Frankrijk en België kampen met dezelfde problemen: een te lage werkgelegenheidsgraad bij 55-plussers en een rigide arbeidsmarkt. In België ligt de werkgelegenheidsgraad van 55-plussers met 32 % veel te laag. In Frankrijk is die 38 %, tegen een Europees gemiddelde van 43 %. België wil dat cijfer via het Generatiepact opkrikken en Frankrijk schakelt nu ook naar een hogere versnelling.
...

Frankrijk en België kampen met dezelfde problemen: een te lage werkgelegenheidsgraad bij 55-plussers en een rigide arbeidsmarkt. In België ligt de werkgelegenheidsgraad van 55-plussers met 32 % veel te laag. In Frankrijk is die 38 %, tegen een Europees gemiddelde van 43 %. België wil dat cijfer via het Generatiepact opkrikken en Frankrijk schakelt nu ook naar een hogere versnelling. "Het Generatiepact is zeer bescheiden in vergelijking met de generale mobilisatie in Frankrijk om oude werknemers weer aan de slag te helpen," legt Ariane Wautelet uit, medewerkster aan de denktank Itinera Institute. "De hervormingen zijn er diepgaander. De basis daarvoor werd eigenlijk al in 2003 gelegd. Zo werden er maatregelen genomen om binnen het bedrijf de expertise van 55-plussers vlotter door te geven aan nieuwe medewerkers. "Het tijdsparen werd ingevoerd waardoor werknemers vrije tijd kunnen opsparen tijdens periodes dat er veel werk is. Ze nemen die op in periodes van verminderde activiteit. Ook wordt het mogelijk voor ouderen met een lager inkomen, om werk en pensioen te cumuleren. Een recente beslissing om het brugpensioen extra te belasten, is eveneens belangrijk. Maar het is vooralsnog niet duidelijk hoe zwaar die belasting zal doorwegen." In Frankrijk zijn het niet alleen de 55-plussers die in het vizier van de president komen. Hij wil de hele arbeidsmarkt veel flexibeler maken. Overuren zullen niet langer worden belast. Er zullen zelfs geen sociale bijdragen meer op moeten worden betaald. Ook in België zijn al schuchtere stappen in die richting gedaan. Bij het laatste interprofessioneel akkoord kregen de bedrijven 70 miljoen euro extra lastenverlaging op overuren. Belangrijker is dat de Franse 35-urenweek blijft bestaan maar in de praktijk volledig wordt uitgehold. Vandaag de dag kan een werknemer in Frankrijk niet langer weigeren om over-uren te kloppen zolang de jaarlijkse grens van 220 uren niet is overschreden. Wautelet: "De facto is de 35-urenweek daarmee verdwenen. Om een directe confrontatie met de vakbonden te vermijden, wordt de beperking van de arbeidsduur in de tijd behouden waarbij tegelijk de mogelijkheid wordt gegeven om langere dagen te kloppen. Het is een belangrijke keuze: in plaats van het debat te concentreren op arbeidsherverdeling wordt voortaan de nadruk gelegd op jobcreatie." Het doel van Sarkozy is de werkloosheidsgraad te verminderen tot 5 % voor het einde van zijn mandaat. Daarom speelt hij ook met het idee om te komen tot één type arbeidscontract en een eenvoudiger ontslagrecht. Contracten van beperkte duur (CDD's of contrats à durée déterminée) maken in Frankrijk slechts 12,5 % van de jobs uit. Bovendien is het CDD zelden een opstap naar een vaste job. Maar tijdens een bijeenkomst tussen Sarkozy en de vakbonden in september werd niet langer gesproken over één type arbeidscontract. Stellen dat Frankrijk met die hervormingen een voorsprong neemt op België is volgens Wautelet voorbarig. Het afbouwen van de 35-urenweek is een noodzaak omdat ze de Franse competitiviteit, onder andere tegenover België, aantastte. Wautelet: "En voor de rest mogen we niet vergeten dat over veel dossiers nog altijd wordt onderhandeld." Wat ze aantrekkelijk vindt aan de plannen van Sarkozy is dat hij voor een 'transversale' aanpak kiest. De verschillende actoren worden geresponsabiliseerd: de bedrijven, de vakbonden en alle werknemers. A.M.