Mijn vader was voor zijn tijd vrijgevochten. De familie Seghers was al eeuwenlang molenaar-graanhandelaar. Mijn over- grootvader reisde met de postkoets naar Sint-Petersburg om graan te kopen. Wij waren altijd ondernemers, de betere burgers van Buggenhout en Merchtem en leverden de laatste abt van de abdij van Hemiksem. Mijn vader was sociaal, een flamingant van het eerste uur, en betrokken bij de stichting van De Standaard en de Kredietbank. Het flamingantisme van mijn vader heeft mij tot een flamingant gemaakt. Met hem, ik ben van 1930, trok ik voor de oorlog naar de IJzerbedevaart."
...

Mijn vader was voor zijn tijd vrijgevochten. De familie Seghers was al eeuwenlang molenaar-graanhandelaar. Mijn over- grootvader reisde met de postkoets naar Sint-Petersburg om graan te kopen. Wij waren altijd ondernemers, de betere burgers van Buggenhout en Merchtem en leverden de laatste abt van de abdij van Hemiksem. Mijn vader was sociaal, een flamingant van het eerste uur, en betrokken bij de stichting van De Standaard en de Kredietbank. Het flamingantisme van mijn vader heeft mij tot een flamingant gemaakt. Met hem, ik ben van 1930, trok ik voor de oorlog naar de IJzerbedevaart." "Ik studeerde voor landbouwingenieur en wij hadden een communistische coöperatieve uit Henegouwen als klant. De voorzitter vroeg mij of ik geen zin had om mee te gaan naar Moskou voor een communistisch wereldjeugdcongres. Ja, zeg ik, dat ligt in mijn karakter. In de Sovjet-Unie werden wij langs de treinroute toegejuicht door dorpelingen, fanfares, KP-functionarissen. Zo'n congres zie je nu alleen nog in Noord-Korea, een geweldig stadion met de leiders op een hoge tribune. Toen ik terugkwam, kreeg ik bezoek van de Belgische staatsveiligheid." "In 1952 werd ik preses van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond in Leuven. De eerste leiders van het Verbond waren belgicisten, want na 1945 liep iedereen achter de Belgische vlag. Bij de volkskunstgroep De Kegelaar groepeerden de flaminganten zich rond de blokfluit, het vendelzwaaien en de volksdans. Die periode is als een film van een eeuw geleden, de trams zagen er nog uit als trams, de agenten droegen een witte helm." "De Kegelaar heeft nadien het Verbond bezet. Ik werd preses, heb het Verbond goed georganiseerd en het tijdschrift Ons Leven in handen gekregen. Mark Eyskens was hoofdredacteur tijdens mijn presesschap, een fantastische man." "Op 13 mei 1966, de dag van het Mandement, werd een actiecomité voor 'Leuven Vlaams' opgericht en ik werd voorzitter. Het actiecomité was links, ik zag de studentenopstand als flamingantisch en besefte de tweespalt niet meteen. Paul Goossens was de menner, Walter De Bock dacht na maar durfde niet op straat te komen uit schrik voor de politie." "In de eerste uren van het Mandement was De Standaard zeer voorzichtig, dinsdag klonk de commentaar radicaler en woensdag waren de Vlaamse kranten eensgezind contra de ultraklerikale brief van de bisschoppen. Na een week was de staking geslaagd. Op de voorpagina van De Standaard verscheen een foto met als onderschrift 'James Bond in Leuven'. (lacht) Ik reed met een Mercedes Sport, het was stralend weer en ik droeg een wit kostuum. De bezetting van het Atomium met de spandoeken 'Leuven Vlaams' was een hoogtepunt. Die is nog georganiseerd vanuit mijn kasteel Groenhoven. De studenten arriveerden zogezegd voor een bezoek aan mijn veevoederbedrijf Kwaliteit Seghers, de politie volgde de bus vanuit Leuven. In de fabriek stond een vrachtwagen klaar en de studenten kropen onder de zeilen, hij rolde buiten, de agenten bewaakten de onbeweeglijke bus en met 35 studenten is het Atomium ingenomen." (T)