Zoals het van een actieve, hands-on eerste minister verwacht mag worden, deed Jean-Luc Dehaene de voorbije weken vele dingen. In de sfeer van het economisch beleid verdienen drie van die dingen speciale aandacht : de premier verhinderde de vrijgave van nieuw cijfermateriaal van het Planbureau, hij riep de media op om meer aandacht te besteden aan positieve berichten en hij richtte zich, samen met zijn minister van Begroting Herman Van Rompuy, op een ongewoon directe en openlijke manier tot de Bundesbank om te pleiten voor een verdere versoepeling van het Duitse rentebeleid.
...

Zoals het van een actieve, hands-on eerste minister verwacht mag worden, deed Jean-Luc Dehaene de voorbije weken vele dingen. In de sfeer van het economisch beleid verdienen drie van die dingen speciale aandacht : de premier verhinderde de vrijgave van nieuw cijfermateriaal van het Planbureau, hij riep de media op om meer aandacht te besteden aan positieve berichten en hij richtte zich, samen met zijn minister van Begroting Herman Van Rompuy, op een ongewoon directe en openlijke manier tot de Bundesbank om te pleiten voor een verdere versoepeling van het Duitse rentebeleid. Wat dit laatste betreft, werpen Dehaene en Van Rompuy de Bundesbank essentieel voor de voeten dat ook zij haar steentje zou moeten bijdragen in de strijd tegen de werkloosheid. Hiermee begaan de twee Belgische staatslieden een serieuze tactische flater, tenzij hun uitlatingen kaderen in een groots Europees politiek offensief in de richting van de Bundesbank en dan nog : de onafhankelijke Bundesbank heeft niet de gewoonte toe te geven aan politieke druk uit om het even welke hoek. De mensen van de Bundesbank gaan er terecht van uit dat hun op dit moment vrijwel onaantastbare geloofwaardigheid staat of valt met hun onafhankelijkheid tegenover het politieke bedrijf. Zelfs de Duitse regering weet dat ze met de centrale bankiers in Frankfurt beter informeel kan overleggen, dan openlijk beslissingen te willen forceren. Met name de Fransen hadden Dehaene en Van Rompuy in geuren en kleuren kunnen vertellen hoe zij en voor de Duitsers is er toch nog altijd een verschil tussen Fransen en Belgen de voorbije jaren al meermaals, en meestal op een behoorlijk vernederende manier, lik op stuk kregen toen ze dachten die Bundesbank eens gauw een renteverlaging te kunnen aanpraten.Naast het tactische element in deze situatie, blijft het ook een feit dat de Bundesbank qua beleidsfilosofie vrij nauw aanleunt bij de Chicago-lijn, zoals die in het omslagverhaal van dit nummer verkondigd wordt door Nobelprijswinnaar Robert Lucas : werkloosheid bestrijden met een expansief monetair beleid is behoorlijk zinloos. Zelfs puur inhoudelijk is men het in Frankfurt dus fundamenteel oneens met de redenering van de Belgische eerste minister. De noodkreet van Dehaene en Van Rompuy in de richting van de Bundesbank heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat de regering, zoals de kaarten nu liggen, de 3 %-norm niet haalt voor het lopend tekort van dit jaar. Dit heeft in essentie te maken met de tegenvallende conjunctuur, al hebben heel wat economen reeds bij de opmaak van de begroting gewaarschuwd dat de gehanteerde 2,2 % reële groei én de vooropgestelde daling van de werkloosheid met 30.000 eenheden niet realistisch waren. De regering heeft dit toen weggewuifd en voor de gemakkelijkheidsoplossing gekozen. Zij hoopt nu dat de Bundesbank het nodige zal doen om de openstaande rekening van die gemakkelijkheidsoplossing te komen vereffenen.Ook de twee andere nogal bizarre recente acties van de eerste minister het Berufsverbot voor het Planbureau en de roep om een meer optimistische berichtgeving kaderen in de groeiende paniek omtrent de uitkomst van de als zo belangrijk ingeschatte begroting van dit jaar. Over het niet vrijgeven van nieuw cijfernateriaal van het Planbureau kunnen we kort zijn : een dergelijke ingreep mag typerend heten voor iemand die, zoals Jean-Luc Dehaene, nu al vele jaren de macht uitoefent. Een zeker misprijzen voor de gangbare democratische normen, en voor de daarbij horende openheid inzake regeerstijl, komt bij dergelijke mensen onweerstaanbaar aan de oppervlakte. Dehaene vormt daarop zeker geen uitzondering. De oproep naar de media om meer positief klinkend nieuws te brengen, getuigt eveneens van misprijzen maar ditmaal voor de totale bevolking. De redenering achter deze oproep van de premier kan niet anders zijn dan de volgende : als de media nu eens wat meer optimistische verhaaltjes zouden brengen, dan zullen de consumenten en de producenten wel beginnen spenderen en investeren. Met andere woorden, zij zullen die verhaaltjes wel slikken als zoete broodjes. Dit is beledigend voor de intelligentie van de gemiddelde burger, die heel goed in de smiezen heeft dat er met ons hele sociaal-economisch bestel iets zeer fundamenteel fout zit, waardoor de inleveringen uit het verleden per definitie klein bier zullen zijn in vergelijking met wat nog komen moet. J.V.O.