Rienk Kamer zit nog altijd liever hoog en droog op een berg overheidsobligaties dan de westerse aandelenmarkten op te zoeken. Voor hem is de berenmarkt die bij de eeuwwisseling op de beurzen begon, nog lang niet voorbij: "Zo'n berenmarkt duurt gemiddeld veertien jaar. We zijn dus nog niet halfweg. Een langdurige beursopleving tijdens een berenmarkt, zoals de huidige rally die bezig is sinds 2003, is perfect normaal. Tijdens de beursbaisse van de jaren '70 keerde de Dow-Jones ook 3 keer naar zijn recordwaarde terug, om daarna telkens met 30 tot 50 procent terug te vallen."
...

Rienk Kamer zit nog altijd liever hoog en droog op een berg overheidsobligaties dan de westerse aandelenmarkten op te zoeken. Voor hem is de berenmarkt die bij de eeuwwisseling op de beurzen begon, nog lang niet voorbij: "Zo'n berenmarkt duurt gemiddeld veertien jaar. We zijn dus nog niet halfweg. Een langdurige beursopleving tijdens een berenmarkt, zoals de huidige rally die bezig is sinds 2003, is perfect normaal. Tijdens de beursbaisse van de jaren '70 keerde de Dow-Jones ook 3 keer naar zijn recordwaarde terug, om daarna telkens met 30 tot 50 procent terug te vallen."Rienk Kamer is de favoriete beursgoeroe van de Nederlanders. De kranten noemen hem "het orakel", of "de Johan Cruijff van de financiële wereld". Gewapend met een contactnetwerk dat tot diep in de wereldwijde financiële machtscenakels vertakt is, analyseert Kamer vanuit zijn villa hoog op een heuvel in het Spaanse Marbella het reilen en zeilen van de wereld. En net als Sinterklaas zakt Kamer dan één keer per jaar vanuit Spanje naar Nederland af om zijn inzichten en beleggingstips met de gewone stervelingen te delen tijdens zijn jaarlijks symposium. Bijna vijf uur lang weet Kamer dan een vaak kapitaalkrachtig publiek te boeien met een grafieken- en beeldenshow. Het symposiumthema dit jaar: de opkomst van Azië en de intocht van de nieuwe giganten. Wie heeft al gehoord van de Chinese stad Chongqin?" vraagt Rienk Kamer aan een afgeladen vol auditorium van het World Convention Center in Den Haag. Slechts bij een enkeling van de 2000 aanwezigen gaat een belletje rinkelen, de anderen vragen zich af: Chong wat? "Chongqin ligt in het binnenland van China en is op vijftien jaar tijd uitgegroeid tot een metropool van ruim 30 miljoen (!) inwoners, met een skyline die niet voor die van Manhattan moet onderdoen. Chongqin staat symbool voor het Aziatische gigantisme dat op ons afkomt," zegt Rienk Kamer, die ook een Franse documentaire toont waarin de burgemeester van Chongqin uitlegt dat de stad voluit op innovatie mikt om haar snelle economische en demografische groei energiezuinig te maken. "En weet u waarom u overdag alleen oudjes op straat ziet? Omdat iedereen aan het werk is of op school zit," zegt de burgemeester. "China en de andere snel groeiende landen hebben ons bij het nekvel gegrepen," zegt Rienk Kamer. "Want wie heeft tegenwoordig de wereldmacht in handen? Niet langer wij in het Westen, maar wel China en de andere ontluikende economieën, zoals Rusland en India."Er is natuurlijk de demografische overmacht, maar China en de andere snel groeiende economieën beheersen intussen ook de internationale valutamarkten. Rienk Kamer: "Ze hebben 70 % van de internationale reserves, het geld van de wereld dus, in hun kluizen liggen (zie grafiek 1). Ze zijn de bankiers van de wereld, en het lot van de dollar ligt in hun handen. Daarnaast beheersen ze de wereldwijde industriële productie, en hebben de loonontwikkeling in het Westen in hun greep. Het Midden-Oosten, Rusland, Brazilië en andere ontluikende economieën controleren ook de energie- en grondstofreserves van de wereld. En wat kan het Westen daar nog tegenover stellen? Kanonneerboten, de militaire macht dus, en voor de rest veel Amerikaanse schulden aan Azië. De economische machtswissel is zich voor onze ogen aan het voltrekken."De financiële markten hebben die machtswissel in de gaten. Het renteverschil tussen overheidsobligaties uit de snel groeiende landen en Amerikaanse overheidsobligaties is de jongste jaren fel gedaald (zie grafiek 2). De markten schatten het risico dat de nieuwe economische machthebbers hun schulden niet kunnen aflossen dus steeds kleiner in. Over afzienbare tijd boezemen ze de markten misschien meer vertrouwen in dan de VS. De economische fundamentals van de nieuwe machten zijn dan ook sterk - een jonge, groeiende en ijverige beroepsbevolking, snel stijgende productiviteit, relatief lage inflatie, hoge spaarquote, overschotten op de lopende rekeningen. De VS is dus niet meer de enige kapitein op het schip van de wereldeconomie. Meer nog, Azië staat op het punt om het stuur over te nemen. "Azië is een belangrijke motor van de globale vraag geworden," zegt ook David Carbon, econoom van Danske Bank. "De VS draagt nog altijd drie keer meer bij tot de globale vraag dan Azië. Maar de toename van de wereldwijde vraag is wel al sterk Aziatisch gekleurd. Azië draagt al bijna evenveel bij tot de groei van de globale vraag als de VS. In 1990 was dat maar de helft. Over vijf jaar zal Azië de grootste motor zijn van de toename van de globale vraag. De vraagimpuls vanuit Azië zorgt voor een belangrijk tegenwicht bij economische schokken in de VS."De Amerikaanse consument verliest dus zijn unieke statuut van consumer of last resort. Tijdens de economisch moeilijke jaren 2000-2001 behoedde de Amerikaanse consument de wereld nog voor groter economisch onheil, maar intussen hebben miljoenen Aziaten de rangen versterkt van consumenten die de wereldeconomie op toerental kunnen houden. Er zijn signalen dat het Amerikaanse handelstekort - hét symbool van een wereldeconomie die eenzijdig afhankelijk is van Amerikaanse invoer - over de piek heen is. "Stijgende orders uit Azië kunnen de wereld voor een stuk van dat tekort genezen," zegt David Carbon. De wereldwijde groei is daarom veel meer gebalanceerd dan de voorbije twintig jaar. De Verenigde Staten moeten niet meer alleen het mooie weer maken, ook Europa, Japan en dus steeds meer Azië doen hun duit in het zakje. David Carbon: "De stijgende wereldhandel zorgt daarbij voor een toenemende synchronisatie van de wereldwijde conjunctuur. Positieve en negatieve economische schokken worden doorgegeven en met elkaar gedeeld. Daalt de groei in de VS, dan heeft de rest van de wereld daar dus ook last van. Maar de internationale handel is tweerichtingsverkeer. De groei in de VS zal minder snel dalen dan vroeger dankzij de bufferende werking van Azië. De wereldwijde economische cyclus zal daarom vlakker verlopen. Conjuncturele pieken en dalen zullen langer duren en minder uitgesproken zijn. Dat is een goede zaak."De steun van Azië maakt de wereldeconomie nog niet immuun voor een Amerikaanse groeivertraging of recessie, maar de economie kan in vergelijking met enkele jaren geleden veel beter tegen een (Amerikaans) stootje. De perfecte financiële storm die Rienk Kamer tijdens het symposium van 2004 nog voorspelde, is dan ook nog niet opgestoken. Kamer waarschuwde toen dat de beurzen en financiële markten vroeg of laat zouden uitglijden over de stijgende olieprijzen, het enorme tekort op de lopende rekening van de VS, de Amerikaanse huizenbubbel - volgens Kamer de grootste zeepbel uit de geschiedenis - en de schuldencreatie die achter de zeepbel steekt. Die verschillende fronten zouden samenkomen in een perfecte storm. "Maar ik moet toegeven dat ik de weldadige impact van de Aziatische groei op de wereldeconomie onderschat heb," geeft Kamer toe. "De stijgende export naar Azië is een extra stimulans voor de westerse economie. Daarnaast blijven China & co de VS goedkoop herfinancieren. Dat houdt de rente laag. De concurrentiedruk uit Azië matigt de lonen in het Westen en ook de lagere productiekosten zorgen voor hogere bedrijfswinsten. Dat is een geschenk van China aan de beurs."Maar het stormalarm afblazen doet Kamer nog niet. "Een heuse crash van de Amerikaanse vastgoedmarkt die een schuldencrisis uitlokt, kan de financiële storm ontketenen. De lont aan het kruitvat zou ook worden aangestoken als China & co niet langer bereid zouden zijn om de VS tegen lage rentevoeten te financieren."China & co hebben er natuurlijk nog geen belang bij om hun belangrijkste buitenlandse klant, de VS, op droog zaad te zetten. Ja, de interne vraag zorgt intussen voor een eigen groeidynamiek, maar ook exportgroei blijft meer dan welkom. Het verschil tussen 9 % of 10 % groei kost in China honderdduizenden jobs, terwijl nog miljoenen Chinezen staan te trappelen om ook hun plaatsje in de wereldeconomie te veroveren. De wereldeconomie danst dus vrolijk verder, maar doet dat nog altijd op een slappe koord. Cash brengt een uitgebreid dossier over de beurzen.(blz.6)Daan Killemaes