Het gelijkvloers van het S.M.A.K. wordt tot 23 juni ingenomen door een immense verzameling metalen platen, jutezakken, kolen, een reusachtig aquarium met goudvissen en kettingen, op metaal vastgepinde vlinders, een propaangasbrander, een (levende) parkiet en een (dode) vlieg. Grote kunst? Jawel. De bezoeker wandelt door een sfeer van verval en vergankelijkheid, melancholie en vergeten tijden.
...

Het gelijkvloers van het S.M.A.K. wordt tot 23 juni ingenomen door een immense verzameling metalen platen, jutezakken, kolen, een reusachtig aquarium met goudvissen en kettingen, op metaal vastgepinde vlinders, een propaangasbrander, een (levende) parkiet en een (dode) vlieg. Grote kunst? Jawel. De bezoeker wandelt door een sfeer van verval en vergankelijkheid, melancholie en vergeten tijden. De in Griekenland geboren Jannis Kounellis maakt deel uit van de Italiaanse Arte Povera (1962-1972). De term arte povera werd voor het eerst gebruikt in een tekst van de kunstcriticus Germano Celant in 1967. Celants begrip verwees naar het gebruik van materialen zoals koper, metaal, aluminium, glas, ijzerdraad, cement, kool of jute. Met dit materiaal drukten de kunstenaars hun emoties en maatschappelijke betrokkenheid uit. Kounellis en de Arte Povera moeten in het economisch-politieke klimaat van de jaren zestig in Italië worden gesitueerd. Vooreerst beleefde Italië (na de economische boom van 1958-1964) het begin van een economische recessie. De centrumlinkse regering van toen kreeg het geregeld aan de stok met protesterende arbeiders en studenten. De erfenis en restanten van het fascistische regime (verscheidene culturele en politieke leiders uit het Mussolini-tijdperk hadden zich 'aangepast aan de nieuwe democratie' en bleven actief), het verstedelijkte noorden en de automobielindustrie van Turijn vormden de ideale voedingsbodem voor een artistieke tegencultuur. Het stedelijke landschap, met zijn architectuur van staal en beton die de geestelijke toestand weerspiegelt van de personages uit de films van Michelangelo Antonioni, stond ook model voor de iglo's van de Arte Povera-artiest Mario Merz of het gebruik van metaal bij Kounellis. Kounellis' gebruik van jute, vlammen, koffie, kolen, haar en wol roepen de menselijke arbeid op. Deze natuurlijke materialen combineert hij met metalen structuren, die als een omkadering dienen. Kounellis creëert een spanning tussen structuur en sensualiteit door bijvoorbeeld de vlam van een propaangasbrander te combineren met een metalen achter- of ondergrond. Ook het resultaat van de vlammen - de as - krijgt een betekenis. Voor Kounellis start de industriële revolutie in de Middeleeuwen. Het gebruik van vuur (en kolen) refereert aan de middeleeuwse betekenis van straf en purificatie. Kounellis was gefascineerd door de middeleeuwen en de cultuurgeschiedenis in het algemeen. Zijn verlangen om 'historisch' te zijn of deel uit te maken van de sociale en politieke geschiedenis deelt hij met zijn generatiegenoten. De kunstenaars van de Arte Povera-beweging (aldus Germano Celant) wilden komaf maken met de scheiding tussen kunst en leven om actief te kunnen deelnemen aan de geschiedenis. Het is een verlangen en optie die ze waarschijnlijk met honderdduizenden andere kunstenaars delen. Wat er ook van zij: de Arte Povera heeft ondertussen geschiedenis gemaakt. Jannis Kounellis mag op beide oren slapen. De overzichtstentoonstelling in het S.M.A.K. is prachtig. Maar de tegencultuur van weleer werd ondertussen ingehaald door de industrie: in het museum kunt u een door Kounellis ontworpen Illy-kopje kopen voor 98 euro... Piet Goethals [{ssquf}]Jannis Kounellis: t/m zo 23/6, gesloten op maandag, S.M.A.K., Citadelpark, Gent. Info: 09-221 17 03 ofwww.smak.be