Familiale vennootschappen en ondernemingen kunnen in België in de drie gewesten tegen gunstige voorwaarden vererfd worden. In het Vlaamse en Waalse gewest kan het zelfs belastingvrij. In het Brusselse Hoofdstedelijke gewest kan het tegen betaling van slechts 3 % successierechten.
...

Familiale vennootschappen en ondernemingen kunnen in België in de drie gewesten tegen gunstige voorwaarden vererfd worden. In het Vlaamse en Waalse gewest kan het zelfs belastingvrij. In het Brusselse Hoofdstedelijke gewest kan het tegen betaling van slechts 3 % successierechten. Elk van de drie gewesten stelt zijn eigen voorwaarden. Die hebben onder meer te maken met een bepaald niveau van tewerkstelling dat moet bestaan of behouden moet blijven. Het Vlaamse gewest toonde daarbij een erg regionalistische reflex. Enkel werknemers die 'in' het Vlaamse gewest tewerkgesteld worden, kwamen in aanmerking. Het Waalse gewest heeft die tendens gevolgd. Bij de beoordeling van de tewerkstellingsvoorwaarde houdt men ook daar slechts rekening met personen die in het eigen gewest tewerkgesteld zijn. Het Europese Hof van Justitie heeft dit navelstaren van de hand gewezen, althans voor het Vlaamse gewest. Het is strijdig met het Europese principe van de 'vrijheid van vestiging'. Het Waalse gewest heeft nog geen Europese veroordeling opgelopen. Maar het is zo goed als zeker dat de Waalse tewerkstellingsvoorwaarde ook strijdig is met het Europese gemeenschapsrecht. Beide gewesten moeten hun reglementering dus aanpassen. Het Vlaamse gewest heeft dat inmiddels al gedaan. Het Waalse gewest nog niet. De oplossing die Vlaanderen tevoorschijn heeft getoverd, is verrassend. Normaal gezien zou men verwacht hebben dat de vereiste tewerkstelling van een minimumaantal werknemers 'in' het Vlaamse gewest gewoon verruimd zou worden tot de hele Europese Unie. Maar de Vlaamse wetgever is daarvan afgestapt. Er bestaat in de Europese Unie immers geen eenduidige definitie van wat onder een 'werknemer' moet worden verstaan. Daarom heeft de Vlaamse wetgever voor een ander criterium gekozen. Voortaan is vereist dat een bepaald volume aan 'loonlasten' betaald wordt. Het basisbedrag is vastgelegd op 500.000 euro. De vennootschap of onderneming moet in de periode van drie jaar vóór het overlijden minimaal 500.000 euro loonlasten gespendeerd hebben aan tewerkstelling in de Europese Economische Ruimte (dat zijn de lidstaten van de Europese Unie, plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein). Na het overlijden moet bovendien gedurende vijf jaar verhoudingsgewijs een gelijkaardig niveau aan loonlasten behouden blijven. Is dit een goed criterium? Om te beginnen is het een goede zaak dat de Vlaamse wetgever niet in een nieuwe val is getrapt. Als men sommigen mag geloven, had de Vlaamse wetgever de tewerkstellingsvoorwaarde wel moeten uitbreiden tot heel de Europese Unie, maar had hij niettemin een tewerkstelling in het Brusselse of Waalse gewest kunnen uitsluiten. De Europese regels gelden immers slechts tussen lidstaten, niet tussen regio's. Gelukkig is de Vlaamse wetgever niet in die val getrapt. Dat had alleen maar aanleiding gegeven tot nieuwe problemen. Daarnaast kan men zich afvragen waarom de Vlaamse wetgever het criterium van de tewerkstelling van een minimaal aantal 'werknemers' vervangen heeft door de vereiste van het uitbetalen van een minimale 'loonlast'. Zoals gezegd, zou dat zijn omdat geen eenvormige Europese definitie bestaat van het begrip 'werknemer'. Maar dit argument snijdt geen hout. In de nieuwe regeling is immers vereist dat de minimale 'loonlast' uitbetaald wordt aan 'werknemers' die in de Europese Economische Ruimte tewerkgesteld worden. Het ongedefinieerde begrip 'werknemer' duikt op deze manier opnieuw op. Voorts kan men vragen stellen bij de relevantie van het nieuwe criterium. Wat betekent het betalen van minstens 500.000 euro loonlasten gespreid over drie jaar (vóór het overlijden)? Per jaar vergt dit een loonmassa van iets meer dan 166.000 euro. De persoonlijke socialezekerheidsbijdragen en de patronale bijdragen zijn in dat bedrag begrepen. De vereiste jaarlijkse loonlast, exclusief patronale bijdragen, is bijgevolg gelijk aan een kleine 125.000 euro. In het ene bedrijf zal dit betekenen dat men hooguit één (dure) werknemer tewerkgesteld moet hebben, en tewerkgesteld moet houden. In een ander bedrijf zal dit betekenen dat men twee of drie werknemers moet tewerkstellen. En in een aantal andere gevallen zal men er misschien vijf of meer moeten hebben. Het niveau van de 'loonlasten' zegt met andere woorden niets of toch niet veel over de omvang van de tewerkstelling. Het staat dan ook in de sterren geschreven, dat het nieuwe criterium aanleiding zal geven tot nieuwe betwistingen. Men kan zich inderdaad afvragen of een bepaald niveau van 'loonlasten' een pertinent criterium is om tewerkstellingsbevorderende ondernemingen te onderscheiden van andere. Als het dat niet is, dan kan het nieuwe Vlaamse criterium het verwijt krijgen 'discriminerend' te zijn. Het Waalse gewest moet zijn 'tewerkstellingsvoorwaarde' nog aanpassen. In het licht van het voorgaande, verdient het allicht aanbeveling dat het die eenvoudig uitbreidt van een vereiste tewerkstelling in het Waalse gewest, naar een tewerkstelling in de hele Europese Economische Ruimte. (T) DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG. Jan Van Dyck