Op 1 november 2003 neemt Jean-Claude Trichet bij de Europese Centrale Bank ( ECB) de scepter over van president Wim Duisenberg. Veel meer dan de Bourgondische Nederlander zal de Franse énarque - het koosnaampje voor de beperkte groep Franse elitebureaucraten - trachten de ECB strak naar zijn hand te zetten. Al zal hij dan wel moeten afrekenen met Otmar Issing, het Duitse lid van het directiecomité van de ECB.
...

Op 1 november 2003 neemt Jean-Claude Trichet bij de Europese Centrale Bank ( ECB) de scepter over van president Wim Duisenberg. Veel meer dan de Bourgondische Nederlander zal de Franse énarque - het koosnaampje voor de beperkte groep Franse elitebureaucraten - trachten de ECB strak naar zijn hand te zetten. Al zal hij dan wel moeten afrekenen met Otmar Issing, het Duitse lid van het directiecomité van de ECB. Otmar Issing zorgde vorige week voor (lichte) sensatie door onomwonden te stellen dat de ECB de mogelijkheid tot een verhoging van de rentevoeten stilaan ernstig onder ogen moet zien. Kort nadien besliste de ECB weliswaar om de rentevoeten voorlopig ongewijzigd te laten, maar met de uitspraak van de Duitser ligt het perspectief van het einde van de periode van lage rentes nu concreet op tafel. De reden voor Issings ongerustheid? Het feit dat de groei van de geldhoeveelheid binnen de ECB (de zogenaamde M3) nu op jaarbasis in de richting van 9 % evolueert. Ook het volume aan nieuwe kredieten neemt stilaan weer toe. Het spookbeeld van een stijgende inflatie doet bij iemand als Otmar Issing dan meteen het angstzweet uitbreken. Otmar Issing kleeft qua monetair beleid een bijna extreme orthodoxie aan. Een centrale bank, zo luidt zijn devies, moet te allen prijze de prijsstabiliteit vrijwaren en mag daartoe niet het minste risico nemen. Principieel valt er weinig aan te merken op zo'n uitgangspunt. Van inflatie is een land of een gebied nog nooit beter geworden. Toch klinkt de waarschuwing van Issing zwaar overtrokken, niet het minst omdat in het verleden de M3-cijfers zeer onbetrouwbaar bleken. De conjuncturele omstandigheden in euroland blijven, om het zacht uit te drukken, zwak. Vele industriële bedrijven zien zich trouwens met zeer hoge reële rentevoeten geconfronteerd: de prijzen van hun producten dalen of blijven constant terwijl kortetermijnfinancieringen tussen de 3 % en de 4 % kosten. Voorts blijft binnen de eurozone de inflatie laag én dalend. Voeg daar nog een stijgende euro aan toe die de import goedkoper zal maken (en op korte termijn de conjunctuur verder negatief zal beïnvloeden) en het valt moeilijk te geloven dat een inflatoire eruptie echt dreigt. Veel meer lijkt het erop dat Otmar Issing met zijn straffe taal nog eens goed duidelijk wil maken wie nu binnen de ECB echt de lakens uitdeelt. Als Trichet het monetair beleid anders ziet dan Issing, dan weet hij meteen dat hij in de boksring moet met de Duitser. De stem van Otmar Issing weegt bijzonder zwaar door in de ECB-besluitvorming, aangezien hij en zijn medewerkers de meetings voorbereiden waar wordt beslist over het monetaire beleid van de ECB. Iemand als Wim Duisenberg kon er heel goed mee leven dat Otmar Issing voortdurend de kastanjes uit het vuur haalde. Het heeft er echter alle schijn van dat Jean-Claude Trichet een veel grotere impact op de ECB-werking zal willen uitoefenen dan zijn voorganger. Het staat in de sterren geschreven dat Issing zijn machtspositie niet zonder slag of stoot zal laten aanvreten. Johan Van Overtveldt