De Hasseltse kankerspecialist Jaak Janssens, voorzitter van de European Cancer Prevention Organisation (ECPO), organiseerde begin november een wetenschappelijk symposium over mobiel bellen en kanker. Hij noemt dit eerste gsm-vonnis een ernstig precedent.
...

De Hasseltse kankerspecialist Jaak Janssens, voorzitter van de European Cancer Prevention Organisation (ECPO), organiseerde begin november een wetenschappelijk symposium over mobiel bellen en kanker. Hij noemt dit eerste gsm-vonnis een ernstig precedent. "Er mogen dan geen wetenschappelijke argumenten zijn die een oorzakelijk verband tussen gsm-gebruik en hersenkanker aantonen, de fabrikant kan ook geen tegenargumenten op tafel leggen. En de patiënt hoeft niets te bewijzen, hij moet vooral de rechtbank kunnen overtuigen. Evenmin kan iemand bewijzen dat zijn longkanker het gevolg is van roken en toch zijn er in het verleden heel wat tabaksfabrikanten veroordeeld tot het uitkeren van schadeclaims aan longkankerpatiënten."De Zweden waren de eerste gsm-gebruikers en Zweedse wetenschappers kwamen als eersten tot de bevinding dat mensen die langer dan tien jaar draadloos bellen (niet alleen met gsm, maar ook met de draadloze huistelefoon, of eerder met de mobilofoon in de wagen) hun risico op glioblastoom, een zeer kwaadaardige vorm van hersenkanker, verdubbelen. Ook de Zweedse Interphone Studie, vorig jaar gepubliceerd in het British Journal of Cancer, toont aan dat mensen die langer dan tien jaar een gsm gebruiken, een iets groter risico lopen op meningioom, een minder agressieve hersentumor. Het risico verhoogt met een factor 1,8. Jaak Janssens: "De toename in risico voor deze toch al zeldzame tumoren is dus vrij klein, maar op het vlak van de volksgezondheid is het zeker niet verwaarloosbaar." De Zweedse studies zitten methodologisch echter minder goed in elkaar en zijn daardoor wetenschappelijk betwistbaar. Degelijk gecontroleerd wetenschappelijk onderzoek over een mogelijk verband tussen gsm-gebruik en kanker werd pas na 2000 opgestart. De tijd dat een hersentumor nodig heeft om tot uiting te komen, bedraagt echter tien tot twintig jaar. Daarom kunnen wetenschappers vandaag niet zeggen of er eventueel een verhoogd risico is op hersentumoren bij veelvuldig gsm-gebruik. Maar wat is veelvuldig? Jaak Janssens: "We hebben daar nog geen antwoord op. We weten evenmin of het beter is om te bellen via een oortje of via bluetooth, dan met de telefoon aan je hoofd. Of er een verschil is tussen uren aan de lijn hangen en veel korte telefoongesprekken. Ook de stralingshoeveelheid moet nog gekwantificeerd worden."Alle onderzoek naar mogelijke risico's van gsm-gebruik werd tot op heden gefinancierd door gsm-fabrikanten en providers. Volgens sommige wetenschappers moeten dergelijke studies absoluut onafhankelijk gebeuren om betrouwbare resultaten op te leveren. "Maar dat is niet simpel," meent Jaak Janssens. "De grote gsm-experts zitten vaak in de industrie. Bovendien is er buiten deze industrie weinig interesse om dit onderzoek te financieren. Dat is ook in veel andere domeinen van de geneeskunde zo. Hoe dan ook moeten we wetenschappelijk onderzoek blijven doen om de impact van het wijdverspreide gsm-gebruik te testen, zeker bij kinderen. Want hun hersenen zijn nog in volle ontwikkeling en dus gevoeliger voor invloeden van buitenaf."Over de impact op de gezondheid van niet-ioniserende elektromagnetische stralen, zoals die door een gsm-mast naar uw en mijn gsm worden doorgestraald, is nog maar weinig bekend. Mobiel bellen warmt de hersenen op en een deel van de straling wordt waarschijnlijk door de hersenen geabsorbeerd, maar veel verder gaat de kennis niet. Jaak Janssens: "Dat dit onderzoeksterrein nog grotendeels onontgonnen is, is bizar, maar tegelijkertijd ook niet verwonderlijk. De eigenschappen van elektromagnetische stralen wisselen niet alleen met de golflengte, maar ook met de kenmerken van het bestraalde weefsel en zelfs van het type kanker."Marleen Finoulst