piet.depuydt@trends.be
...

piet.depuydt@trends.be De voorbije dagen kwam er een opvallende controverse in de pers rond de Ieperse weefgetouwenproducent Picanol. In die mate zelfs dat The Wall Street Journal Europe er dinsdag zijn loep op legde. Het hele zaakje draait rond een aantal omstreden financiële transacties tussen management en aandeelhouders. De belangrijkste protagonisten zijn de familie Steverlynck, die nog steeds 55,1 % van het beursgenoteerde bedrijf bezit, chief executive officer Jan Coene (46), revisor Deloitte & Touche en Deminor, het belangenplatform voor minderheidsaandeelhouders. Waarover gaat het precies? In de periode 1997 tot 2001 zou Picanol zo'n 2,42 miljoen euro aan Beremco en STG Holding hebben geleend, die samen Groep Steverlynck controleren, een textielveredelaar in handen van de familie. Picanol bezit 11,7 % in Groep Steverlynck. Deze transacties werden niet of nauwelijks gecommuniceerd naar de buitenwereld en wekken volgens Deminor op zijn minst het vermoeden dat Picanol de verlieslatende Groep Steverlynck als 'bankier' te hulp snelde. Maar er is meer. In september 2001 - zes maanden na zijn aanstelling als nieuwe directievoorzitter van Picanol - kocht Jan Coene voor 0,32 miljoen euro aandelen van Picanol. De timing is opvallend: het gebeurde net na de aanslagen in de VS. Een jaar eerder had Picanol datzelfde pakket aandelen gekocht van KBC voor de prijs van 0,47 miljoen euro. Een maand later lanceerde Picanol ook het eerste luik van een omvangrijk aandelenoptieplan voor zijn management. Daarover werd niets vermeld in de jaarrekening van 2001. Er werd evenmin een voorziening aangelegd voor de potentiële leveringsverplichting van de aandelen. Dat is vreemd, omdat het bedrijf op dat moment geen aandelen meer bezat. Sterker nog, de aandelen die het wel in stock had, waren in september doorverkocht aan Jan Coene. In maart 2002 volgde het tweede luik van het aandelenoptieplan. Toen pas werd in de jaarrekening van 2002 duidelijk dat dit optieplan Picanol 12,7 miljoen euro zou kunnen kosten - berekend volgens de koers van 31 december 2002 - en dat het de bestaande aandeelhouders met 20 % dreigde te verwateren. Ten slotte nam Jan Coene in juni 2002 een belang van 12,2 % in Picanol over van verzekeraar Mercator. Ook daarover werd niets gemeld. Het aandelenpakket was ondergebracht in de Stichting Administratiekantoor van de familie Steverlynck en was dus niet zichtbaar voor de buitenwereld. Ook hier opvallend: de transactie gebeurde net voor Picanol zeer goede halfjaarresultaten bekendmaakte. Dit alles doet terechte vragen rijzen over de mate waarin deugdelijk bestuur een topprioriteit is bij het beursgenoteerde Picanol. Wat zo mogelijk nog meer onthutst, is de laconieke reactie van het management: over optieplannen en aandelenverkopen wordt niet gerept, omdat men "niet wil ingaan op vragen die in de persoonlijke sfeer liggen". Dat draait de klok prompt twintig jaar terug. In heel Europa wordt ijverig gesleuteld aan de rechten van aandeelhouders, de transparantie van financiële rapportering en aansprakelijkheid van raden van bestuur. Die zijn - volgens Business-Week - de heilige drievuldigheid van een daadwerkelijke corporate governance. In België scoren Agfa-Gevaert, Interbrew, Barco, Dexia en Almanij het best, zo blijkt uit een internationale studie die het Amerikaanse zakenblad deze week publiceert. Eén minpunt: hun score ligt een stuk lager dan die van de meeste andere Europese kampioenen. Rode lantaarns zijn dan weer Immobel, Quick, Recticel, Solvay én Omega Pharma. Kortom, er is werk aan de winkel als het aankomt op het opkrikken van behoorlijk bestuur bij beursgenoteerde bedrijven in België. Iemand als Jan Coene - met zijn mandaat als voorzitter van Belgacom en gangmaker van de Vlerick Alumni - zou precies het voorbeeld moeten geven in plaats van vast te houden aan weinig transparante belangen en praktijken uit het verleden. Piet Depuydt HoofdredacteurIemand als Jan Coene zou precies het voorbeeld moeten geven in plaats van vast te houden aan weinig transparante belangen en praktijken uit het verleden.