Als we een even grote verzameling werken willen terugvinden van de schilder, tekenaar, graveur, brievenschrijver en musicus die James Ensor was, moeten we al teruggaan tot 1929, het jaar waarin Ensor de titel van baron verwierf en het door Horta ontworpen Paleis voor Schone Kunsten van Brussel feestelijk inhuldigde. "Was het maar mogelijk om alle geklets en de legende rond James Ensor te vergeten", zuchtte René Magritte in 1945, niet wetende dat zowel hij als Ensor een halve eeuw later de grote publiekstrekkers van het Koninklijk M...

Als we een even grote verzameling werken willen terugvinden van de schilder, tekenaar, graveur, brievenschrijver en musicus die James Ensor was, moeten we al teruggaan tot 1929, het jaar waarin Ensor de titel van baron verwierf en het door Horta ontworpen Paleis voor Schone Kunsten van Brussel feestelijk inhuldigde. "Was het maar mogelijk om alle geklets en de legende rond James Ensor te vergeten", zuchtte René Magritte in 1945, niet wetende dat zowel hij als Ensor een halve eeuw later de grote publiekstrekkers van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten zouden worden. En net zoals bij Magritte vorig jaar is er ook ditmaal geen gebrek aan meesterwerken - hoewel één van Ensors meest prestigieuze werken, "De intocht van Christus in Brussel", het Getty-museum van Malibu niet heeft mogen verlaten. Ensor is terug in Brussel, met doeken zoals het beroemde "Zelfportret met maskers" uit 1899 en "De Minnetuin" uit 1888 (beide uit Japan), "Mijn Lievelingskamer" (1892, Tel Aviv), "Skeletten die zich willen verwarmen" (1889, Texas) en een heleboel andere die, van Duitsland tot Canada en van Pittsburgh tot Zürich zowel de reputatie van de schilder als zijn productiviteit bevestigen. "Hij verwierp elke beperking op het karakter van zijn kunst en verzette zich heftig van zodra zijn kunst onrecht werd aangedaan", vertelde zijn meest trouwe verdediger, Emile Verhaeren, over hem. De Brusselse retrospectieve toont inderdaad de buitengewone gevoeligheid van de kunstenaar, die via de hevigheid en het vuur van zijn kunst alle kritiek en onrecht aan de kaak stelde. Tot ieders vreugde krijgen we hier bijvoorbeeld "De Oestereetster" te zien, een doek dat jarenlang uit de exposities geweerd werd, en in 1908 zelfs door het gemeentebestuur van Luik geweigerd werd. Het opnieuw bekijken van dit schilderij doet heel de polemiek rond Ensor herleven. Noch in Parijs, noch bij Les XX, noch bij La Libre Esthétique voelde hij zich thuis: hijzelf was trouwens onverbiddelijk voor Khnopff, Van Rysselberghe en Finch. De expositie belicht chronologisch, in 370 werken, een reeks thema's (zeegezichten, interieurscènes, maskers, skeletten, stillevens) en technieken. Ensor, de Engelsman uit Oostende - hij was al 69 eer hij de Belgische nationaliteit aannam - was een ongeëvenaard tekenaar en een geraffineerd graveur. Zijn zin voor het groteske, bijtende spot, en het karikaturale gaat hand in hand met zijn angst voor de dood; in een misantropische bui spaarde hij ook zichzelf niet en beeldde zich af als een Christus gekruisigd door kritiek of als een verouderde en ontuchtige bosgod. Kleurgravures, zeldzame tekeningen, brieven, documenten, fotografieën, partituren van zijn balletmuziek "La gamme d'amour": zoveel facetten van een oeuvre dat onder geen enkele noemer te vatten valt. Het oeuvre van een voorloper die nog steeds stof doet opwaaien. Alain Delaunois