Voorlopige schattingen wijzen erop dat de Japanse handel in 2011 in de rode cijfers gedoken is. Dat zou het eerste deficit zijn sinds 1963. Het inkomen uit zijn buitenlandse investeringen (intresten, winsten en dividenden) dicht de handelskloof ruimschoots, zodat de lopende rekening toch een overschot van 2 procent vertoont (zie grafiek Japanse economie).
...

Voorlopige schattingen wijzen erop dat de Japanse handel in 2011 in de rode cijfers gedoken is. Dat zou het eerste deficit zijn sinds 1963. Het inkomen uit zijn buitenlandse investeringen (intresten, winsten en dividenden) dicht de handelskloof ruimschoots, zodat de lopende rekening toch een overschot van 2 procent vertoont (zie grafiek Japanse economie). Het handelstekort is deels te wijten aan tijdelijke factoren, zoals de aardbeving en de tsunami, die de productie en de export ontwrichtten. De import werd opgepompt door de hogere olieprijzen en de grotere energie-import. Omdat heel wat kerncentrales waarschijnlijk gesloten blijven, moet Japan energie blijven invoeren. Tegelijk staat de export onder druk door de sterkere yen en de zwakkere buitenlandse vraag. De dure yen en de hoge vennootschapsbelasting zetten de fabrikanten er bovendien toe aan hun productie naar het buitenland te verschuiven. Dat zal niet alleen de export fnuiken, het kan ook de import doen toenemen als sommige zaken enkel nog buiten Japan gemaakt worden. Als het handelstekort nog stijgt, dan hangt het overschot op de lopende rekening af van het inkomen uit buitenlandse investeringen. Die stegen scherp tot 2007, maar zijn sindsdien teruggevallen door de lage intrestvoeten en de wereldwijde crisis. Indien ondernemingen bovendien meer van hun overzeese winsten herinvesteren in plaats van ze te repatriëren, kan dat in de komende paar jaar het inkomen uit het buitenland verder uithollen. Er zijn redenen om aan te nemen dat de Japanse lopende rekening op weg is naar een tekort. Het saldo van de lopende rekening van een land geeft de kloof weer tussen het binnenlandse spaarvolume en de investeringen. De spaarquote van de Japanse huishoudens is gedaald van 14 procent van het beschikbare inkomen in het begin van de jaren negentig tot amper 2 procent in de voorbije paar jaar. Het begrotingstekort (10 % van het bbp in 2011) wordt ook meegerekend als negatief spaarvolume. De lopende rekening bleef een surplus vertonen omdat de dalende spaargelden van de gezinnen gecompenseerd werden door een groter spaarvolume bij de ondernemingen. Naarmate de Japanse bevolking vergrijst, wordt de spaarquote van de huishoudens waarschijnlijk negatief. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat de bedrijven cash blijven opstapelen. Hun winsten staan onder druk en wellicht gaan ze meer in het buitenland investeren. Als het privésparen slinkt terwijl de overheid zwaar leent, stevent Japan af op een tekort op de lopende rekening en wordt het een netto-importeur van kapitaal. Een krimpend overschot is een goede zaak als dat het gevolg is van een forse opleving van het verbruik en de investeringen in het binnenland. Maar in Japan weerspiegelt het een zwakkere export en hogere energie-invoer. Nog verontrustender zijn de gevolgen voor de financiering van de Japanse overheidsschuld (130 % van het bbp in 2011). Dankzij het overschot op de lopende rekening betaalde het land tot nu toe lage rentes op zijn overheidsobligaties. Bovendien is zowat 95 procent van de overheidsschuld in handen van binnenlandse investeerders. Maar als de lopende rekening in het rood duikt, zal de regering meer te rade moeten gaan bij buitenlandse investeerders die hogere rendementen eisen. Een toename van de rente met slechts 1 procentpunt zou de intrestfactuur al verdubbelen. Maar als de regering haar begroting saneert door de belastingen te verhogen en te besparen op de uitgaven, dan stijgen de obligatierentes mogelijk maar matig. In tegenstelling tot de economieën van de eurozone weerspiegelt de Japanse schuldenberg vooral lage belastingen en onhoudbare uitgaven. De regering had ruimte te over om de belastingen te verhogen, maar het ontbrak aan politieke wil. Omdat lenen zo goedkoop was, was er voor de regering weinig aanleiding om impopulaire maatregelen te treffen. Een ernstige dreiging van hogere rentes kan de regering ertoe aanzetten structurele hervormingen door te voeren. THE ECONOMIST