ik kan een bedrijf niet op een andere manier leiden. Van sommige situaties kon ik letterlijk niet slapen. Ik heb dat twintig jaar volgehouden, maar vandaag kan ik dat niet langer. Een jongleur die stramme vingers krijgt of een koorddanser die plotseling hoogtevrees krijgt, moet een andere act bedenken. "In sommige beroepen is zo'n ommezwaai normaal. Een topvoetballer bereidt er zich op voor. Maar aan de bedrijfstop is de vaststelling dat je niet langer geschikt bent voor de functie schokkend. Een harde confrontatie. De stress die ik te verwerken kreeg, was op dat niveau immers niet abnormaal. Oké, er is de jongste jaren veel gebeurd bij Barco, maar dat zijn zaken die je moet aankunnen zonder je koelbloedigheid te verliezen. Ik kon dat evenwel niet meer, en dus was ik niet langer geschikt voor de job. Als je dat beseft, sta je voor een fundamentele keuze. Langer dan vier uur heb ik er niet over gedaan om de knoop door te hakken. Op een zondagmiddag ben ik thuis onwel geworden, en vier uur later wist ik dat ik 's anderendaags bij Barco mijn ontslag zou indienen. Zes maanden later was ik uit mijn depressie. En vandaag zit hier een kerngezonde man. Ik kan nerveus worden, ik kan stress hebben, maar hij escaleert niet meer. Daarvoor is een radicale verandering nodig geweest."DEJONGHE. "Ik sta erover verbaasd hoe weinig ik mijn managementervaring op mezelf heb toegepast. Die beslissing op zondagmiddag was intuïtief. Ik heb geen businessplan voor mezelf geschreven, ik heb geen prioriteiten gesteld, ik heb geen tijdanalyse gemaakt. Ik heb gezegd: 'boem, ik stop'." DEJONGHE. "Ja, en daarvoor heb ik gesprekken gevoerd met personen uit mijn omgeving. Maar de beslissing heb ik zelf genomen. Niemand heeft me met een therapie naar die beslissing moeten loodsen. Al ging ik natuurlijk wel door een periode van schaamte en spijt. Het is zo gênant, omdat het niet past in het rollenpatroon van de bedrijfsleiding. Bedrijfsleiders zijn de jongste jaren uitgegroeid tot macho's. In plaats van te bluffen met ons testosterongehalte, bluffen we met onze stressbestendigheid. Iemand stelt een ontbijtvergadering om 7.30 uur voor? We knikken. We mogen immers geen krimp geven. Wil je in het comité van een buurtschool zetelen? Ah ja, dat nemen we erbij. We zijn immers sterk. Van Japan komen en twee dagen later alweer naar de Verenigde Staten vertrekken? We doen het. Het staat gewoon niet om een teken van zwakheid of beïnvloeding door stress te tonen. We pochen tegen elkaar op. "Het is uit de hand gelopen. Nu komt er weer wat zelftolerantie. Het is ook een beeld dat ons door de media is voorgehouden: een manager is een hardwerker die zowel familiaal, op zijn werk als sociaal-maatschappelijk geëngageerd is en bovendien nog een pak hobby's heeft. We gaan niet gewoon op vakantie, maar we gaan raften. In dat plaatje hoort iemand met een depressie niet thuis. En dus ontstaat er een soort gêne. Bovendien heb je het gevoel dat je iets in de steek laat. Dat heeft lang geduurd bij mij. Pas wanneer je door die stadia bent, kan je je voor een stuk bevrijden. Je krijgt de indruk dat je het niet beter doet, maar wel anders. Op dat moment ben je genezen."DEJONGHE. "Dat klopt. Zeker in de hightechsector, die in een financiële hype was terechtgekomen. De buitenwereld poneerde bijna onrealiseerbare doelstellingen. De omzet moest minstens elke zes maand verdubbelen. Barco heeft zich daar gelukkig nooit door laten leiden, maar ik heb het wel zien gebeuren in bedrijven rondom mij. Als manager zit je er middenin; en aandeelhouders geloven niet als je zegt dat de verwachtingen onrealistisch zijn. Ofwel ga je dan bedriegen en de resultaten forceren. Ofwel word je als manager depressief. In de VS is er nog een andere uitweg: daar heb je de carrousel van managers die om de zes maand van job veranderen. Ze trekken van de ene mislukking naar de andere, maar incasseren wel telkens de stock options. "Vandaag is dat alles wat gedemystificeerd. De rat race is over. Dat is de grootste zegen van het uiteenspatten van de zeepbel in de technologie-, media- en telecomsector. Er kan weer gewerkt worden aan plannen die realiseerbaar zijn, met normale financieringen Alleen de schuldsituatie is gebleven, een pil die hoe dan ook moet worden doorgeslikt." DEJONGHE. "Alles heeft te maken met hoe je met stress omgaat. Stress kan positief of negatief zijn. Ken je de film 'Marathon Man', van John Schlesinger met Dustin Hoffman? In het begin van de film zie je hoe Hoffman traint voor de marathon. Je merkt dat hij afziet. Aan het einde van de film wordt hij al lopend achtervolgd door een psychopaat. Fysisch loopt hij nog steeds op dezelfde manier, maar de stress die uitgaat van de laatste scène is enorm. Het drama van negatieve stress is dat je zelf beide rollen speelt. Je bent jager en opgejaagd wild. En terwijl Hoffman zijn belager van zich afschudt, kan je dat niet met jezelf. Tenzij je naar pillen, alcohol of drugs grijpt. Om zoiets op te lossen, heb je een goede therapie nodig. In de eerste fase is dat bij mij uitstekend gelukt. Ik joeg me niet meer te veel op, maar jammer genoeg was dat voor mij een tegennatuurlijk gedrag. Ik kon normaal functioneren, maar het was niet genoeg om het op lange termijn vol te houden." DEJONGHE. "Mijn collega's zijn daarin zeer eerlijk geweest. Mijn probleem werd niet weggemoffeld, maar ook niet gedramatiseerd. 'Erik is onwel geworden en zal het een tijdje kalmer aan doen,' werd gezegd." DEJONGHE. "Absoluut. Zoals al gezegd, was mijn eerste gevoel er een van gêne. Omdat een depressie niet thuishoort in dat managers-rolmodel." DEJONGHE. "Je komt weinig buiten, weigert nog te speechen, stopt jezelf een beetje weg. Kan je dat niet doen, dan voel je je niet goed. Let op, slechts een beperkt aantal personen was toen op de hoogte van mijn depressie. De tweede maal was de situatie anders, omdat ik toen mijn ontslag heb ingediend. "Vandaag is de gêne omgekeerd: het argument 'ontslag om gezondheidsredenen' is intussen al zo vaak misbruikt dat men ofwel denkt dat ik een zwaar conflict in de werkomgeving heb gehad, ofwel dat ik bijna ongeneeslijk ziek moet zijn. 'Anders stap je toch niet op als bestuurder-directeur-generaal van Barco'. "De beleefdheidsvraag 'hoe gaat het met je' klinkt vandaag anders. En de blik die ermee gepaard gaat... ( lacht uitbundig). Ik ben daar zeer eerlijk in. Daarom ook kan ik erover spreken. Er is niets dramatisch aan het krijgen van een depressie, ook als manager. Het dramatische is het niet te willen inzien, of te denken dat het eenvoudig op te lossen valt met wat pillen of wat kleine veranderingen. Je moet inzien dat niet de omgeving schuld treft aan het probleem, maar dat het gewoon tussen je oren zit. En vervolgens moet je de goede beslissingen nemen." DEJONGHE. "Ja, het staat veel minder dan een gebroken been, want dat laatste is waarschijnlijk het gevolg van een sportongeval. En het staat slechter dan een hartinfarct, want dat krijg je van te veel te werken. Depressie daarentegen is zwakte, is afgaan. Maar als je met managers praat tussen pot en pint, dan komt bij de derde pint bij velen naar boven dat ze ook soms aan hun zelfbeeld twijfelen." DEJONGHE. "Enorm veel. Velen ook waarbij zelfs de dichtste omgeving het niet beseft, of er een andere oorzaak aan geeft. Men zou beter op een serene, proactieve manier naar het fenomeen depressie kijken." DEJONGHE. "Dat is de kapitale vraag. Als we in bedrijfsomstandigheden een complex probleem moeten aanpakken, doen we allemaal hetzelfde: we inventariseren, we catalogeren, we stellen prioriteiten, we plannen, we voeren uit, we controleren en sturen bij. Maar bij de eigen tijdsbesteding lukt dat niet. Je moet beginnen met inventariseren: wat doe ik allemaal? Zoiets is enorm tijdrovend. Heb je al eens geprobeerd alles op te schrijven wat je moet doen? En dat terwijl je eigenlijk geen tijd hebt? Het is een probleem dat je moeilijk kan aanpakken terwijl je in het proces zit. Daar moet op gewezen worden, ook vanuit de bedrijfsorganisatie. Er zijn early warnings en de meeste human-resourcesmanagers kennen die. Jammer genoeg paste het de voorbije jaren niet in de cultuur om ze te tonen. En zeker niet om erover te praten." DEJONGHE. "Die staat inderdaad nog steeds stevig overeind. Maar het Britse blad The Economist zette enkele weken geleden een gevallen standbeeld van Jack Welch op de cover. Het was de eerste maal dat iemand het aandurfde om de icoon van de Angelsaksische managementsymboliek een zwakheid toe te schrijven. Misschien wordt het wel mogelijk om neen te zeggen tegen de zaterdagmorgenvergadering omdat de echtgenote dat niet graag heeft. En misschien wordt het ook wel aanvaard." DEJONGHE. "Natuurlijk mag het. Neen, het moet misschien zelfs." DEJONGHE. "Mijn echtgenote heeft me daarbij enorm geholpen. Zij is mijn beste dokter geweest. Ze heeft mee mijn zelfbeeld helpen heropbouwen. Net als mijn kinderen - ze zijn 26 en 28 - en enkele goede vrienden, ook en vooral bij Barco. Mijn huisarts en een stress-specialist speelden eveneens een grote rol. "Op mijn 35ste kwam ik aan het hoofd van Barco Electronic. In een industriële omgeving moet een loopbaan steeds crescendo gaan. Maar waarom kan een loopbaan niet de vorm aannemen van een boog? Waarom kan je, nadat je de top hebt bereikt, niet op een gecontroleerde manier afbouwen? Als een Rode Duivel op zijn 39ste zegt 'ik stop', krijgt hij een staande ovatie. Als een manager op zijn 54ste zegt dat hij wil stoppen, kijkt men gênant de andere kant op. Voor de buitenwereld is het onmogelijk om een activiteitenniveau te verminderen zonder een stap terug te zetten. Dat is een verschrikkelijke uitspraak. Een stap terugzetten, is achteruitgaan. Terwijl je bij onthaasten nog steeds vooruit gaat, maar dan in een tempo waarbij je je beter voelt." DEJONGHE. "Ik blijf aan de slag als onafhankelijk bestuurder en zelfstandig raadgever bij een aantal bedrijven en organisaties, en geniet intensief van een aantal hobby's. Ik doe wat ik graag doe, met wie ik het graag doe en wanneer ik het graag doe. Eigenlijk werk ik relatief veel. Maar ik loop nu zoals Dustin Hoffman in het begin van de film en heb niet langer het gevoel dat er een psychopaat met een revolver achter mij aanloopt. Maar ik loop wel en ik vind het plezant." DEJONGHE. "Ik heb in het bedrijfsblad van Barco zeer expliciet over de reden van mijn ontslag geschreven. Duizend mensen ontvangen dat blad, dus was het al bij een groot publiek bekend. Daarmee hebben we roddels vermeden. En ik heb ontzettend veel positieve reacties gekregen. "De bedoeling is om zonder belerend vingertje aan de bedrijfswereld te zeggen: let op wat je aan het doen bent met your most important assets. En aan die most important assets zeg ik: relativeer jezelf en relativeer bepaalde omstandigheden. Ik hoop dat ik hierdoor een paar mensen het traject kan besparen waar ik doorheen ben moeten gaan." DEJONGHE. "Daar bestaan betere personen voor. Een manager is daar niet extrovert genoeg voor. Je moet iets doen aan de oorzaken, en dat kan alleen maar met de hulp van de personen die dicht bij jou staan: familie, vrienden, collega's, een dokter. Personen die uw waardebeeld weer kunnen herstellen. Managers zien elkaar al genoeg. Je gaat naar concerten met managers, je gaat naar het voetbal met managers. In Trends stond onlangs een oproep om samen met een managersclub een marathon te gaan lopen. Neen toch. Schop die managers buiten en loop die marathon zelf." DEJONGHE. "We komen uit een periode waar het management werd verafgood, met Percy Barnevik en Jack Welch als grote iconen. Zo'n periode had je ook in de jaren vijftig. In de jaren zestig kwam er echter een tegenstroom. Ik zal nooit het liedje vergeten van Boudewijn De Groot: 'ik heb liever dat mijn zoon halfdood wordt geschopt, dan het bord voor zijn kop van de zakenman, want daar wordt hij alleen maar slechter van'. Dat liedje was dé anticlimax na de managersverafgoding in de jaren vijftig. Drie jaar geleden zaten we weer in een verafgodingsperiode, met als motto 'dit land heeft meer managers nodig en minder politici'. Overal managers en alle emotionaliteit weg." DEJONGHE. "In de jaren zestig zong de jongere generatie over de oudere generatie. Sindsdien is de openheid om kritiek te leveren gebleven. De jeugd is geen onderdrukte groep meer zoals toen. Het lied van De Groot zou vandaag minder effect hebben." Guido Muelenaerguido.muelenaer@trends.be "Als een Rode Duivel op zijn 39ste zegt 'ik stop', dan krijgt hij een staande ovatie. Als een manager op zijn 54ste zegt dat hij ermee stopt, kijkt iedereen gênant de andere kant op." "Zeggen dat je een depressie hebt, staat minder goed dan zeggen dat je een gebroken been hebt. Want dat laatste is waarschijnlijk het gevolg van een sportongeval. En het staat slechter dan een hartinfarct, want dat krijg je van te veel te werken.""Vandaag werk ik weer veel. Maar ik heb, zoals Dustin Hoffman in de film 'Marathon Man', niet langer het gevoel dat er een psychopaat met een revolver achter mij aanloopt."