Tractebel schuift dieper in de portemonnee van Fransen, VLM is ingepalmd door een Nederlander, PGS is verkocht aan Duitsers. Akelig nieuws in snel tempo van het financiële front. Laten we even diep zuchten, de woorden uiten, o, mijn god, zullen we ooit goede financiers worden, en na dit ritueel overgaan tot de orde van de dag met de vraag : hoe ontstaat een vitaler bedrijfsleven ? Een antwoord is : door afscheid te nemen van de Belgische holdings. Hun meerderheid is gelukkig een bedreigde soort. Hun minderheid kent twee of drie vakken goed en blijft bescheiden. Die hebben we nog na 2000, de rest RIP.
...

Tractebel schuift dieper in de portemonnee van Fransen, VLM is ingepalmd door een Nederlander, PGS is verkocht aan Duitsers. Akelig nieuws in snel tempo van het financiële front. Laten we even diep zuchten, de woorden uiten, o, mijn god, zullen we ooit goede financiers worden, en na dit ritueel overgaan tot de orde van de dag met de vraag : hoe ontstaat een vitaler bedrijfsleven ? Een antwoord is : door afscheid te nemen van de Belgische holdings. Hun meerderheid is gelukkig een bedreigde soort. Hun minderheid kent twee of drie vakken goed en blijft bescheiden. Die hebben we nog na 2000, de rest RIP. Minstens één beleidsman van de Vlaamse regering (zie Tweespraak, blz. 3) kan het onderscheid maken tussen een onderneming als Tractebel die écht kennis bezit, en een relatiemachine als Generale Maatschappij waardoor Karel Vinck nooit zal worden verleid om er de laatste uren van zijn loopbaan te slijten. Bridge spelen is een even waardevolle maatschappelijke bezigheid. Eric Van Rompuy heeft in beginsel gelijk als hij voor Tractebel zijn nek wil uitsteken en weigert om dit lichaamsdeel te slachtofferen voor Generale Maatschappij (zie de heisa vorig jaar tijdens de Trés Grande Fusion in Frankrijk). Waarom ? Generale Maatschappij en haar moeder Suez zijn conglomeraten, een uitstervend ondernemingstype. Cartesiaans, op papier, zien ze er voortreffelijk uit, maar in de praktijk werken ze niet. Een conglomeraat teert op cijfertabellen, het enige inzicht dat het kan verwerven in de realiteit van zijn bedrijven. Generale Maatschappij is bankier, kerningenieur, chemist, materialenmaker, koperraffineur, verzekeraar. Al die bedrijfsculturen en branchespecialiteiten doorgronden is onmogelijk, ook niet met de beste strategische planning en de beste cijferrapportering. Zelfs de vereenvoudiging van Generale Maatschappij over de voorbije 10 jaar en die van Suez over de voorbije 12 maanden, wijzigt de grond van het probleem niet. De strategie van een conglomeraat "vloeit" van onder naar boven, niet van boven naar beneden. Door het ontbreken van kennis, kan de conglomeraatsleiding slechts receptief reageren. Het conglomeraat speelt, in noodgevallen, soms het argument d'autorité uit om toch een groepseffect af te dwingen. De hoofdboekhouder van Generale Maatschappij produceert kilo's papier, zijn bekoring is om bureacratisch te werken. Haast als intellectuele noodloplossing. Met de cijfers ken je niet het hart van de business, en helderheid verwerf je niet met losse gesprekjes. Wat is de gemeenzaamheid tussen een directeur van Fortis en één van Union Minière ? De personeelsnetwerking functioneert niet. Zelfs een Pietje-weet-al kan niet uitmaken wie knap is om van Tractebel naar Generale Bank te gaan, of van Fortis naar Recticel. Tractebel zet haar eigen moeder schaakmat. De top kent het vak van zijn medewerkers, de groepsaccountants brengen niet enkel verslag uit over de cijfers, maar kennen de business waarin ze opereren. Iedereen is gelijk bij de besprekingen in het directiecomité, begrijpt de ratio's en hun achterliggende werkelijkheid. Tractebel werkt gedecentraliseerd en is geen multinational maar een multi-domestic company. Op de tippen van de tenen wordt een concerncultuur aangekweekt. De stages van de medewerkers en de uitwisselingen verlopen in een homogeen vakgebied. De leiding opereert top-down omdat ze zelf het metier kent en ideeën en producten kan aanreiken. In het directiecomité zitten de belangrijkste mensen van de dochterbedrijven. Er heerst niet de silence de l'ignorance van een conglomeraat. Tegen deze achtergrond kan de vraag wie wat eventueel wil of moet doen voor Tractebel beter afgewogen worden. De terechte vrees bestaat de Vlaamse verankeraars, samengebracht door de GIMV, om een lijvige bijdrage te leveren tot het Belgisch restant van de onderneming, bitter weinig macht zullen verwerven. De traditie bij Generale Maatschappij, 100 jaar gecopieerd door de dochters, is om de Vlamingen te behandelen als nuttige idioten. Wie de jongste maanden iets vernam van de Vlaamse Actie en het fameuze comité dat deze Vlaamse Actie inhoud zou geven, mag ons bellen of een brief schrijven. Gérard Mestrallet van Suez, de baas van Generale Maatschappij heeft het niet begrepen op die flauwiteit (men kan hem volgen, de Vlamingen zijn geen knulletjes die bedelen om wat benoemingen van clevere KUL-ingenieurs). De Vlaamse Actie is non-beleid. Steun geven aan Tractebel, wat twintig miljard zal vergen wil het meer zijn dan een schertsvertoning, kan ook uitdraaien op non-beleid. Als er toch rekening gehouden wordt met de Vlaamse alliantie, ontstaat een mooie figuur. Gérard Mestrallet en Philippe Bodson van Tractebel glimlachen nog immer slechts krampachtig naar mekaar. In een conflict tussen een hoofdaandeelhouder en het topmanagement is een minderheidsaandeelhouder een natuurlijke bondgenoot van het topmanagement. Wat elke Cartesiaan dus zeker Gérard Mestrallet uitstekend beseft. Last but not least. Tractebel boekt in eigen land en ontkent het in alle toonaarden smakelijke monopoliewinsten. Om dit regime te rekken, is steun uit Vlaanderen zeer welkom. Deze steun kan verworven worden door Vlaamse verankeraars te verwelkomen in het heilige der heilige. De GIMV die om haar aandeelhouders (zij gaat naar de beurs) optimaal te bedenken met dividenden van Tractebel, lobbyt bij de federale regering en de Europese Commissie om de liberalisering van de energiebranche te castreren. Kan u het zich inbeelden ?FRANS CROLS