Tussen Tony Blair en de Britse ondernemers is het blijkbaar helemaal koek en ei. Wim Kok zorgt ervoor dat Nederland aan de top staat van de landen met het beste investeringsklimaat. Lionel Jospin bezorgt met zijn 35-urenweek de bedrijfswereld dan weer meer kopzorgen. En wat met de Vlaamse socialisten? Uiteraard kleiner en bescheidener, maar toch zitten we vol nieuwe economische ideeën.
...

Tussen Tony Blair en de Britse ondernemers is het blijkbaar helemaal koek en ei. Wim Kok zorgt ervoor dat Nederland aan de top staat van de landen met het beste investeringsklimaat. Lionel Jospin bezorgt met zijn 35-urenweek de bedrijfswereld dan weer meer kopzorgen. En wat met de Vlaamse socialisten? Uiteraard kleiner en bescheidener, maar toch zitten we vol nieuwe economische ideeën. De 35-urenweek als algemene wet van la gauche plurielle kan ons niet zonder meer in verleiding brengen. Van New Labour willen we nog zien hoe ze de productiviteit van de Britse economie gaat opkrikken en tegelijkertijd de armoede verminderen. We leunen liever wat dichter aan bij de PvdA, ook al maakt Wim Kok het in ons ogen veel te bont met de vooruitgeschoven marktwerking in de sociale zekerheid en het openbaar vervoer. MARKT EN OVERHEID.Een verantwoordelijke en actieve overheid vormt voor ons geen ontkenning van de levendigheid van economische markten. Integendeel, democratische regelgeving en marktwerking kunnen heel goed hand in hand gaan. Wie alles aan de markt overlaat, zal ontoelaatbare ongelijkheden zien ontstaan. Maar wie alles van hogerhand denkt te kunnen regelen, komt evenzeer van een koude kermis thuis. De markt is geen panacee voor alle kwalen. De overheid evenmin. Elk heeft zijn eigen sterke en zwakke kanten. Marktwerking kan economische imperfecties oplossen en kosten besparen, maar sociale imperfecties doen ontstaan en daarmee tot nieuwe maatschappelijke kosten leiden. Overheidsoptreden kan sociale ongelijkheid terugdringen en voorkomen, maar de economische en maatschappelijke dynamiek afremmen. Marktwerking kan de keuzevrijheid vergroten, maar de solidaire financiering van cruciale maatschappelijke uitdagingen (zoals onderzoek en ontwikkeling, levenslang leren of milieu- en gezondheidszorg) hinderen. In een weloverwogen combinatie van overheid en markt kunnen de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt, terwijl de positieve elementen elkaar versterken. Overheid en markt hoeven geen tegenstelling te vormen, hooguit tegenpolen. Maar geen magneet, of er zitten twee polen aan.Combinaties van overheid en markt kunnen zeer succesvol zijn, mits de politiek weet wat ze wil en richting weet te geven aan processen die van essentieel belang zijn voor de samenleving. Overheid of markt is geen alles-of-niets discussie. Heel verscheiden en genuanceerde combinaties zijn denkbaar om een optimale magneetwerking te krijgen. Aan de orde is het zoeken naar de beste cocktail van instrumenten. Want instrumenten zijn het. Wat telt is wat werkt, met het oog op wat je wilt bereiken. Dat doel is niet "meer overheid" of "meer markt". De doelstellingen zijn: werk en inkomenszekerheid, gelijke ontplooiingskansen, zorg voor omgeving en milieu. Zeg maar: sociale vooruitgang door duurzame ontwikkeling, dat is ons economisch doel.DEFENSIEVE STRATEGIE.Minder lasten op arbeid: iedereen is het er eigenlijk over eens. Voor een land dat leeft van de export, ligt dat nogal voor de hand. Maar ook om zorgarbeid (in ziekenhuizen en thuiszorg) betaalbaar te houden of om te vermijden dat arbeid aan een versneld tempo wordt weggeautomatiseerd. De centrale vraag is natuurlijk: hoe? Voor ons zijn er vier voorwaarden aan verbonden.1. Loonkostenverlaging, loonbeheersing en koopkrachtgarantie gaan fundamenteel samen.2. Loonkostenverlaging moet liefst selectief zijn: vooral voor laaggeschoolden en voor bedrijven die voor jobs zorgen door de arbeidsduur te verminderen en te herschikken.3. Als loonkostenverlagingen voor minder inkomsten zorgen voor de sociale zekerheid, moet er in alternatieve financiering voorzien worden. Terugverdieneffecten als gevolg van extra werkgelegenheid moeten ook voor een deel kunnen aangewend worden voor een selectieve verlaging van de sociale werknemerslasten, zodat ook de nettolonen erop vooruitgaan.4. Zonder beheersing van de loonkosten zullen we het zeker niet rooien, maar in een periode van sterk gestegen winsten is het zonder meer ondermaats om alleen daarop het accent te leggen. Redelijke winsten zijn er om het creatief en verantwoord ondernemerschap te belonen en om nieuwe investeringen met eigen middelen te kunnen financieren. De winsten van vandaag moeten in vernieuwende investeringen van morgen omgezet worden. Anders lokken ze alleen maar beursspeculaties en een nieuwe loongolf uit, waarmee uiteindelijk op lange termijn niemand gediend is.OFFENSIEVE STRATEGIE.Wie niet goedkoop is, moet vooral heel goed zijn. Schoon en slim produceren, wordt dan ook steeds belangrijker, zeker als met de ontwikkeling van China en Oost-Europa de economische globalisering in de toekomst daadwerkelijk gaat doorbreken. Schoon en slim produceren is vooral een kwestie van creatief combineren: kwaliteitsproducten die gecombineerd worden met een goede dienstverlening, gebruiksgemak dat samengaat met milieuzorg, eigen kennis die gecombineerd wordt met de kennis van toeleveranciers en klanten. Klassieke grenzen tussen industrie en dienstensectoren - waarop het beleid van de overheid en het sociaal overleg nog veel te sterk geënt zijn - zullen daardoor irrelevant worden.Schoon en slim produceren is niet alleen een kwestie van technologische kennis. Die kan altijd nog ergens anders gekocht worden en de overheid kan en moet ook zelf bijdragen tot een goede spreiding van kennis en technologie (zowel bij kmo's als bij consumenten, en milieuorganisaties). Technologische kennis moet gecombineerd worden met kennis over smaak en levensstijlen, samenwerking in teams, creativiteit en motivatie van de werknemers, netwerken met klanten en leveranciers. Hoe technischer en complexer de maatschappij, hoe belangrijker de mensen worden. Schoon en slim produceren is dan ook geen elite-aangelegenheid. Het werkt pas goed als iedereen mee is. Langdurig investeren in mensen en milieu wordt dan ook steeds belangrijker. Bedrijven die consequent investeren in mensen en milieu, nemen daarmee niet alleen hun sociale verantwoordelijkheid op, maar scoren veelal ook bedrijfseconomisch beter.Dat alles heeft drie belangrijke consequenties: op het vlak van opleiding en vorming, milieuzorg en overheidssteun.1. Bedrijven moeten meer investeren in de permanente opleiding en vorming van al hun werknemers. Dat is niet alleen een kwantitatief probleem. Uit Nederlands onderzoek blijkt immers dat bijna de helft van de naschoolse vorming en bedrijfsopleiding achteraf van weinig nut is. Een aangepaste ISO-norm zou hier goed van pas komen.2. Het klinkt gek, maar de omschakeling van een grijze naar een groene economie, moet voor een meer rooskleurige toekomst zorgen. Investeringsplannen moeten aangepast worden. Wetenschappelijk onderzoek moet bijgestuurd worden. Subsidies aan bedrijven moeten drastisch herzien worden. De bedrijven zelf zullen dan ook de grootste inspanningen moeten leveren als het gaat om onderzoek, ontwerpen van nieuwe producten, veranderen van productieprocessen, transport, verpakkingen, marketing en reclame. Als dat al hogere productiekosten meebrengt, is het logisch dat die billijk verdeeld worden tussen de producenten en de consumenten.3. In het kader van een krachtig omgevingsbeleid moeten alle overheidssubsidies en fiscale voordelen voor bedrijven zich exclusief toespitsen op vijf strategische beleidsterreinen: steun aan starters en beginnende bedrijven, werkgelegenheid voor laaggeschoolden, permanente opleiding en vorming, onderzoek en innovatie, en geïntegreerde milieu- en kwaliteitszorg. Op die manier kan de overheid de richting aangeven, zonder zelf op de stoel van de ondernemer te moeten gaan zitten.DE MAAKBAARHEID VAN DE SAMENLEVING.De maakbaarheid van de samenleving - en zeker van het economisch gebeuren - was in de voorbije jaren voor de PvdA van Wim Kok lang geen zaak meer. Intussen zijn ze daar boven de Moerdijk van teruggekomen. "De politiek moet de maatschappelijke dynamiek aanvoelen, volgen en er tegelijk richting aan geven", heet het daar nu. Wij kunnen daar in grote mate inkomen. Als de samenleving maakbaar is, komt dat vooral doordat velen dezelfde kant op willen en niet doordat de overheid of de politiek dat op hun eentje willen. Het is een samenspel van krachten, waarbij de overheid de bakens uitzet en voor iedereen de mogelijkheden en de vrijheid creëert om zijn eigen leven zo goed mogelijk in te richten. In een democratie moet de overheid niet alles naar zich toe trekken. Er moet ruimte zijn voor de mensen zelf, voor organisaties op het middenveld en voor bedrijven om zelf initiatieven te nemen, naar oplossingen te zoeken én hun verantwoordelijkheid op te nemen. Spreiden van verantwoordelijkheid is een krachtig democratisch principe, dat niet verzoenbaar is met een centralistische overheid.De overheid moet zich vooral concentreren op de strategische keuzes, waarbij doelstellingen belangrijker zijn dan administratieve en bureaucratische procedures. Zoals bedrijven aan strategische planning doen, is ook voor de overheid planning een krachtig instrument om haar beleid uit te voeren. Alleen moet de aard en het karakter van de planning drastisch gewijzigd worden in vergelijking met de verschraalde pogingen die hier in de jaren zeventig werden uitgeprobeerd. Ook een globale, centralistische planning is in een Europese context volledig passé. Er is nood aan een soepele planning binnen die beleidsterreinen die van strategisch belang zijn voor een duurzame welvaart: het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dat één van de krachtigste beleidsinstrumenten is en daarom ook zoveel weerstand oproept, het Mina-plan dat meer en meer de doelstellingen op lange termijn voor de ontwikkeling van milieu en natuur moet uitstippelen, de programmatie van de zware medische diensten die meer en meer het stijgingstempo van de gezondheidsuitgaven helpen bepalen, het uitrustingsplan voor de gas- en elektriciteitssector waaraan Electrabel en Tractebel zich ook in Franse handen te houden hebben, de sociale plannen en de wijkontwikkelingsplannen voor de vernieuwing van onze steden enzovoort. Strategische planning zonder verantwoord ondernemerschap en zonder een efficiënte en slagkrachtige overheid is zinloos. De overheid moet op scherp staan om de nieuwe uitdagingen aan te kunnen: met andere en vooral betere regels, een uitgesproken klantvriendelijkheid en klare evaluatie- en beoordelingsmethodes. Een efficiënte overheid is echter nog geen slagkrachtige overheid als niet tegelijkertijd op alle beleidsniveaus eenzelfde slagkracht aan de dag gelegd wordt. De slagkracht van Europa is daarbij van doorslaggevend belang. Het Rijnlandmodel - waarbij creatief ondernemen steunt op een efficiënte overheid, een verantwoord ondernemerschap en respect voor mens en milieu - is bij uitstek een Europees model. De federale of de Vlaamse overheid kunnen dat Rijnlandmodel niet op hun eentje rechthouden en moderniseren. In het land van Maas en Dender kunnen er eigen accenten gelegd worden als varianten op het Rijnlandmodel, maar het is alleen op Europees niveau dat dit sociaal-economisch model een kans maakt. Tony Blair, Wim Kok, Lionel Jospin en Norbert De Batselier zullen op sociaal-economisch vlak nog een hartig woordje met elkaar te wisselen hebben. Nu de euro in het verschiet ligt, is dat de volgende cruciale uitdaging voor een democratisch en dynamisch Europa... Toon Colpaert is directeur van het Sevi, de studiedienst van de Socialistische Partij. TOON COLPAERT