Tot eind 2008 genoten centrale bankiers overal ter wereld een enorm prestige en straalden ze gezag uit. Van die uitstraling is veel verdwenen. Ze beschikken nog altijd over een grote onafhankelijkheid, bijvoorbeeld bij het vastleggen van het rentebeleid en ze blijven dus zeker machtige figuren. Maar de rol die zij spelen, wordt meer en meer in vraag gesteld. Dat doet ook het boek Banking on the Future. The Fall and Rise of Central Banking. Auteurs Howard Davies, directeur van de London School of Economics, en David Green, gewezen centraal bankier bij de Bank of England, analyseren de fouten die centrale bankiers de voor...

Tot eind 2008 genoten centrale bankiers overal ter wereld een enorm prestige en straalden ze gezag uit. Van die uitstraling is veel verdwenen. Ze beschikken nog altijd over een grote onafhankelijkheid, bijvoorbeeld bij het vastleggen van het rentebeleid en ze blijven dus zeker machtige figuren. Maar de rol die zij spelen, wordt meer en meer in vraag gesteld. Dat doet ook het boek Banking on the Future. The Fall and Rise of Central Banking. Auteurs Howard Davies, directeur van de London School of Economics, en David Green, gewezen centraal bankier bij de Bank of England, analyseren de fouten die centrale bankiers de voorbije jaren hebben gemaakt. Bij het bepalen van de rentevoet houden centrale banken bijvoorbeeld geen rekening met de huizenprijzen of de koersen van aandelen op de aandelenmarkten. De bankiers kijken naar de huidige en vooral de toekomstige inflatie op consumentenniveau. Veelal is in dat inflatiecijfer geen parameter opgenomen die verwijst naar de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt. Volgens de auteurs is dat een fout. Jaren hanteerde de Federal Reserve, de centrale bank in de VS, een te lage rentevoet omdat ze alleen keek naar het enge inflatiecijfer. Deze inflatie lag kunstmatig laag omdat de VS goedkope goederen uit China importeerde. De CPI, een afkorting voor Consumer Price Index, werd op die manier de Chinese Price Inflation, zonder dat de top het altijd besefte, zeggen Davies en Green. Doordat de Fed zich blindstaarde op een kunstmatig lage CPI, werd de rentevoet te lang te laag gehouden waardoor er zich een zeepbel op de huizenmarkt ontwikkelde. De stelling van de auteurs is dat de financiële crisis van 2008 vermeden of in elk geval gemilderd had kunnen worden als de Fed rekening gehouden had met deze snel stijgende asset inflation, de stijging van de huizenprijzen en andere activa. In het boek tonen ze aan dat inflatiecijfers in sommige gevallen verdubbelen indien het gewicht van de huizenprijzen zwaar doorweegt in de algemene inflatie. Het argument van centrale bankiers, zoals Ben Bernanke, dat het onmogelijk is dergelijke zeepbellen op voorhand te detecteren, wijzen ze resoluut af. Het voeren van een monetair beleid is per definitie gebaseerd op onzekere elementen. Een ander vaak gehoord argument om geen rekening te houden met asset inflation wordt ook van tafel gegooid. Zo stellen sommige critici dat te hoge rentevoeten de economie verstikken. Dat is onterecht, stellen Davies en Green. Het welvaartsverlies door een financiële crisis als die van 2008 is op termijn vele keren groter dan de beperkte afname van het bbp door een iets hogere intrestvoet gebaseerd op die brede inflatiemaatstaf. Interessant is trouwens dat sommige centrale banken nu al rekening houden met de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt. De Reserve Bank of Australia heeft een verhoging van de intrestvoeten, expliciet verantwoord door te verwijzen naar te sterk gestegen huizenprijzen. De Riksbank, de centrale bank van Zweden, was zelfs nog duidelijker. "We hebben de intrestvoeten niet laten zakken ondanks een lage inflatie. De reden hiervoor zijn sterk gestegen huizenprijzen." HOWARD DAVIES EN DAVID GREEN, BANKING ON THE FUTURE. THE FALL AND RISE OF CENTRAL BANKING, PRINCETON UNIVERSITY PRESS, 2010, 324 BLZ., 35 EURO TD