De programma's van de Franse presidentskandidaten snijden fundamentele kwesties - de plaats van Frankrijk in de wereld en die van de wereld in Frankrijk - slechts defensief of technisch aan. Europa, de belangrijkste economie ter wereld en een oord van vrede, wordt zelden verdedigd en vaak aangevallen. Het thema immigratie, belichaamd door het Front National, beperkt zich tot een discussie over de cijfers.
...

De programma's van de Franse presidentskandidaten snijden fundamentele kwesties - de plaats van Frankrijk in de wereld en die van de wereld in Frankrijk - slechts defensief of technisch aan. Europa, de belangrijkste economie ter wereld en een oord van vrede, wordt zelden verdedigd en vaak aangevallen. Het thema immigratie, belichaamd door het Front National, beperkt zich tot een discussie over de cijfers. En het onderwijs, de gezondheid, het milieu, de maatschappelijke vraagstukken? Alleen over dat eerste zijn er tegenovergestelde visies. De gezondheidszorg krijgt niet de plaats die haar toekomt, maar dat is een constante in elke verkiezingscampagne. Het milieu lijkt het even goed te doen als zijn voortrekster onder de kandidaten, Eva Joly, in de opiniepeilingen: ongeveer 2 procent. Het is enkel door het drama van Fukushima dat het nucleaire een plaatsje heeft gekregen in de agenda van de socialist François Hollande. Hij waagt zich trouwens als enige van de grote kandidaten aan de grote maatschappelijke vraagstukken. President Nicolas Sarkozy onthoudt zich en kijkt uit naar de mogelijkheid om tegen het einde van de campagne het liberalisme van zijn concurrent aan de kaak te stellen. De economie verplettert alle andere thema's. Nieuw is dat niet. In 1995 struikelde Edouard Balladur over de vermindering van het overheidstekort. Jacques Chirac won toen het pleit. In 2002 overheerste het thema onveiligheid weliswaar het einde van de campagne, maar ze was begonnen met de groei, de werkloosheid, de belastingen als hete hangijzers. En in 2007 won Sarkozy het pleit met zijn motto "meer werken om meer te verdienen". De crisis bracht die onderwerpen ook nu voor het voetlicht. Het is redelijk geruststellend dat de belangrijkste kandidaten allen die uitdaging aangaan. Het is immers een heikel thema. Frankrijk zit gevangen in een vicieuze cirkel: een te groot deficit, onvoldoende groei en concurrentiekracht. En die elemen- ten voeden elkaar. In tien jaar tijd (2000-2010) is het aandeel van de industrie in het bruto nationaal product gedaald van 24 tot 14 procent. Frankrijk heeft marktaandeel verloren, zijn buitenlandse handel is ingestort. Om concurrentiekracht, en dus groei, te herwinnen, zijn stimuli van de overheid nodig. Die draaien allemaal rond nieuwe bestedingen of belastingverlagingen. Maar de strijd tegen de tekorten laat het ene noch het andere toe. Ze beveelt zelfs het tegenovergestelde aan, met het gevaar de groei te breken. De kandidaten worden dan ook geconfronteerd met tegengestelde opdrachten. Van de economen hoeven ze niet veel hulp te verwachten. De keynesianen zijn van oordeel dat budgettaire strengheid de groei schaadt. Anderen verdedigen de sanering als zaligmakend, want die zou het moreel van zowel de ondernemingen als de particulieren oppeppen. Om het deficit tot nul te herleiden tegen 2016 - zoals François Bayrou et Nicolas Sarkozy voorstellen - of 2017 - het plan van François Hollande - moet ongeveer 100 miljard euro gevonden worden (115 volgens Sarkozy). Bayrou, de kandidaat van de centrumpartij UDF, wil het half om half doen: de helft belastingverhogingen (schaven aan de fiscale aftrekposten, verhoging van de btw enzovoort) en de helft door een rem te zetten op de bestedingen. Sarkozy wil voor 75 miljard euro besparen. Daarbij moet 6 miljard komen van de bevriezing van de dotaties aan de lokale besturen, 16 à 17 miljard van de pensioenhervorming en 19 miljard van de ziekteverzekering (door de geldende groeinorm voor die uitgaven aan te houden). De rest zou afkomstig zijn uit werkingsmiddelen en tussenkomsten. De zittende president plant ook 40 miljard euro aan belastingverhogingen. In principe gaat het daarbij niet om nieuwigheden. Die maatregelen, vervat in twee plannen van premier François Fillon, zijn eind december al goedgekeurd. Voor de particulieren gaat het om de niet-opwaardering van de barema's op de inkomstenbelasting, de vermogensbelasting en de schenkingen. Daarnaast worden onder meer de meerwaarden uit vastgoed zwaarder belast. Bovendien wordt de verlaagde btw-voet opgetrokken van 5,5 tot 7 procent. Eind februari werd ook de verhoging van de normale btw van 19,6 tot 21,2 procent goedgekeurd. Hollande wil eveneens 50 miljard euro snoeien in de uitgaven, maar net als Bayrou zegt hij weinig over wat precies moet sneuvelen. Over de belastingen is hij een stuk preciezer: die wil hij met 65 miljard euro verhogen. 45 miljard daarvan wil hij gebruiken om het begrotingstekort terug te dringen, de rest om nieuwe uitgaven te financieren. Zo wil hij de inkomens boven 1 miljoen euro per jaar tegen 75 procent belasten. Voor inkomsten boven 150.000 euro per jaar wil hij een belastingvoet van 45 procent. Voorts pleit hij voor de plafonnering van het voordeel uit fiscale aftrekposten op 10.000 euro, de verhoging van de pensioenbijdrage van de werknemers met 0,5 procent (a rato van 0,1 procent per jaar), de invoering van een zorgbijdrage en de beperking van de verlaging van de successierechten tot 100.000 euro per kind. Het tweede strijdperk is de concurrentiekracht. Daar is een 'choc' nodig, zeggen de economen, met name door massaal maatregelen te treffen ten gunste van de ondernemingen. "Op de lange termijn moet voorrang gegeven worden aan onderzoek en innovatie om de producten van de toekomstige spitstechnologie te kunnen vervaardigen", zegt Michel Didier, die het onderzoeksinstituut Coe-Rexecode leidt." "Op middellange termijn moeten de ondernemingen flexibeler worden in de onderhandelingen over arbeidsplaatsen, lonen en arbeidsduur. Op korte termijn, ten slotte, moeten de loonlasten omlaag." Philippe Aghion, een Harvard-professor, bracht midden maart in Le Monde een gelijkaardige boodschap: ook hij vindt het broodnodig onderzoek en innovatie te stimuleren, maar hij pleit ook onomwonden voor een verlaging van de lasten die wegen op de ondernemingen die het meest blootgesteld zijn aan de internationale concurrentie. En niet door de btw te verhogen, zoals Sarkozy voorstelt, maar door sommige fiscale voordelen die de grote groepen genieten af te schaffen. Vergeleken bij die raadgevingen schieten de maatregelen van de belangrijkste kandidaten tekort. François Hollande wil vooral inwerken op de omgeving van de ondernemingen, de kmo's gemakkelijker toegang bieden tot financiering, de belasting op de winst verlagen. Maar hij waagt zich niet aan de verlaging van de arbeidskosten voor de ondernemingen. Dat is in zijn ogen iets te veel een cadeau aan de werkgevers. Daarnaast voorziet de socialistische kandidaat weliswaar in een belastingverlaging voor kmo's, maar kondigt hij ook een algemene verhoging aan die alle ondernemingen treft. De rechterzijde wil beide registers opentrekken, maar ze doet dat maar gedeeltelijk. De daling van de lasten met 13,2 miljard euro, die gefinancierd wordt door een verhoging van de btw (en van de bronheffing op de inkomsten uit spaargeld), wordt onvoldoende geacht door wie gelooft in de weldaden van zo'n ingreep. En wat met de flexibiliteit? Ook Sarkozy stelt die voor (zonder evenwel die term te gebruiken) middels akkoorden die de werkgevers en de vakbonden moeten toelaten binnen de onderneming te onderhandelen over de arbeidstijd, de lonen en de arbeidsplaatsen. Maar de Franse sociale dialoog lijkt op verre na nog niet op de Duitse. In plaats van de Franse economie een schok toe te dienen, maken links en rechts zich op om slechts een tikje uit te delen. Het is ook weinig waarschijnlijk dat er in de resterende tijd van de campagne nog ruimte komt voor ingrijpender optreden. CORINNE LHAIK, L'EXPRESS; FRANCK DEDIEU, L'EXPANSION