De fameuze nota van de Schatkist aan het Rekenhof (die in de hoofdtekst hiernaast uitgebreid aan bod komt), is "in naam van de minister" geschreven en getekend door Jean Basecq, die in 1993 inspecteur-generaal was op het ministerie van Financiën. Dit is klaarblijkelijk die ene ambtenaar naar wie Maystadt onder meer in de Commissie Financiën van het parlement een beschuldigende vinger uitstak inzake de desastreuze swap-operaties. Dit komt toevallig goed uit want Jean Basecq is ondertussen... overleden.
...

De fameuze nota van de Schatkist aan het Rekenhof (die in de hoofdtekst hiernaast uitgebreid aan bod komt), is "in naam van de minister" geschreven en getekend door Jean Basecq, die in 1993 inspecteur-generaal was op het ministerie van Financiën. Dit is klaarblijkelijk die ene ambtenaar naar wie Maystadt onder meer in de Commissie Financiën van het parlement een beschuldigende vinger uitstak inzake de desastreuze swap-operaties. Dit komt toevallig goed uit want Jean Basecq is ondertussen... overleden. Mensen die nauw bij opzet én afwikkeling van de transacties betrokken waren, bevestigen de absurditeit van het verhaal van één, op eigen houtje handelende ambtenaar. Naast deze verwijzingen is er de simpele logica van de situatie. In eerste instantie leverden de opgezette swaps een flinke, onmiddellijk in de lopende begroting inschrijfbare bonus op. Welke ambtenaar, indien hij op eigen houtje gehandeld zou hebben, zou er ten aanzien van zijn minister of minstens diens kabinet niet prat op willen gaan vele miljarden "verdiend" te hebben ?Ook het totaal gebrek aan organisatie bij de Schatkist om dit soort van transacties te evalueren, te boeken en op te volgen, wijst op initiatief van buiten de administratie zelf om tot die transacties over te gaan. Bovendien was, last but not least, in 1989 René Lauwerijns directeur-generaal van de Schatkist. Volgens Schatkist-bronnen was deze man "bang van zijn eigen schaduw". Diezelfde bronnen achten het "volkomen" uitgesloten dat onder Lauwerijns dit type van verrichtingen opgezet kon worden zonder dat hij dekking had van hogerhand. Hogerhand kan in dit verband niet anders zijn dan het kabinet van de minister, sedert 1988 Philippe Maystadt. Van mei '88 tot november '90 was Grégoire Brouhns diens kabinetschef. Toen Brouhns topman van de Schatkist werd, werd hij eerst opgevolgd door Baudoin Meunier en vervolgens door Thierry Masset (van maart '92 tot januari '93). Per 1 september '93 werd Olivier Lefebvre kabinetschef. Lefebvre fungeerde wel reeds sedert 1990 als advizeur op het kabinet van Maystadt. Het viel wel op dat Maystadt ongewoon lang talmde met de aanstelling van Lefebvre tot kabinetschef. Samen met eerst Jean Basecq en daarna ook Baudouin Richard, eveneens werkzaam bij de Schatkist (na aan de slag te zijn geweest voor de Amerikaanse zakenbank JP Morgan), vormde Olivier Lefebvre klaarblijkelijk het "brein" achter de transacties die vele miljarden belastinggeld door de goot spoelden. Door ons geconfronteerd met de diverse aantijgingen, stelt Lefebvre : primo, nooit betrokken te zijn geweest bij de commerciële onderhandelingen rond de Schatkist-verrichtingen, secundo, wel onmiddellijk op de hoogte te zijn geweest van die transacties, en tertio, onvoldoende informatie ter beschikking gekregen te hebben om de ware aard van de risico's verbonden aan die verrichtingen te kunnen inschatten. Eerder dit jaar werd Lefebvre voorzitter van het directiecomité van de Beurs van Brussel, een job die, al naargelang van de bron, een jaarsalaris tussen 9 en 12 miljoen frank oplevert.