"Ik had een goede stem. Toen ik begon te studeren, twijfelde ik nog tussen een loopbaan als zanger of een carrière in het bedrijfsleven. De liefde voor muziek had ik van thuis meegekregen. Mijn moeder zong ook. Ze was een wagneriaanse sopraan. Ze gaf geregeld concerten en we zongen allebei in de Gentse Oratoriumvereniging. Richard Wagner was haar grote idool. Ik herinner me dat we in 1953 en 1956 naar de Richard Wagner Festspiele in Bayreuth zijn geweest. Tijdens de pauzes, die een uur duurden, wandelde dat publiek in het park rondom het festivalgebouw. Vrijwel niemand zei iets. Die mensen leken wel monniken, zo overdonderd waren ze door die muziek. Ik was een tiener, het ma...